Verwerping verweer dat (het gebruik maken van) een door een geheimhouder gedane aangifte onrechtmatig verkregen bewijs oplevert

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 15 februari 2013, LJN BZ1163 Feiten

Tijdens een bezoek aan de instantie op 16 april 2012 heeft verdachte (patiënt bij de instantie) onbedoeld een inlogcode en bijbehorend wachtwoord voor de website van de instantie gehoord. Op 18 april 2012 heeft verdachte op zijn computer, met de door hem gehoorde inlogcode en wachtwoord met succes ingelogd op de website. Hij heeft daarna in het systeem een aantal medische dossiers/gegevens bekeken.

De door verdachte gebruikte inlogcode en het wachtwoord bleken afkomstig te zijn van de bij de instantie werkzame psychiater X.

Verdachte heeft op 18 april 2012 medeverdachte gebeld en verteld dat hij kon inloggen op de webserver van de website van de instantie. De volgende dag heeft verdachte, samen met medeverdachte, met gebruikmaking van de door verdachte gehoorde inlogcode en wachtwoord, ingelogd in het geautomatiseerde systeem van de gegevensbeheerder. Na het inloggen hebben verdachte en medeverdachte de op de webserver van de gegevensbeheerder opgeslagen medische gegevens/dossiers van een aantal patiënten bekeken.

Medeverdachte heeft de medische gegevens van een aantal personen uitgeprint en geanonimiseerd. Medeverdachte heeft daarna naar het kantoor van de gegevensbeheerder gebeld, de door hem geconstateerde situatie voorgelegd en gevraagd naar de leiding. De telefoniste heeft medeverdachte vervolgens gevraagd het door hem geconstateerde probleem schriftelijk te melden.

Medeverdachte heeft vervolgens naar Omroep Brabant gebeld en daar zijn bevindingen met betrekking tot de site van de gegevensbeheerder gemeld.

Een cameraploeg van Omroep Brabant is naar Best gekomen. Daar heeft medeverdachte wederom ingelogd op de website met gebruikmaking van de inlogcode en het wachtwoord van X. Daarna zijn opnieuw de op de webserver van de gegevensbeheerder opgeslagen medische gegevens/dossiers van een aantal patiënten bekeken in aanwezigheid van een of meer journalisten van Omroep Brabant.

In deze zaak wilde de verdachte samen met medeverdachte door het plegen van computervredebreuk de door hem gesignaleerde tekortkomingen in (de beveiliging van) het computersysteem van de gegevensbeheerder (verder) bekend maken.

Standpunt verdediging

Door de raadsman is, kort gezegd, gesteld dat het bewijs tegen verdachte onrechtmatig is verkregen. Hij voert daartoe aan dat, door aangifte te doen, de psychiater en de instelling het medisch beroepsgeheim hebben geschonden dat zij tegenover verdachte in acht hadden te nemen. Het openbaar ministerie heeft deze schending bevorderd, of er in elk geval bewust gebruik van gemaakt. Al het verdere bewijs tegen verdachte komt voort uit deze schending, zodat er geen wettig bewijs tegen verdachte is.

Standpunt OvJ

De door de raadsman beoogde bewijsuitsluiting is niet aan de orde. De informatie van de psychiater betrof noodzakelijke informatie om nader onderzoek te kunnen verrichten naar de geconstateerde computervredebreuk. Het medisch beroepsgeheim kan ermee op gespannen voet staan, maar staat er niet aan in de weg.

Oordeel rechtbank

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn verweer. Indien er een (redelijke) verdenking bestaat dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, dan mag de benadeelde van dit feit aangifte doen. Dit wordt niet anders wanneer een verdachte patiënt is en/of een aangever (tevens) geheimhouder. Immers, dan zou een patiënt straffeloos delicten kunnen plegen tegen een behandelaar of andere geheimhouder. Bij het doen van een dergelijke aangifte dient wel, als uitgangspunt, een geheimhouder zo veel mogelijk het beroepsgeheim in acht te nemen.

In deze zaak moest in de aangifte en overige verklaringen de (mogelijke) feitelijke toedracht tot het delict genoemd worden, te weten: de omstandigheid dát verdachte ten behoeve van een behandeling op een bepaalde plaats op een nader bepaald tijdstip in de werkkamer van een geheimhouder is geweest. In deze feitelijke gebeurtenis lag immers het aanknopingspunt voor verder strafrechtelijk onderzoek. In de aangifte en verdere verklaringen zijn voor het overige geen medische of andere vertrouwelijke gegevens over [verdachte] bekend gemaakt. Onder deze omstandigheden is geen sprake van het schenden van het beroepsgeheim door te verklaren zoals er in deze zaak is gedaan. Dit leidt er toe dat de rechtbank het verweer verwerpt.

Verdachte wordt uiteindelijk veroordeeld wegens medeplegen van computervredebreuk. De rechtbank legt verdachte een geldboete op van € 250.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF