Vervoer van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kommen: Beroep op fait d’excuse

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1360

Verdachte heeft zonder noodzaak gevaarlijke stoffen vervoerd door de bebouwde kom van Delfzijl. Verdachte heeft hiermee gehandeld in strijd met de doelstelling van de Wet gevaarlijke stoffen, de bevordering van de openbare veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat de bij haar in dienst zijnde chauffeur met het voertuig door de bebouwde kommen van Delfzijl en Appingedam heeft gereden, maar dat verdachte dient te worden vrijgesproken, dan wel te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de uitzonderingsgronden van artikel 11, tweede lid, onder a en b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (hierna: Wvgs) van toepassing zijn.

Volgens de raadsman was het vervoer binnen de bebouwde kom van Delfzijl noodzakelijk ten behoeve van het laden van het voertuig. Daarnaast was er redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom (het hof begrijpt: van Appingedam) beschikbaar.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De door de raadsman aangevoerde omstandigheden zijn aan te merken als een fait d'excuse en komen aan de orde bij de vraag naar de strafbaarheid van het feit.

Uit de stukken is gebleken dat de gevaarlijke stoffen zijn geladen bij [bedrijf], gevestigd aan de [straat]. Volgens openbaar te raadplegen kaartmateriaal (Google maps) is de [straat] gelegen in Farmsum. De verbalisanten hebben op 2 april 2012 geconstateerd dat de chauffeur op de [straat] te Farmsum reed en vervolgens door de bebouwde kom van Delfzijl reed. De door de raadsman aangevoerde omstandigheid dat het vervoer van de gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom van Delfzijl noodzakelijk was ten behoeve van het laden daarvan, is niet aannemelijk gemaakt en ook overigens is dit op grond van de stukken niet aannemelijk geworden. In dit verband overweegt het hof dat de bebouwde kom van Delfzijl had kunnen worden vermeden door het volgen van de route via de N991, de N362 (Holeweg) en de N33. Het beroep op de in artikel 11, tweede lid, onder a, van de Wvgs geformuleerde uitzonderingsgrond wordt daarom verworpen.

Ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom van Appingedam over de N360 heeft verdachte aannemelijk gemaakt dat er in dit geval redelijkerwijs geen route buiten de bebouwde kom beschikbaar was, zodat verdachte, gelet op de in artikel 11, tweede lid, onder b, van de Wvgs geformuleerde uitzondering, ten aanzien van dit deel van de bewezenverklaring zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 350,00.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF