Verzoek 591a Sv. na vrijspraak verzoekster: Discussie over het gehanteerde uurtarief van de raadsman

Rechtbank Noord-Holland 3 maart 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:1700 

Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoekschrift hebben de rechtbank en de officier van justitie vragen gesteld over het aantal aan verzoekster gedeclareerde uren (10) en het door de raadsman gehanteerde uurtarief (€ 300,-).

In reactie daarop heeft de raadsman van verzoekster zijn “logboek” aan de rechtbank overgelegd. Hieruit blijken de verrichte werkzaamheden. Uit deze handgeschreven aantekeningen valt voor de rechtbank voldoende af te leiden dat de in rekening gebrachte werkzaamheden noodzakelijk waren voor een goede en zorgvuldige voorbereiding en behandeling van deze strafzaak. In totaal worden 535 minuten gespecificeerd. De rechtbank zal dat naar boven afronden op 9 uur.

Ten aanzien van het in rekening gebrachte uurtarief heeft de raadsman ter zitting aangevoerd dat hij ruim 34 jaar strafrechtervaring heeft en op grond van deze ervaring een hoger uurtarief hanteert dan vele collega’s, die korter in het vak zitten.

Verzoekster heeft haar keuze voor deze raadsman uitgelegd. Zij verklaarde dat haar advocaat in de vechtscheiding geen ervaring had in het strafrecht en verzoekster had verwezen naar mr. Ter Brake, als strafrechtspecialist.

Het is de vrije keuze van een verdachte om een advocaat te kiezen. Daarbij is het aan de desbetreffende advocaat om met de cliënt een uurtarief overeen te komen.

De vraag is echter in hoeverre het billijk is dat de Staat datzelfde uurtarief van de advocaat vergoedt aan verzoekster. In de onderhavige procedure is de grondslag voor een vergoeding van gemaakte advocaatkosten gelegen in artikel 591a Sv. Voor de maatstaf voor de toekenning van schadevergoeding wordt verwezen naar artikel 90 Sv. In dat artikel wordt bepaald dat er gronden van billijkheid moeten zijn om een schadevergoeding toe te kennen. Daarbij moeten alle omstandigheden in aanmerking worden genomen.

Die omstandigheden zijn in dit geval dat het gaat om de vervolging van verzoekster, die ervan werd beschuldigd gestalkt te hebben. Zij is daarvoor gedagvaard voor de politierechter en heeft haar zaak ruim tevoren met haar raadsman besproken. Noch de inhoud van het dossier, noch de omvang ervan brengen mee dat voor de verdediging van verzoekster bijzondere, specialistische kennis noodzakelijk was. Dat brengt de rechtbank ertoe om als redelijk uurtarief in deze zaak uit te gaan van een bedrag van € 200,-.

Zodoende komt het volgende voor vergoeding in aanmerking: 9 uur x € 200,-, verhoogd met btw is € 2.178,-. De reiskosten van € 15,- zijn eveneens vergoedbaar. En ten slotte de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift van in totaal € 550,-.

De rechtbank kent aan verzoekster ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 2.743, welk bedrag als volgt is samengesteld:

  • € 2.178,- wegens de kosten van een raadsman voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak;
  • € 15,- wegens reiskosten;
  • € 550,- wegens de kosten van een raadsman voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF