Veroordeling wegens bankfraude

Rechtbank Amsterdam 3 mei 2013, LJN CA2296

Verdachte is als een van de verdachten in een onderzoek naar bankfraude aangehouden, waarbij door middel van phishing grote geldbedragen van aangevers zijn weggesluisd en tijdelijk geparkeerd op de rekeningen van begunstigden.

Door "phishing" worden rekeninghouders door personen (phishers) onder valse voorwendselen bewogen tot afgifte van (inlog)gegevens die nodig zijn voor het internet-bankieren. Met die gegevens worden geldbedragen van die bankrekeningen overgemaakt op rekeningen van personen (katvangers), die hun rekening, bankpas en pincode, al dan niet bewust, ter beschikking hebben gesteld. Hierna wordt het geld door personen (cashers) van deze rekeningen opgenomen.

Verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van oplichting, vanwege het ontbreken van bewijs dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde oplichtingshandelingen. Verdachte wordt veroordeeld voor diefstal in vereniging met gebruikmaking van valse sleutels, gezien de kennelijke wetenschap van verdachte dat hij op de hoogte was van het tijdstip waarop het geld naar de rekeningen van katvangers is overgemaakt en de snelheid waarmee dat geld vervolgens contant werd opgenomen. Het enkele voorhanden hebben van dat geld kan wel worden bewezen maar niet als witwassen worden gekwalificeerd. Daarvoor is een aspect van verberging of verhulling van die opbrengst uit eigen misdrijf nodig en hoezeer het ook voor de hand ligt dat verdachte de door hem gepinde geldbedragen heeft uitgegeven of anderszins in het economisch verkeer heeft gebracht, ontbreekt daarvoor bewijs in het dossier.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF