Veroordeling voor onjuiste aangifte omzetbelasting & witwassen: Geen strafvermindering voor verdachte die als getuige door FIOD is gehoord, terwijl hij op dat moment al als verdachte was aangemerkt

Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:741

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

De raadsman van de verdachte heeft met betrekking tot de straf(maat) gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en heeft het hof verzocht hem een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dan wel een taakstraf. De raadsman heeft bepleit dat de verdachte als getuige door de FIOD is gehoord, terwijl hij op dat moment al als verdachte was aangemerkt, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden. De medeverdachten hebben een taakstraf opgelegd gekregen en de raadsman ziet geen reden waarom de verdachte een hogere straf opgelegd zou moeten krijgen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De rechtspersoon bedrijf 1 B.V. heeft zich gedurende een periode van bijna twee jaar schuldig gemaakt aan het doen van onjuiste aangifte omzetbelasting en de verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan die verboden gedraging. De verdachte heeft - in georganiseerd verband - telkens een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven, als gevolg waarvan de Nederlandse samenleving een totaal aan nadeel is berokkend van bijna € 100.000. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het witwassen van de door fiscale fraude verkregen gelden, door deze contant op te nemen, over te dragen dan wel te vergokken in verschillende casino’s.

Gelet op het totale benadelingsbedrag, de duur van de gedraging, het niet beëindigen daarvan uit eigen beweging, de wijze waarop doelbewust is samengewerkt voor gemakkelijk eigen financieel gewin, het doortrapte misbruik van het vertrouwen dat ten grondslag ligt aan het systeem van de Belastingdienst inzake de omzetbelasting, is het hof van oordeel, mede gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vak-inhoud Strafrecht (LOVS), dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals opgelegd door de rechtbank in dit geval zonder meer passend is. Een straf zoals voorgesteld door de raadsman doet in dit geval geen recht aan de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Anders dan de raadsman heeft het hof bij de straf(maat) in overweging genomen, dat de feiten zoals bewezenverklaard in de onderliggende zaak niet gelijk zijn aan de feiten zoals bewezenverklaard in de zaken van de medeverdachten. Ook overigens is er geen aanleiding voor strafvermindering, nu de verdachte, toen hij als getuige in juli 2012 door de FIOD is gehoord, is gewezen op zijn zwijgrecht.

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF