Veroordeling wegens het onder meer ten onrechte reiskosten declareren voor iedere client die verdachte bezocht in zijn functie als raadsman, terwijl hij dat bezoek combineer-de met het bezoeken van een andere cliënt

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 september 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:4240

De verdachte heeft ten verweer bepleit dat hij zal worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat hij geen opzet heeft gehad op het valselijk opmaken van de formulieren ‘Verklaring optreden piket’. Hij zou slechts, ten gevolge van de hectiek, waarmede hij in de uitoefening van zijn piketwerkzaamheden werd geconfronteerd, onzorgvuldig en slordig hebben gehandeld. Tevens zou hij niet volledig op de hoogte zijn geweest van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof is van oordeel dat in onderhavige zaak geen sprake is van enkel verontschuldigbare slordigheid of onzorgvuldigheid. Bij dat oordeel heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen.

Aan verdachte is onder 1 en 2 ten laste gelegd dat hij verscheidene malen reiskosten heeft gedeclareerd voor piketbezoek aan cliënten; de valsheid ligt hierin besloten dat hij in werkelijkheid niet voor ieder van die cliënten van Veldhoven naar het politiebureau in Eindhoven is gereisd omdat hij verscheidene bezoeken combineerde. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep niet betwist dat hij voor iedere in verzekering gestelde persoon apart reiskosten heeft gedeclareerd.

Verdachte heeft betoogd dat dit in de hectiek van de situatie is gebeurd. Hij zou tevens de formulieren routinematig hebben ingevuld.

Uit de onderwerpelijke formulieren ‘Verklaring optreden piket’ blijkt dat verdachte telkens uitdrukkelijk bij het onderdeel reiskosten ‘Veldhoven-Eindhoven vv 20 km’ heeft geschreven. Hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard zelf de formulieren te hebben ingevuld. Het hof is dan ook van oordeel dat dit een bewuste handeling moet zijn geweest. Uit de duur van de periode en de hoeveelheid formulieren waarop verdachte ten onrechte reiskosten heeft gedeclareerd, trekt het hof het gevolg dat van een incident en van een slordigheid redelijkerwijs geen sprake meer kan zijn. Daarbij is niet zonder betekenis dat verdachte de formulieren pas op een later tijdstip heeft ondertekend en naar de Raad voor de Rechtspraak gestuurd. Op dat moment speelde de door de verdachte gestelde hectiek echter niet meer. Verdachte heeft in de tussenliggende periode voldoende tijd gehad om zich te vergewissen van de juistheid van de invulling van die formulieren.

Onder 3 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij op de formulieren ‘Verklaring optreden piket’ heeft vermeld dat hij als raadsman is opgetreden voor de personen cliënt 23 en cliënt 24; de valsheid ligt hierin besloten dat hij dat in werkelijkheid niet heeft gedaan. Verdachte heeft ten verweer gevoerd dat hij per abuis de naam cliënt 23 heeft vermeld op het formulier in plaats van cliënt 15. Verdachte heeft echter tevens een formulier ingevuld en ingeleverd op naam van cliënt 15. Voorts zou op 11 oktober 2009 zowel een piketmelding binnengekomen zijn voor cliënt 17 als voorcliënt 24. Achteraf bleek alleen cliënt 17 in verzekering te zijn gesteld. De verdachte zou in de hectiek van de situatie voor alle vier de genoemde personen een formulier ‘Verklaring optreden piket’ naar de Raad voor de Rechtspraak hebben gestuurd.

Het verweer van verdachte slaagt niet. Daarbij is tevens ten aanzien van dit feit niet zonder betekenis dat verdachte de formulieren pas op een later tijdstip heeft ondertekend en naar de Raad voor de Rechtspraak gestuurd. Op dat moment speelde de door de verdachte gestelde hectiek niet meer. Verdachte heeft in de tussenliggende periode voldoende tijd gehad om zich te vergewissen van de juistheid van de invulling van die formulieren. Tevens blijkt uit het voorhanden zijnde dossier dat alle vier de formulieren op een andere datum zijn ondertekend door verdachte. Te weten op data tussen 13 oktober 2009 en 27 oktober 2009. Het hof is dan ook van oordeel dat dit een bewuste handeling moet zijn geweest.

Met betrekking tot de ten laste gelegde feiten overweegt het hof nog dat juist van een advocaat mag worden verwacht dat hij bij het opmaken van deze geschriften grote zorgvuldigheid betracht. De verdachte had zich ervan moeten vergewissen dat hij de formulieren ‘Verklaring optreden piket’ op de juiste wijze had ingevuld. Voorts is het hof van oordeel dat het verweer van de verdachte dat hij niet of niet volledig op de hoogte zou zijn geweest van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand geen doel kan treffen. Van een piketadvocaat mag namelijk verwacht worden dat hij op de hoogte is van de desbetreffende regelingen.

Ten slotte overweegt het hof, anders dan de rechtbank, dat het feit dat het steeds om relatief beperkte bedragen ging niet kan bijdragen aan de conclusie dat slechts sprake is geweest van administratieve fouten en slordigheden.

Alles overziende komt het hof tot de slotsom dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de piketformulieren opzettelijk valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken.

Het hof verwerpt dan ook het verweer.

Bewezenverklaring

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 1.500.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF