Veroordeling voetballer wegens medeplegen witwassen: Vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden geen straf opgelegd. Verdachte heeft gevolgen van handelen onvoldoende overzien.

Gerechtshof Amsterdam 23 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:492

Op 7 januari 2015 is naam 2 door de rechtbank Amsterdam veroordeeld ter zake van witwassen van een geldbedrag van € 10.000,00 welk bedrag naam 2 heeft aangewend voor de aankoop van een horloge. Dit vonnis is inmiddels onherroepelijk geworden. Dat het geld middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is, staat daarmee vast en wordt overigens ook niet betwist door de verdediging.

De verdachte heeft op 9 december 2013 (telefonisch) en op 12 februari 2014 (op het politiebureau) in zijn verhoren als getuige bij de politie verklaard dat hij € 11.000,00 of € 12.000,00 aan naam 2 heeft gegeven om een horloge van het merk Audemars Piquet voor hem te kopen in Amstelveen. De door hem op 12 februari 2014 afgelegde verklaring heeft de verdachte ondertekend.

Na zijn aanhouding op 7 mei 2014 is de verdachte teruggekomen op deze verklaringen. Hij zou een dag voor zijn eerste verhoor als getuige in de zaak van naam 2 door een vriend van deze naam 2 zijn gebeld, die hem niet alleen vertelde dat naam 2 was aangehouden, maar ook wat hij, verdachte, aan de politie moest vertellen. De verdachte heeft eerst na zijn aanhouding verklaard in het geheel geen geld en ook geen horloge aan naam 2 te hebben gegeven. Hij weet dat naam 2 ‘een boefje’ is, hij zou hem al een jaar niet hebben gezien en alleen soms telefonisch contact met hem hebben. Gelet op de overige bevindingen in het dossier heeft het hof geen reden te twijfelen aan de juistheid van deze naderhand door de verdachte afgelegde verklaring.

Het hof overweegt dat de verdachte door het afleggen van bovengenoemde twee leugenachtige verklaringen heeft verhuld wat de daadwerkelijke herkomst van het geld was. Het hof acht in dit verband van belang dat de verdachte gezien zijn inkomen in staat zou zijn (geweest) het door hem genoemde bedrag aan naam 2 ter beschikking te stellen. Daarnaast acht het hof van belang dat de verdachte in zijn tweede (leugenachtige) verklaring expliciet heeft verklaard: “Ik ga niet liegen over mijn eigen geld.”, terwijl hij eerder in een witwaszaak waarbij naam 2 betrokken was heeft ontkend aan naam 2 geschenken te hebben gegeven, hetgeen de tweede verklaring des te geloofwaardiger en des te meer verhullend maakt.

Dat de verdachte wist dat het geld geen legale herkomst had, blijkt reeds uit de omstandigheid dat hem wordt gevraagd een leugen over de herkomst van een groot geldbedrag op te geven.

Ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen van witwassen beoordeelt het hof deze vastgestelde feiten als volgt. Het hof merkt allereerst op dat van medeplegen slechts sprake kan zijn indien er een voldoende nauwe en bewuste samenwerking is tussen de medeplegers. Daarnaast dient de intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht te zijn. Voor het gewicht van de rol van de medepleger kan als richtlijn gelden dat van de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage mag worden verwacht. De medeplegers dienen een min of meer gelijkwaardige rol te hebben gespeeld.

Het hof overweegt dat de kern van het witwassen - een voortdurend delict - uit het verbergen of verhullen van de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing van bepaalde voorwerpen bestaat.

Gelet op het handelen van de verdachte in de periode van 28 november 2013 tot 7 mei 2014 is het hof van oordeel dat hij met de verklaringen die hij tegenover de politie heeft afgelegd een cruciale rol heeft gespeeld bij het plegen van het als toen nog voortdurende delict van witwassen. Met verdachtes verklaringen wordt immers de criminele herkomst van het geld verhuld en dat is een beslissend onderdeel voor de vraag of sprake is van witwassen. Daarmee heeft de verdachte een dermate wezenlijke bijdrage geleverd aan het onttrekken van het zicht op de opbrengst van een misdrijf, dat de verdachte als medepleger van witwassen dient te worden aangemerkt.

Hoewel de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen, overweegt het hof dat de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de verdachte hem kwetsbaar maken en een makkelijk doelwit voor verkeerde vrienden uit de omgeving waar hij is opgegroeid. Het strafrechtelijk aan de verdachte te maken verwijt is aanwezig, maar het lijdt geen twijfel dat de verdachte de gevolgen van zijn handelen en de juridische duiding daarvan onvoldoende heeft overzien. Het hof acht van belang dat de verdachte zich duidelijk niet heeft laten leiden door financieel gewin, maar kennelijk door misplaatste loyaliteit.
 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF