Veroordeling wegens grootschalige bankenfraude gepleegd door ‘fraudeclubje’

Rechtbank Den Haag 4 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9244 Verdachte heeft zich gedurende anderhalf jaar op professionele wijze schuldig gemaakt aan grootschalige fraude. Deze fraude betrof het medeplegen van diefstal (met valse sleutels), valsheid in geschrift, het gebruik van valse documenten, oplichting en gewoontewitwassen. De daders deden zich voor als rekeninghouders van bankinstellingen en creditcardhouders van een creditcard maatschappij. Er werden bankrekeningnummers gewijzigd, kredieten en extra creditcards aangevraagd. Op deze manier werd op grootschalige wijze geld van de rekeninghouders en creditcardmaatschappijen afhandig gemaakt en werden grote bedragen middels contante geldopnames, overboekingen en de aanschaf van dure telefoons weggesluisd. Verdachte fungeerde als incasseerder van het samenwerkingsverband dat door hemzelf als ‘fraude clubje’ werd aangemerkt.

Verdenking

De verdenking komt er op neer dat verdachte zich al dan niet samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan grootschalige fraude met bankgegevens. Deze fraude wordt hem verweten onder vier feiten, te weten medeplegen van: diefstal met valse sleutels, subsidiair heling (feit 1), valsheid in geschrifte (feit 2), oplichting (feit 3) en witwassen (feit 4).

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten onder 1 primair, 2 eerste en tweede cumulatief, 3 en 4 ten laste gelegd, integraal wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten bepleit.

Beoordeling rechtbank

Feit 1

Vanaf 1 september 2011 tot en met 7 september 2012 stond in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder de handelsnaam ‘Fly Moments’ een eenmanszaak ten name van verdachte ingeschreven.

Slachtoffer A. heeft op 11 augustus 2013 aangifte gedaan van fraude met zijn bankrekening. In de periode van 29 juni 2013 tot en met 4 juli 2014 is €3.450 overgeschreven naar de bankrekening van Fly Moments. Slachtoffer C. heeft op 17 oktober 2013 aangifte gedaan van diefstal van haar damestas met daarin haar bankpas en identiteitsbewijs rond 18 juli 2013. Slachtoffer D. heeft op 21 december 2013 aangifte gedaan van oplichting. Hij heeft verklaard dat hij zijn bankpas met pincode heeft afgegeven aan persoon B. en dat hij in ruil daarvoor €1.000 heeft gekregen. Op zijn naam is valselijk een studentenlimiet aangevraagd ter hoogte van €5.000 waarna €4.500 is overgemaakt naar bankrekening rekeningnummer ten name van FlyMoments. Slachtoffer G. heeft op 22 november 2013 aangifte gedaan van onder meer verduistering en valsheid in geschrift. Zij heeft haar bankpas en pincode gegeven aan ene persoon C. en vervolgens is zonder haar medeweten, op haar naam een studentenkrediet van €5.000 aangevraagd. Er is op 13 november 2013 €2.750 overgemaakt naar de bankrekening van Fly Moments. Slachtoffer I. heeft op 21 maart 2014 aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift. Zij verklaarde dat haar bankpas en paspoort waren weggenomen en dat een studentenlimiet van €5.000 met haar bankrekening met nummer rekeningnummer was aangevraagd. Op 13 januari 2014 is €3.000 overgeboekt naar de bankrekening van Fly Moments zonder medeweten van slachtoffer I.

Uit niets blijkt dat bovengemelde personen toestemming hebben gegeven dat geld dat hen toebehoorde, mocht worden overgeschreven naar de bankrekening van Fly Moments. Uit het feit dat zij aangifte hebben gedaan volgt het tegendeel. Voor zover door enkelen van hen toestemming zou zijn gegeven om hun bankpas en bankrekeningnummer te gebruiken, derhalve als katvanger op te treden, volgt hieruit niet dat zij daarmee ook de toestemming hebben gegeven dat hun eigen geld werd overgemaakt naar Fly Moments. Aldus stelt de rechtbank vast dat sprake is van wederrechtelijk wegnemen van deze bedragen.

Uit het voorgaande volgt dat vaak op dezelfde dag of binnen enkele dagen nadat de geldbedragen op de bankrekening van Fly Moments waren overgeschreven, deze geldbedragen nagenoeg geheel afgeschreven werden voornamelijk middels contante opnames en overboekingen naar de privérekening van verdachte. Blijkens de verklaring van verdachte was hij de enige die kon beschikken over de gelden van de bankrekening van Fly Moments en hieruit leidt de rechtbank af dat door of namens verdachte deze bedragen van de rekening van Fly Moments zijn afgehaald.

Ten aanzien van voornoemde personen en slachtoffer B., slachtoffer D. en slachtoffer E. geldt dat er zonder hun toestemming geldbedragen van hun bankrekeningen zijn afgeschreven. Deze gelden zijn evenwel niet direct ten gunste gekomen van de bankrekening van FlyMoments. De rechtbank is – anders dan de officier van justitie - van oordeel dat in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden is voor verdachtes betrokkenheid bij deze specifieke bedragen. De rechtbank zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.

Van slachtoffer F. en slachtoffer S. zijn in het dossier geen aangiften aangetroffen zodat het wederrechtelijke karakter van de overschrijvingen ten laste hun bankrekening niet kan worden vastgesteld. Alhoewel, gezien het feit dat Fly Moments toen al niet meer bestond, er wel vraagtekens zijn te zetten bij de door hen overgeschreven bedragen, is dat onvoldoende voor het wettig en overtuigend bewijs dat deze bedragen ook daadwerkelijk wederrechtelijk zijn weggenomen. Ook van deze onderdelen van de tenlastelegging zal de rechtbank verdachte vrijspreken. Voorts blijkt uit het dossier niet dat verdachte deze bedragen heeft weggenomen door middel van een valse sleutel (zoals valse bankpassen). Ook van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte vrijgesproken.

Medeplegen

Verdachte heeft verklaard dat hij zich sinds 2010 schuldig heeft gemaakt aan fraude en dat hij deel uitmaakte van een ‘fraudeclubje’. De leden van dit fraudeclubje waarvan verdachte - behalve M.O. (‘M.’) - geen namen wilde noemen legden zich toe op verschillende soorten van fraude. Zij ronselden samen katvangers. Het kwam er volgens verdachte op neer dat als zij iemand konden misbruiken, dat zij dat dan deden.

Blijkens verdachtes verklaring hadden de verschillende leden van het ‘fraudeclubje’, verschillende rollen en taken. Zo was er iemand die websites namaakte van onder meer ICS en American Express. Deze persoon verzorgde ook de ‘phishing’ mails. M.O. ‘M.’ fungeerde als tussenpersoon tussen voornoemde persoon en verdachte. Verdachte was de hoofdontvanger van bankpassen behorende bij bankrekeningen van de katvangers. Er zaten nog een of twee personen tussen hem en de uiteindelijke rekeninghouders. Ook was het de taak van verdachte om het binnenkomende geld te verdelen. M.O. ‘M.’ en de websitebouwer kregen hun aandeel en de katvangers en de tussenpersonen kregen hun deel.

Gelet op de taakverdeling was verdachte niet bij elk specifieke aspect van de fraude zelf direct betrokken. Hij wist evenwel overal van, kreeg een seintje wanneer er geld op de bankrekening stond, waarna hij het er af kon halen en deelde mee in de opbrengst. Uit de aangiftes van slachtoffer D. en slachtoffer G. volgt dat in deze zaak - onder meer - gebruik is gemaakt van persoon B. en persoon C. In de telefoon van verdachte is een nummer aangetroffen met de naam persoon B. en telefoonnummer. Dit nummer behoort bij persoon B.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij het stelen van de geldbedragen van de rekeningen van bovengenoemde personen.

Conclusie ten aanzien van zaaksdossier Fly Moments

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging meermalen schuldig heeft gemaakt aan diefstal ter hoogte van een bedrag van €16.200.

Zaaksdossier 9 Iphones

Op 26 november 2014 is namens International Card Services (ICS) aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift ten aanzien van hun cliënt: slachtoffer L. Slachtoffer L. verklaarde dat hij heeft gereageerd op een ‘phishingmail’, dat hij zijn gegevens op een ‘webportal’ heeft ingevuld, dat hij geen adreswijziging naar Den Haag heeft doorgegeven, dat hij geen ‘upgrade’ naar een MasterCard Gold heeft aangevraagd, geen MasterCard Gold met nummer rekeningnummer heeft ontvangen en daarmee geen transacties heeft gedaan. Uit nader onderzoek bleek onder meer dat het adres van dit account is gewijzigd naar adres te Den Haag en dat het account is gewijzigd van Classic naar Gold.

Op 31 oktober 2014 wordt tussen 16:04 uur en 21:53 uur ten laste van deze creditcard €8.444 uitgegeven. Uit onderzoek naar waar deze uitgaven zijn gedaan en de plaatsen waar het telefoonnummer van verdachte ten tijde van deze uitgaven zendmasten aanstraalt, blijkt het volgende.

Er zijn twaalf transacties gedaan waarvan de eerste een betaling van €2 bij een parkeergarage betreft. Van dit tijdstip zijn geen gegevens van het telefoonnummer van verdachte beschikbaar. Vervolgens worden twee transacties bij electronicazaken in Den Haag en vijf transacties in electronicazaken in Rotterdam gedaan. Verdachtes telefoonnummer straalt ten tijde van elke aankoop zendmasten in de directe omgeving aan. Vervolgens worden contante opnames in Rotterdam gedaan waarvan geen gegevens van de telefoon van verdachte beschikbaar zijn. Ten slotte wordt getracht om bij een Shell pompstation te Dordrecht een transactie van €400 te doen. Verdachtes telefoonnummer straalt ten tijde van deze poging tot transactie een zendmast in de directe omgeving aan.

Op 15 januari 2015 is namens American Express aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift ten aanzien van hun cliënt slachtoffer J. Slachtoffer J. Had een accountnummer met daaraan gekoppeld een creditcard met hetzelfde nummer. Zonder dat slachtoffer J. wist dat haar inloggegevens werden gewijzigd. Vervolgens werd, zonder dat zij noch haar zoon daarvan op de hoogte waren, een creditcard op naam van zoon aangevraagd en met een accountnummer afgegeven. Ten laste van het account van slachtoffer J. zijn met deze creditcard goederen gekocht met een totale waarde van €5.118,35.

Op 9 februari 2015 is namens American Express aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift ten aanzien van slachtoffer K. te Amsterdam. Uit onderzoek van American Express bleken bovenstaande persoonsgegevens niet te bestaan. Op 5 november 2014 werden ten last van deze creditcard goederen voor in totaal €1.589 gekocht in onder meer de Media Markt en de Amac.

Op 10 november 2014 is de woning van verdachte en de bij verdachte in gebruik zijnde auto doorzocht. In het handschoenenkastje van deze auto werd een kassabon inclusief pinbon aangetroffen van de aankoop door zoon met een American Express pas eindigend op -2019 van een Iphone 6 ter waarde van €699 op 17 oktober 2014 om 20.31 uur bij de Amac aan de Lijnbaan te Rotterdam. Het telefoonnummer van verdachte is getapt en uit de tapverslagen blijkt dat verdachte op 17 oktober 2014 om 20.20 uur werd gebeld en dat verdachte zei dat ze binnen zijn. De telefoon van verdachte straalde op dat moment een zendmast in de nabijheid van de Lijnbaan in Rotterdam aan. In de telefoon van verdachte werd een afbeelding van een brief aangetroffen van American Express op naam van voorletters zoon.

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte, gelegen aan de adres te Delft, zijn vier Iphones, nieuw in de verpakking, met aankoopbon aangetroffen. Uit de aankoopbonnen blijkt dat op 31 oktober 2014 om 18.18 uur een Iphone 6 ter waarde van €699 en om 19.26 uur twee Iphones 6 met een gezamenlijke waarde van €1.398 zijn betaald middels een Mastercard eindigend op -4884 (hetgeen de laatste nummers betreft van de creditcard op naam van G. slachtoffer L. ) bij Amac aan de Lijnbaan te Rotterdam. De andere Iphone 6 is op 6 november 2014 om 17.01 uur aangeschaft voor €699 middels een creditcard eindigend op -1000 bij de Amac gevestigd aan de Lijnbaan te Rotterdam. Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte is ook de creditcard ten name van slachtoffer K. in beslag genomen met accountnummer.

Voornoemde Iphones zijn aangeschaft door middel van extra creditcards die niet door de houders van de rekeningen waren aangevraagd en met een creditcard op een niet bestaande naam. De rekeningen behorende bij de creditcards konden niet met deze bedragen worden belast zodat deze bedragen aldus zijn weggenomen van ICS en American Express. Ten aanzien van de rol van verdachte hierbij overweegt de rechtbank als volgt. Vier van de Iphones zijn bij verdachte thuis aangetroffen. Bovendien straalde de telefoon van verdachte ten tijde van de aanschaf van drie van deze aangetroffen Iphones zendmasten aan in de directe omgeving van de locatie waar de Iphones werden aangeschaft en verdachte had één van de creditcards in zijn bezit. Bovendien werd één van de kassabonnen in het handschoenenkastje van zijn auto gevonden. Ten aanzien van de aankopen ten laste van de creditcard van slachtoffer L. straalt het telefoonnummer van verdachte vrijwel vanaf het begin van de aankopen tot aan de laatste poging tot betaling met die creditcard, zendmasten in de directe omgeving aan. In het licht hiervan en in het licht van verdachtes bekennende verklaringen ten aanzien van de fraude in het algemeen, acht de rechtbank het volstrekt onaannemelijk dat verdachte de bij hem aangetroffen Iphones heeft gekregen als onderpand voor een nog in te lossen schuld van ‘M.’. De rechtbank acht gelet op het voorgaande en op hetgeen de rechtbank hiervoor ten aanzien van medeplegen heeft overwogen, bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging transacties heeft verricht met de creditcards op naam van zoon (op het account van slachtoffer J. ), slachtoffer K. en slachtoffer L.

Conclusie ten aanzien van zaaksdossier Iphones

Voor wat betreft de motivering ten aanzien van het medeplegen verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor daaromtrent heeft overwogen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging meermalen transacties heeft verricht met de creditcards op naam van zoon (op het account van slachtoffer J.), slachtoffer K. en slachtoffer L. en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan diefstal ter hoogte van een bedrag van €15.151,45. Gezien bovengenoemde werkwijze is sprake van diefstal met valse sleutels ten aanzien van creditcardaccounts op naam van slachtoffer L., slachtoffer J. en slachtoffer K.

Feit 2 & 3: Valsheid in geschrifte & oplichting

Op 9 mei 2014 is namens ICS aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift ten aanzien van hun cliënt slachtoffer M. Daarnaast is op 14 augustus 2014 namens ICS aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift ten aanzien van hun cliënten: slachtoffer N., slachtoffer O. jr., slachtoffer U., slachtoffer Q., slachtoffer R., slachtoffer S. en slachtoffer T. In deze aangiften wordt het volgende vermeld: Ten aanzien van voornoemde cliënten zijn zogenoemde “formulieren wijziging bankrekening” naar ICS gestuurd. Op deze formulieren stonden bankrekeningnummers die niet toebehoorden aan de cliënten.

Vervolgens heeft ICS ten aanzien van voornoemde creditcardhouders – met uitzondering van slachtoffer U. en slachtoffer T. waarbij het bij een poging is gebleven– in de periode van 23 maart 2014 tot en met 21 juli 2014 geldbedragen overgemaakt naar voornoemde gewijzigde rekeningnummers en heeft ICS daardoor schade geleden. De overboekingen en het inloggen op de ‘webportals’ van voornoemde cliënten gebeurde met IP-adressen. Deze IP-adressen waren te naam gesteld van de volgende personen:

  • bekende van verdachte
  • moeder van contact verdachte
  • moeder van bekende van verdachte

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van creditcardhouders van ICS, te weten: slachtoffer M., slachtoffer N., slachtoffer O. jr., slachtoffer Q., slachtoffer R., slachtoffer S. en slachtoffer T. formulieren ‘wijziging banrekeningnummer’ valselijk zijn opgemaakt waarna de bankrekeningnummers zijn gewijzigd in bankrekeningnummers (zoals hiervoor weergegeven) die niet toebehoorden aan voornoemde personen (feit 2). Vervolgens is ICS bewogen ten aanzien van de creditcardhouders slachtoffer M. slachtoffer N., slachtoffer O. jr., slachtoffer Q., slachtoffer R. en slachtoffer S. en slachtoffer T. om gelden over te boeken naar deze gewijzigde bankrekeningen (feit 3).

Betrokkenheid verdachte en medeplegen

De rechtbank heeft onder feit 1 overwogen dat verdachte nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt om te frauderen met bankgegevens. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij daaromtrent heeft overwogen. Verdachte heeft verder verklaard dat het ‘fraudeclubje’ waar hij toe behoorde zich bezighield met ‘phishing’, waarbij verdachte specifiek heeft uitgelegd hoe deze fraude in zijn werk ging. Er werd via de mail een link gestuurd naar een nep website van ICS waarop werd verzocht om gegevens in te vullen. Vervolgens werd door middel van het wijzigingsformulier het bankrekeningnummer gewijzigd naar een bankrekeningnummer van iemand die zij hadden geronseld. Verdachte was er verantwoordelijk voor om zoveel mogelijk bankrekeningnummers te verzamelen die gebruikt werden om te koppelen aan de creditcard accounts. In bovengenoemde gevallen zijn de bankrekeningnummers op deze wijze gewijzigd. Uit verdachtes verklaring leidt de rechtbank af dat verdachtes rol hierbij met name was het aanleveren van de bankrekeningnummers die op de wijzigingsformulieren werden ingevuld. Deze verklaring van verdachte wordt ondersteund door de aanwezigheid van veel identifiers van verschillende banken waaronder banken behorende bij voormelde bankrekeningnummers. In onderhavige zaak is, gelet op voormelde bevindingen omtrent de IP-adressen, samengewerkt met bekende van verdachte en contact van verdachte.

Verdachtes betrokkenheid bij onderhavige feiten blijkt verder uit de verklaring van verdachte van 12 november 2014, zoals hiervoor is weergegeven. Verdachte verklaarde toen dat hij geld contant heeft opgenomen en gepind van een bankrekening waarnaartoe gelden waren overgeschreven afkomstig van slachtoffer M. Zijn betrokkenheid blijkt voorts uit het feit dat bankpassen van een aantal van de rekeningnummers bij verdachte thuis is aangetroffen. Bovendien wordt in één van de zaken in de telefoon van verdachte een welkomstbericht van ICS aangetroffen op naam van W., welke naam bij het gewijzigde bankrekeningnummer hoorde. Daarnaast komt een andere naam gekoppeld aan een bankrekeningnummer voor in de telefoon van verdachte.

Gelet op bovenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte een belangrijke rol vervulde bij de valsheid in geschrift en de oplichting. Dat betekent dat verdachte nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt om valselijk aan creditcardaccounts gekoppelde bankrekeningen te wijzigen door wijzigingsformulieren in te vullen en naar ICS op te sturen (feit 2) om vervolgens ICS op te lichten (feit 3).

Feit 4: Witwassen

Bij ingebruikneming op 27 december 2011 van de bankrekening Fly Moments, bedroeg het saldo €0. Ten tijde van opheffing van voornoemde bankrekening op 1 juli 2014 bedroeg het saldo €0. In de tussenliggende periode is een bedrag van €62.678,06 bijgeschreven en afgeschreven van deze bankrekening. Van dit bedrag werd €35.035, in de periode van 3 mei 2012 tot en met 16 januari 2014, contant gestort en kon geen legale herkomst worden vastgesteld. Er werd €21.400 overgeboekt van andere bankrekeningen naar deze bankrekening nadat de eenmanszaak Fly Moments was opgeheven. Op 20 december 2010 bedroeg het saldo van de bankrekening met nummer rekeningnummer tenaamgesteld van voorletters achternaam verdachte €96,70. Op 7 augustus 2014 bedroeg het saldo - €503,72. In de tussenliggende periode is een bedrag van €143.745,20 bijgeschreven en er werd €144.345,62 afgeschreven van deze bankrekening. Van dit bedrag werd €54.470,60, in de periode van 9 februari 2011 tot en met 7 april 2014 contant gestort. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor op 11 november 2014 – zoals hiervoor is weergegeven – verklaard dat de contante stortingen ter hoogte van €35.035 respectievelijk €54.470,60 op de bankrekening van FlyMoments en zijn privé rekening afkomstig waren van fraude. Tijdens het verhoor van verdachte op 10 november 2014 – zoals hiervoor is weergegeven – heeft verdachte verklaard dat niemand anders dan hijzelf beschikking had over de bankrekening van FlyMoments en zijn eigen privérekening.

Zoals hiervoor al weergegeven, is in de auto die door verdachte werd gebruikt, een aankoopbon aangetroffen van de aankoop door zoon met een American Express pas eindigend op -2019 van een Iphone 6 ter waarde van €699 op 17 oktober 2014 om 20.31 uur bij de Amac aan de Lijnbaan te Rotterdam. Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte zijn vier Iphones 6 nieuw in de verpakking aangetroffen. Deze Iphones, ter waarde van €699 per stuk zijn aangeschaft op 31 oktober 2014 en 6 november 2014 met creditcards van slachtoffer L. en slachtoffer K.

Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen acht zij bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal (feit 1), valsheid in geschrift (feit 2) en oplichting (feit 3). Daarbij acht de rechtbank ten aanzien van feit 1 bewezen dat verdachte met uit diefstal afkomstige gelden telefoons heeft aangeschaft met een totaalbedrag van €3.495. Ten aanzien van feit 1 acht de rechtbank bewezen dat een bedrag ter hoogte van €16.200, – afkomstig uit diefstal – is overgemaakt naar de bankrekening van FlyMoments.

De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande volgt dat op 1 juli 2014 en 7 augustus 2014 er geen positief saldo aanwezig was op voornoemde bankrekeningen. Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte geld heeft overgemaakt naar de bankrekening van Strictly Family Business, dan wel contant geld heeft gestort op die bankrekening dat niet afkomstig was uit bedrijfsactiviteiten zoals de rechtbank later in dit vonnis zal toelichten. Ook anderszins is niet gebleken dat verdachte beschikte over andere bankrekeningen noch zijn er bij hem contante bedragen aangetroffen. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte €16.200, €35.035 en €54.47,60 afkomstig uit eigen misdrijf op zijn bankrekeningen heeft gestort en vervolgens heeft overgedragen dan wel omgezet door het over te schrijven naar andere – niet aan verdachte – ter beschikking staande bankrekeningen, dan wel contant op te nemen en kennelijk uit te geven, dan wel om te zetten. Voor de bij verdachte aangetroffen Iphones ter waarde €3.495 geldt dat hij deze heeft aangeschaft, dan wel heeft laten aanschaffen met gelden afkomstig uit eigen misdrijf. Hij heeft daarmee de werkelijke herkomst van het geld verhuld en dit bedrag witgewassen.

Naast deze bedragen zijn onder feit 4 nog andere bedragen ten laste gelegd. Ten aanzien van de onder het eerste en tweede gedachtestreepje ten laste gelegde bedragen (€26.990 en €15.151 minus €3.495 dat ziet op de Iphones) overweegt de rechtbank het volgende. Deze bedragen zien op diefstal en oplichting waarbij de gelden afkomstig waren van bankrekeningen van derden. De rechtbank kan niet uitsluiten dat verdachte deze gelden contant heeft gestort op zijn eigen bankrekeningen. Immers, verdachte heeft verklaard dat de contante stortingen op zijn bankrekeningen afkomstig waren van fraude. Om dubbeltellingen te voorkomen zal de rechtbank verdachte van deze onderdelen vrijspreken.

Ten aanzien van het onder het zesde gedachtestreepje ten laste gelegde bedrag van €6.150 overweegt de rechtbank dat dit ziet op bedragen middels contante stortingen zijn bijgeschreven ten aanzien van Strictly Family Business in de periode van 7 januari 2014 tot en met 28 juli 2014.

Gelet op de door de rechtbank bewezen geachte feiten mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van de gestorte gelden.

Verdachte heeft tijdens zijn verhoor op 11 november 2014 verklaard dat de contante stortingen op de bankrekening van Strictly Family business als volgt kunnen worden verklaard. Als manager van de rapgroep regelde hij optredens en verkocht hij kleding. De betalingen geschieden vaak contant en hij heeft deze inkomsten op de bankrekening van Strictly Family Busines gestort. Ten aanzien van deze verschillende stortingen heeft verdachte specifiek aangegeven bij welke clubs Strictly Family Business heeft opgetreden en welke bedragen zij daar voor betaald kregen. Het overgrote gedeelte van stortingen zag op inkomsten uit optredens.

De verklaringen van verdachte over de optredens en de kledingverkoop zijn naar het oordeel van de rechtbank verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Gelet op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het Openbaar Ministerie in een dergelijk geval gehouden om die verklaringen nader te onderzoeken. Een dergelijk nader onderzoek is echter niet verricht. De rechtbank zal de officier van justitie niet alsnog in de gelegenheid stellen om onderzoek te verrichten, nu verdachte de verklaring over de optredens en de kleding in november 2014 heeft afgelegd en de bevindingen ten aanzien van de stortingen in augustus 2014 bekend waren. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde witwassen, voor zover dit betrekking heeft op de contante stortingen ter hoogte van €6.150.

Bewezenverklaring

  • Feit 1 primair: medeplegen van diefstal, meermalen gepleegd, en het medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
  • Feit 2 eerste cumulatief: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
  • Feit 2 tweede cumulatief en feit 3: de eendaadse samenloop van opzettelijk gebruikmaken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, Sr, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd en oplichting, meermalen gepleegd;
  • Feit 4: gewoontewitwassen.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

In het nadeel van verdachte heeft de rechtbank voorts nog in aanmerking genomen dat hij, blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 maart 2015 in de afgelopen vijf jaar eenmaal is veroordeeld voor het voorhanden hebben van valse bankbiljetten.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF