Veroordeling wegens verduistering € 40.000 van schoonmoeder

Rechtbank Almelo 1 maart 2013, LJN BZ4859

Aanleiding

Verdachte is de partner van de zoon van slachtoffer. Samen met haar partner heeft zij twee zoons. Haar schoonmoeder, slachtoffer, heeft na het overlijden in juni 2009 van de echtgenoot van slachtoffer, aan verdachte gevraagd de financiën op orde te brengen en deze bij te houden. Zij heeft verdachte ook gevraagd de openstaande rekeningen voor haar te betalen. Op een gegeven moment ontvangt slachtoffer meerdere aanmaningen en betalingsherinneringen. Zij laat een bekende haar bankafschriften nakijken en ziet op de afschriften dat er grote bedragen zijn afgeschreven en overgemaakt naar de bankrekening van verdachte. Ook ziet zij dat er veel geld is opgenomen door middel van pintransacties.

Verdenking

De verdenking komt er op neer dat verdachte, als gemachtigde van de bankrekening(en) van slachtoffer, een aanzienlijk geldbedrag van die slachtoffer heeft verduisterd en/of gestolen.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het haar tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Hij voert daartoe het volgende aan.

Verdachte zou wisselende verklaringen hebben afgelegd, maar dat is niet zo vreemd gelet op het feit dat zij voorafgaand aan het verhoor onvoorbereid naar het politiebureau is gegaan. Zij heeft zich niet kunnen prepareren op het onderwerp en na afloop van het verhoor zijn haar weer gebeurtenissen te binnen geschoten. Er zitten stukken in de verklaring van slachtoffer die bevreemding wekken. De bankafschriften van de bank zouden niet binnen zijn gekomen per post. Deze werden haar wel toegestuurd, maar bereikten haar vervolgens niet. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat verdachte die bankafschriften zou hebben weggenomen. Slachtoffer heeft in haar eerste verklaring verklaard dat zij haar pinpas wel eens mee gaf aan haar schoondochter. Later heeft zij verklaard dat zij dit dikwijls deed. Ook zit er veel tijd tussen de periode waarin het feit gepleegd zou zijn en de uiteindelijke aangifte. Er zijn machtigingen die met medewerking van slachtoffer tot stand zijn gekomen en die nu door slachtoffer worden ontkend. Slachtoffer is verantwoordelijk voor wat zij tekent. Het is bovendien niet vreemd dat iemand als verdachte die zoveel voor haar schoonmoeder heeft gedaan, daar iets voor terug krijgt. Het uitgavenpatroon van het gezin van verdachte komt overeen met de inkomsten. Het is niet bewezen dat sprake is van een hoger uitgavenpatroon in de tenlastegelegde periode. Verdachte is uiteindelijk zelf gestopt met het verlenen van hulp aan haar schoonmoeder. De verhoudingen zijn volstrekt gebrouilleerd. Er is niet voldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat is komen vast te staan dat verdachte zich geld van haar schoonmoeder, met een totaalbedrag van € 40.179,48 heeft toegeëigend.

Een deel van dit geld heeft verdachte zich wederrechtelijk toegeëigend terwijl zij dat geld anders dan door misdrijf onder zich had, namelijk om als gemachtigde van de rekeningen van haar schoonmoeder voor laatstgenoemde van haar rekening overboekingen te doen naar de rekeningen van personen en instanties ter betaling van facturen en/of andere verplichtingen van haar schoonmoeder dan wel om geld van die rekeningen op te nemen om daarmee contante betalingen ten behoeve van haar schoonmoeder te doen.

Voor zover verdachte de machtiging in strijd met de afspraken met haar schoonmoeder voor andere dan voornoemde doeleneinden heeft gebruikt om op die wijze over geld te beschikken dat bestemd was voor betalingsverplichtingen van haar schoonmoeder, is er sprake van verduistering nu zij in die gevallen zich de betreffende geldbedragen - waarover zij mocht beschikken om daarmee rekeningen van haar schoonmoeder te betalen - wederrechtelijk heeft toegeëigend. Die wederrechtelijke toeëigening volgt uit de aangifte van slachtoffer waarin zij heeft verklaard dat zij geen toestemming heeft gegeven aan verdachte om zichzelf geld toe te eigenen. Voorts heeft slachtoffer verklaard dat zij nooit geld, dat door verdachte van de rekening van slachtoffer was opgenomen of van de rekening van slachtoffer naar de rekening van verdachte was overgeboekt terwijl dat niet door verdachte was aangewend voor betaling van rekeningen van slachtoffer, van verdachte heeft gekregen. Resumerend is het oordeel van de rechtbank dat met betrekking tot de bedragen waartoe verdachte gemachtigd was om daarvan de openstaande rekeningen te betalen en zonder dat die betalingen zijn gedaan die daarop betrekking hebbende geldbedragen voor zichzelf heeft gehouden en/of aangewend, dit verduistering oplevert, nu vaststaat dat de verdachte deze gelden uit hoofde van de machtiging rechtmatig onder zich had en zich die gelden vervolgens wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Met betrekking tot het pinnen van contant geld en het doen van pinbetalingen voor de aankoop van diverse goederen, alsmede voor de overboekingen van geldbedragen naar haar eigen rekening waarvoor verdachte niet door slachtoffer was gemachtigd, is de rechtbank van oordeel dat dit telkens een diefstal door middel van een valse sleutel oplevert. Verdachte heeft immers in die gevallen onbevoegd gebruik gemaakt van de haar ter beschikking gestelde bankpas en de pincode van haar schoonmoeder. Verdachte had daarvoor geen toestemming en mitsdien had zij die geldbedragen niet rechtmatig onder zich en heeft zij die geldbedragen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weggenomen door onbevoegd gebruik te maken van overschrijvingskaarten en accept-giro’s en bank-giro-opdrachten en de bankpassen en pincode van slachtoffer. Voor zover het door verdachte aangeschafte producten betreft met geld van slachtoffer, heeft te gelden dat slachtoffer volgens haar verklaring aan verdachte ook hiervoor nooit toestemming heeft gegeven weshalve verdachte de daarop betrekking hebbende geldbedragen niet rechtmatig onder zich had en heeft gestolen van slachtoffer, zodat ook met betrekking tot de aanschaf van die producten sprake was van diefstal.

Conclusie 

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verduistering en diefstal door middel van een valse sleutel van geld toebehorende aan slachtoffer.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF