Verzoekschrift ex art. 89 Sv: naast immateriële schadevergoeding tevens vergoeding voor inkomstenderving

Rechtbank Noord-Nederland 8 april 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:1938

De rechtbank is op gronden van billijkheid van oordeel dat aan verzoeker een vergoeding ten laste van de Staat kan worden toegekend voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. De rechtbank acht een bedrag van € 105,00 per dag voor verblijf in een politiecel of in beperkingen en een bedrag van € 80,00 per dag voor verblijf in een Penitentiaire Inrichting of een Huis van Bewaring billijk.  De schadevergoeding ter zake bedraagt in totaal € 9.585.

Voorts heeft verzoeker verzocht materiële schade te vergoeden bestaande uit loonderving als gevolg van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

In de afgelopen periode was het uitgangspunt van de rechtbank Noord-Nederland dat de hiervoor genoemde normbedragen per dag, zoals vastgesteld in de LOVS-afspraken, in beginsel zowel immateriële als materiële schade behelzen en dat van dit uitgangspunt slechts wordt afgeweken indien toepassing daarvan tot een onbillijke situatie zou leiden. Gezien recente jurisprudentie van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDH:2014:4159) ziet de rechtbank thans aanleiding ervan uit te gaan dat genoemde normbedragen zien op geleden immateriële schade, waarnaast ruimte is voor toewijzing van materiële schadevergoeding, mits goed onderbouwd.

Uit de overgelegde salarisspecificatie blijkt dat het netto loon van verzoeker in 2012 € 28,57 per dag bedroeg. Derhalve heeft verzoeker gedurende het voorarrest netto inkomsten gederfd van € 3.056,99. Gedurende de detentieperiode heeft verzoeker echter ook kosten van levensonderhoud bespaard. Naar het oordeel van de rechtbank dienen deze besparingen op het toe te kennen bedrag ter vergoeding van inkomstenderving in mindering te worden gebracht. Voor de hoogte van deze besparingen zoekt de rechtbank aansluiting bij het normbedrag dat het NIBUD ter zake heeft berekend, te weten € 10 per dag. Uitgaande van 107 dagen voorarrest dient een bedrag van € 1.070 in mindering gebracht te worden op het bedrag van de netto gederfde inkomsten.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig om een bedrag van € 1.986,99 als schadevergoeding voor gederfde inkomsten aan verzoeker toe te kennen.

De rechtbank kent aan verzoeker een vergoeding uit 's Rijks kas toe van € 11.571,99.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF