Veroordeling wegens verduistering uit hoofde van persoonlijke dienstbetrekking

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28 januari 2013, LJN BY9872 Verdachte was vennoot in B.V. 1. Deze B.V. voerde krachtens overeenkomst met Stichting R de financiële administratie van Stichting R. Een werknemer van B.V. 1 was belast met het beheer van de bankrekening van Stichting R. Verdachte hield toezicht op deze werknemer en heeft hem tijdens diens ziekte vervangen. Zowel voor als tijdens deze ziekte worden overboekingen gedaan van de bankrekening van Stichting R naar een rekening van (een vennootschap van) verdachte. Verdachte stelt dat deze overboekingen met toestemming van het bestuur van de Stichting R zijn geschied omdat er een geldleenovereekomst zou zijn gesloten krachtens welke verdachte EUR 84.000 kon lenen van de Stichting R. Stichting R betwist deze geldlening.

Het hof concludeert dat verdachte zonder toestemming heeft gehandeld, nu het tot stand komen van een geldleenovereenkomst niet aannemelijk is geworden en verdachte moet hebben geweten dat hij geen overeenkomst had gesloten. Tevens was naar het oordeel van het hof de hoedanigheid waarin verdachte handelde zozeer verknocht met zijn dienstbetrekking bij B.V. 1 dat kan worden gesteld dat verdachte de gelden uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich had ex art. 322 Sr.

Het hof houdt rekening met de omstandigheid dat het aannemelijk is dat verdachte zich de gelden niet permanent heeft willen toe-eigenen. Verdachte heeft kennelijk tijdelijk gebruik willen maken - ten eigen nutte - van het geld van Stichting R en heeft de bedoeling gehad om deze gelden op enig moment terug te betalen. Het hof heeft begrepen dat een aanzienlijk deel al is terugbetaald.

Verder houdt het hof rekening met de ingrijpende gevolgen voor de verdachte. Hij is zijn plaats in B.V. 1 kwijtgeraakt. En verder is aannemelijk dat hij, na een veroordeling wegens verduistering, in zijn soort werk problemen zal ondervinden bij het verwerven van opdrachten.

Gelet op het voorgaande is het hof, met de eerste rechter, van oordeel dat een taakstraf van 150 uren passend en geboden is. Tevens zal het hof een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van twee maanden opleggen.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF