Verzorger krijgt taakstraf voor toedienen overdosis insuline aan bejaarde

Rechtbank Oost-Brabant 8 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:931

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 57-jarige vrouw uit Best veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur. De verdachte bracht een bejaarde vrouw zwaar lichamelijk letsel toe en liet het slachtoffer in een hulpeloze toestand achter.

De verdachte werkte op een verpleegafdeling voor demente bejaarden in Eindhoven. Ze constateerde bij haar avonddienst in oktober 2012 dat een bewoonster een te hoog bloedsuikergehalte had. In opdracht van de dienstdoende arts bracht de verdachte bij de vrouw insuline toe. Enkele uren na het toedienen van het middel en gedurende de nacht, had het slachtoffer een te laag bloedsuikergehalte. De volgende ochtend constateerde een arts dat het bloedsuikergehalte van het slachtoffer uitzonderlijk laag was en dat zij haar bewustzijn had verloren. De vrouw werd vervolgens comateus opgenomen in het ziekenhuis. Het slachtoffer ontwaakte 5 dagen na haar opname in het ziekenhuis uit de coma.

De verdachte verklaarde een fout te hebben gemaakt door de insuline niet op de gebruikelijke manier toe te dienen. Op basis van getuigenverklaringen gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte de inhoud van 1 ampul (3ml) insuline heeft toegediend aan het slachtoffer. Een dergelijke hoeveelheid komt overeen met 300 eenheden. Haar was door de dienstdoende arts opgedragen 6 eenheden toe te dienen. De verdachte heeft dus 50 keer zo veel insuline toegediend als haar was opgedragen. Hierdoor is het bloedsuikergehalte van het slachtoffer blijven dalen en dat leidde tot een coma.

Hulpeloze toestand

De rechtbank oordeelt dat de zorgplicht van de verdachte ernstig is tekortgeschoten. Deverdachte verklaarde bij de politie dat ze op de gok 3 ml heeft gebruikt omdat ze niet kon omrekenen hoeveel ze nodig had. Ze gaf dus niet op juiste wijze uitvoering aan de opdracht van de dienstdoende arts. De verdachte heeft ondoordacht en zonder stil te staan bij de mogelijke medische risico’s van haar handelen, de insuline toegediend. Volgens de rechtbank heeft de verdachte daarmee zeer onvoorzichtig en onachtzaam gehandeld. Ook staat volgens de rechtbank vast dat de verdachte het slachtoffer in een hulpeloze toestand heeft gelaten.

De rechtbank neemt het de verdachte in het bijzonder kwalijk dat zij aanvankelijk niet de waarheid heeft verteld aan de verpleegkundige of de dienstdoende arts over de hoeveelheid insuline die ze had toegediend. De verdachte liet hen in de waan dat zij volgens de opdracht van de arts had gehandeld. Hierdoor konden de arts en verpleegkundige niet tijdig adequaat medische hulp aan het slachtoffer verlenen. Deverdachte is aan het einde van haar dienst naar huis gegaan en heeft pas de volgende middag desgevraagd verteld hoe zij de insuline had toegediend. De verdachtebeschaamde hiermee in ernstige mate het vertrouwen dat de maatschappij in zorgverleners stelt.

Anderzijds weegt de rechtbank onder meer mee dat de verdachte direct na het incident is ontslagen en haar door de Inspectie voor de Gezondheidszorg verboden is nog langer als verzorgende te werken. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat de behandeling van deze zaak onwenselijk lang op zich heeft laten wachten en dat de redelijke termijn met bijna één jaar is overschreden. De rechtbank acht gezien de ernst van de strafbare feiten een taakstraf van 50 uur passend en geboden, maar zal wegens de overschrijding van de redelijke termijn een taakstraf van 40 uur opleggen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF