Veroordeling voor op misleidende wijze verlengen van de ten-minste-houdbaar-tot-datum op zuivelproducten zonder voorafgaand onderzoek

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:3570

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het wijzigen van tht-data op verschillende zuivelproducten zonder eerst een HACCP-procedure te volgen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het verhandelen van zuivelproducten waarbij een nieuwe tht-datum over de originele tht-datum heen werd aangebracht of nadat de oorspronkelijke tht-datum was verwijderd.

Door dit handelen heeft verdachte de consument misleid. Het vertrouwen dat de consument moet kunnen stellen in de op het product weergegeven tht-datum is hiermee geschaad. Het zonder toepassing van een deugdelijke procedure veranderen van de tht-datum kan bovendien een gezondheidsrisico met zich brengen.
 

Geldigheid van de dagvaarding (feit 2 en 3)

De raadsman heeft betoogd dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 2 heeft hij daartoe - kort gezegd - aangevoerd dat de verwijzing naar “zuivelproducten” niet specifiek genoeg is en dat ook niet duidelijk is welke HACCP-procedure in de tenlastelegging wordt bedoeld.

Ter zake van feit 3 heeft de raadsman - kort gezegd - betoogd dat het gemaakte verwijt onvoldoende feitelijk is omschreven, nu niet duidelijk is op welke in de tenlastelegging genoemde kenmerken de misleiding betrekking heeft. Bovendien wordt in feit 3 op geen enkele wijze omschreven waarin de gestelde misleiding zou hebben bestaan, aldus de raadsman.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van de feiten 2 en 3 geldig is en overweegt daartoe als volgt.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde is het hof van oordeel dat het in het licht van het dossier voldoende duidelijk is waarop de tenlastelegging betrekking heeft. Zo blijkt uit de tekst van het onder 1 tenlastegelegde op welke zuivelproducten wordt gedoeld bij feit 2 en is het - ook bezien in de context van het dossier - onmiskenbaar dat de misleiding bij feit 3 betrekking heeft op de houdbaarheid van de genoemde producten. Ter terechtzitting is het hof overigens ook gebleken dat (de vertegenwoordiger van) de verdachte de verwijten zoals omschreven in het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begrepen. Het hof verwerpt daarom de door de raadsman gevoerde verweren.
 

Vrijspraak feit 1

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1. Daartoe heeft hij - kort gezegd - aangevoerd dat het enkele wijzigen van een eerder aangebrachte houdbaarheidsdatum geen valsheid in geschrift oplevert. Van valsheid is niet zonder meer sprake, nu het is toegestaan om de ten-minste-houdbaar-tot-datum (tht-datum) op levensmiddelen te wijzigen, aldus de raadsman. Bovendien kan volgens de raadsman niet worden bewezen dat bij verdachte sprake was van een oogmerk tot misleiding.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Vast staat dat verdachte tht-data op verschillende producten, waaronder de in de tenlastelegging genoemde gekoelde zuivelproducten, heeft gewijzigd. Daarbij werd de nieuwe (latere) tht-datum over de oorspronkelijk op de verpakking aangebrachte datum heen gezet dan wel werd de oorspronkelijk aangebrachte tht-datum verwijderd zodat deze originele tht-datum niet langer zichtbaar was.

Het wijzigen van een tht-datum op levensmiddelen levert niet zonder meer een overtreding op van de Warenwet. Onder omstandigheden is het toegestaan om deze datum te wijzigen. Gelet daarop levert het enkele vervangen van de houdbaarheidsdatum niet op een bewezenverklaring van valsheid in geschrift zoals tenlastegelegd onder feit 1.

Daarbij merkt het hof nog op dat in de tenlastelegging enkel is opgenomen dat verdachte een andere tht-datum heeft vermeld dan door de producent was aangegeven. Niet is tenlastegelegd dat verdachte deze nieuwe tht-datum over de oorspronkelijke tht-datum heen heeft aangebracht waardoor deze laatste datum niet meer zichtbaar was of anderszins duidelijk was dat de oorspronkelijke tht-datum was gewijzigd. Het hof zal verdachte aldus vrijspreken van de onder 1 tenlastegelegde valsheid in geschrift.

Gelet op deze beslissing komt het hof niet toe aan de bespreking van het verweer van de raadsman inhoudende dat feit 3 een specialis is van feit 1 en verdachte daarom ter zake van feit 1 had moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
 

Vrijspraak feit 4

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Daartoe heeft hij - onder meer - betoogd dat niet kan worden bewezen dat de tijdens de inspectie op 21 maart 2012 aangetroffen kazen “categorie 2-materiaal” zijn zoals bedoeld in artikel 9 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009. De omstandigheid dat een kaas beschimmeld en opengebarsten is, brengt niet zonder meer met zich dat deze kaas bedorven is en daarmee “categorie 2-materiaal” in voornoemde zin.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Op 21 maart 2012 hebben twee inspecteurs van de NVWA in een opslagruimte van verdachte verschillende beschimmelde kazen aangetroffen. Deze kazen vertoonden grote scheuren en waren door kaasmijt aangetast.

Voor een bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde dient vast te staan dat de aangetroffen kazen bedorven en dus “categorie 2-materiaal” waren. Bij gebrek aan overig bewijsmateriaal acht het hof de enkele bevindingen van de inspecteurs van de NVWA onvoldoende om vast te stellen dat het daadwerkelijk om “categorie 2-materiaal” ging. In dit verband merkt het hof op dat een beschimmelde kaas niet per definitie bedorven is en daarmee behoort tot de hiervoor genoemde tweede categorie, zoals ook door de raadsman is betoogd. Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 4 tenlastegelegde.
 

Vrijspraak feit 5

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 5. Daartoe heeft hij - kort gezegd - naar voren gebracht dat de tijdens de inspectie op 21 maart 2012 aangetroffen kazen in de blokkadehoek stonden en deze dus niet tussen de goede kazen werden bewaard. Voorts brengt het enkele feit dat een tht-datum is verlopen niet met zich dat kaas bedorven is, aldus de raadsman. Bovendien kan volgens de raadsman - met dezelfde motivering als bij feit 4 - niet worden bewezen dat de aangetroffen kazen “categorie 2-materiaal” zijn zoals bedoeld in artikel 9 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof als volgt.

De vertegenwoordiger van de verdachte heeft ter terechtzitting van het hof erkend dat kazen die niet meer goed waren in de tenlastegelegde periode langer bleven liggen bij verdachte dan wettelijk was toegestaan. De Rendac - de “ondernemer” zoals bedoeld in de tenlastelegging - werd door verdachte niet tijdig ingeschakeld om deze kazen te verwerken.

Uit de bewijsmiddelen blijkt echter niet dat verdachte in de tenlastegelegde periode niet tijdig aangifte heeft gedaan van de opslag van kazen die “categorie 1-materiaal” of “categorie 2-materiaal” zijn zoals bedoeld in artikel 9 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009. In dit verband merkt het hof op dat een beschimmelde kaas of een kaas met een verlopen houdbaarheidsdatum niet per definitie bedorven is, zoals ook is opgemerkt door de raadsman. Nu daarmee naar het oordeel van het hof niet onomstotelijk vast staat dat het in de tenlastegelegde periode ging om “categorie 1-materiaal” of “categorie 2-materiaal” zoals bedoeld in de hiervoor genoemde Verordening zal verdachte worden vrijgesproken van het onder 5 tenlastegelegde.
 

Feit 2

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Daartoe heeft hij - kort gezegd - aangevoerd dat verdachte een eigen HACCP-procedure heeft uitgevoerd op de in de tenlastelegging bedoelde zuivelproducten, waarbij producten die niet geschikt zijn voor verdere handel via een aparte procedure uit de verkoop werden gehaald.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

In het bijzonder overweegt het hof als volgt.

Voor een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde dient komen vast te staan dat tht-data op zuivelproducten werden veranderd door verdachte zonder eerst een HACCP-procedure uit te voeren op deze producten.

In de tenlastegelegde periode heeft verdachte tht-data op zuivelproducten veranderd.

Ter terechtzitting van het hof heeft de vertegenwoordiger van de verdachte erkend dat de producten waarbij de tht-datum werd gewijzigd niet altijd zijn onderzocht in een laboratorium. Enkele keren zijn de zuivelproducten wel voor onderzoek naar een laboratorium gegaan. Uit dat onderzoek bleek steeds dat deze producten nog goed waren. Daarom kon verdachte - zo heeft de vertegenwoordiger van de verdachte ter zitting van het hof bevestigd - er vervolgens van uit gaan dat de tht-datum op producten wel gewijzigd kon worden zonder telkens een HACCP-onderzoek naar deze producten te doen verrichten. De vertegenwoordiger van de verdachte was naar eigen zeggen zelf wel in staat om te beoordelen of een product nog goed was.

Uit het voorgaande alsmede uit een aantal afgeluisterde telefoongesprekken - waarin een nieuwe tht-datum werd afgesproken met een klant zonder enig voorafgaand onderzoek van de producten - blijkt dat de tht-data op zuivelproducten door verdachte werden gewijzigd zonder dat enige (deugdelijke) procedure werd uitgevoerd op deze producten om risico’s in te perken. In ieder geval liet verdachte geen HACCP-procedure uitvoeren zoals beschreven in het kwaliteitshandboek over HACCP-procedures waarover zij de beschikking had en waarvan een deel door de raadsman aan het hof is verstrekt. Gelet daarop is het hof van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in feit 2 omschreven verwijt.

Deze verboden gedraging kan aan de rechtspersoon redelijkerwijs worden toegerekend nu zij is verricht in de sfeer van de rechtspersoon, zoals ook niet door de verdachte is bestreden.

Het hof verklaart het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
 

Feit 3

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 3. Daartoe heeft hij - kort gezegd - aangevoerd dat geen sprake is van misleiding door het wijzigen van tht-data. Immers is niet onderzocht of de producten de door verdachte verschafte kenmerken met betrekking tot de houdbaarheid niet (meer) bezaten.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

In het bijzonder overweegt het hof als volgt.

In de tenlastegelegde periode heeft verdachte tht-data op de in de tenlastelegging genoemde zuivelproducten veranderd. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de nieuwe (latere) tht-datum over de originele tht-datum heen werd aangebracht zodat deze originele datum niet langer zichtbaar was dan wel dat de eerder aangebrachte tht-datum was verwijderd.

Het hof is van oordeel dat de hiervoor omschreven handelwijze misleiding (in ieder geval van de consument) oplevert. Doordat de nieuwe tht-datum over de originele datum heen werd aangebracht op de verpakkingen van de in de tenlastelegging vermelde zuivelproducten of de originele tht-datum was verwijderd leek het voor de consument alsof deze nieuwe datum de originele tht-datum was. Ook overigens werd niet vermeld dat de originele tht-datum was gewijzigd. Daarmee bevatten voornoemde verpakkingen steeds een misleidende vermelding ten aanzien van de houdbaarheid. De consument moet er immers van uit kunnen gaan dat de originele tht-datum op de verpakking van een product staat vermeld althans moet de consument het kunnen zien indien er een nadere tht-datum is aangebracht. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in feit 3 omschreven verwijt.

Deze verboden gedraging kan aan de rechtspersoon redelijkerwijs worden toegerekend nu zij is verricht in de sfeer van de rechtspersoon, hetgeen ook niet door verdachte is bestreden.

Het hof verklaart het onder 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
 

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Feit 2

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde wegens strijd met het legaliteitsbeginsel. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de in de tenlastelegging bedoelde HACCP-procedure neerkomt op de door de NVWA in het informatieblad 6 / 15 juli 2009 omschreven microbiologische analyse. Deze microbiologische analyse is niet terug te vinden in wet- en regelgeving, aldus de raadsman.

Oordeel van het hof

Zoals het hof hiervoor reeds heeft overwogen, komt het verwijt dat verdachte in het onder 2 tenlastegelegde wordt gemaakt neer op het wijzigen van tht-data op zuivelproducten zonder eerst een HACCP-procedure uit te voeren op deze producten. Nu verdachte geen enkele HACCP-procedure heeft uitgevoerd, is het hof tot een bewezenverklaring van feit 2 gekomen, wat er verder ook zij van de door de raadsman opgeworpen vraag of er voor een microbiologische analyse zoals bedoeld door de NVWA een wettelijke basis zou zijn. Het hof zal verdachte daarom niet ontslaan van alle rechtsvervolging.
 

Feit 3

De raadsman heeft ten aanzien van feit 3 betoogd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, voor zover de tenlastelegging is gebaseerd op het hiervoor genoemde informatieblad van de NVWA. Als dat zo is, is geen sprake van strijd met enig wettelijk voorschrift, aldus de raadsman.

Oordeel van het hof

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman. Daartoe overweegt het hof dat het onder 3 tenlastegelegde feit niet is gebaseerd op het genoemde informatieblad van de NVWA. De strekking van dit feit komt er naar het oordeel van het hof op neer dat sprake is geweest van misleidende informatie ten aanzien van de houdbaarheid en niet meer dan dat.

Het onder 3 tenlastegelegde is thans strafbaar ingevolge artikel 2, zesde lid, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen in verbinding met artikel 7, eerste lid, onder a, van de Verordening (EU) nr. 1169/2011. In artikel 2 lid 6 van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen is immers bepaald dat het verboden is om in strijd te handelen met artikel 7 van voornoemde Verordening. De strekking van artikel 7, eerste lid, onder a, van deze Verordening is dat voedselinformatie niet misleidend mag zijn ten aanzien van de houdbaarheid, wat in dit geval (zo heeft het hof hiervoor geoordeeld) wel zo was.

Ten tijde van het tenlastegelegde was de in feit 3 omschreven gedraging strafbaar gelet op het bepaalde in artikel 2, eerste lid, in verbinding met artikel 29 van het Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen.

Bewezenverklaring

  • Feit 2: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 4 van de Warenwet, begaan door een rechtspersoon.
  • Feit 3: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8c van de Warenwet, begaan door een rechtspersoon, vijfmaal gepleegd.
     

Strafoplegging

  • Feit 2: een geldboete van €10.000,00
  • Feit 3: 5 geldboetes, elk van €4.000,00

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF