Verzoek ex art. 591a Sv: Rb maakt onderscheid tussen verschillende kosten van de raadsman

Rechtbank Noord-Nederland 13 september 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:3742

De rechtbank maakt onderscheid tussen verschillende kosten van de raadsman. De rechtbank is van oordeel dat de kosten die zijn gemoeid met de aanwezigheid van de raadsman tijdens het verhoor en tijdens de zitting voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om tevens een vergoeding toe te kennen voor de reistijd en -kosten. De raadsman kan zijn cliënt tijdens een verhoor of zitting immers niet bijstaan, zonder dat hij daarvoor naar de betreffende locatie afreist.

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is wat de hoogte van de vergoeding moet zijn. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door een in Kaatsheuvel gevestigde advocaat. De advocaat heeft voor het politieverhoor tweemaal 4,5 uren moeten reizen en voor de OM-zitting 5,5 uren. De rechtbank acht het niet billijk dat de kosten daarvan in de volle omvang voor rekening van de Staat zouden moeten komen. Het staat verzoekster uiteraard vrij om zich te laten bijstaan door een advocaat van haar keuze. Evenzeer is het begrijpelijk dat dit een advocaat is met kennis van het jeugdstrafrecht, gelet op de minderjarigheid van verzoekster. Niet valt echter in te zien dat een dergelijke advocaat niet dichter bij het gerecht waar verzoeksters strafzaak zou dienen, zou zijn te vinden. Nu verzoekster er desalniettemin voor heeft gekozen zich te laten bijstaan door een in Kaatsheuvel gevestigde advocaat, is het billijk dat een deel van de bij verzoekster in rekening gebrachte reiskosten en reistijd van die advocaat voor rekening blijft van verzoekster. De rechtbank zal daarom de verzochte vergoeding voor de reistijd en reiskosten matigen en slechts toewijzen tot de helft van de verzochte vergoeding.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF