Veroordeling tot geldboete voor het medeplegen van witwassen

Rechtbank Noord-Nederland 16 januari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:385

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen. Verdachte heeft samen met anderen, met gebruikmaking van een valse werkgeversverklaring en salarisspecificatie, een hypotheek aangevraagd en verkregen voor de aankoop van een woning

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat indien witwassen een voorwerp betreft dat uit eigen misdrijf afkomstig is en het voorhanden hebben daarvan wordt verweten, in beginsel van de witwasser een handeling wordt gevergd die erop gericht is zijn criminele opbrengst veilig te stellen. In dergelijke gevallen moet sprake zijn van een gedraging die gericht is geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. Aan deze voorwaarden is in casu niet voldaan. Het verkrijgen van de hypotheek en het aankopen van de woning dient gezien te worden als één feitelijke handeling. Het doel is altijd geweest het kopen van die woning. Van een specifieke gedraging gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van een voorwerp is geen sprake. De raadsman verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 februari 20131.

Oordeel rechtbank

De rechtbank overweegt op grond van de weergegeven standpunten en de bewijsmiddelen als volgt.

Verdachte heeft voor het verkrijgen van de hypothecaire lening documenten gebruikt die niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Zo heeft hij bij de aanvraag daarvoor een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] overgelegd, terwijl hij nimmer bij deze werkgever in dienst is geweest. De rechtbank leidt dit af uit de gegevens van het UWV en de Belastingdienst en de verklaring van [persoon 2]. Ook is een salarisspecificatie over periode 12 van 2004 (1 november tot 2 november) van [bedrijf 2] met de aanvraag meegezonden, terwijl hij geen recht had op salaris.

Naar aanleiding van de aanvraag heeft [bedrijf 1] een hypotheekofferte uitgebracht, welke door de verdachte is geaccepteerd. De bank heeft daarop een hypothecaire lening verstrekt voor de aankoop van de woning aan de [pleegplaats 2]. Na aankoop van genoemde woning door de verdachte is op 7 februari 2005 ten overstaan van de notaris zowel de hypotheekakte als de transportakte gepasseerd en is de verdachte eigenaar geworden van het onroerend goed. Het bouwdepot ad € 20.000,- is door bank op verzoek van verdachte volledig aan hem overgemaakt.

Ten aanzien van de vraag of sprake is van witwassen overweegt de rechtbank als volgt.

De verdachte heeft op basis van valse documenten geld geleend van [bedrijf 1] Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte bij het verkrijgen van deze hypothecaire lening een misdrijf gepleegd, in casu valsheid in geschrift. De aldus verworven hypothecaire lening heeft de verdachte onmiddellijk, dat wil zeggen rechtstreeks, uit het misdrijf verkregen. Op grond van genoemde hypothecaire overeenkomst heeft de verdachte de beschikking gekregen over een geldbedrag van 233.000 euro, inclusief een bouwdepot van 20.000 euro. Hoewel hij dit niet in handen heeft gehad, kan gezegd worden dat hij dit geldbedrag heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Dat verdachte niet de vrije beschikking had over het geld en het geld niet naar eigen inzicht kon besteden, maakt dit niet anders. Als zodanig is ook dit geldbedrag onmiddellijk uit misdrijf verkregen.

Met dit geldbedrag is vervolgens de woning op het [pleegplaats 2] betaald door overdracht van het geld door tussenkomst van de notaris aan de verkoper van deze woning. Genoemde woning is daarmee eigendom geworden van de verdachte en aldus heeft hij deze woning verworven en voorhanden gekregen. Als zodanig is de woning middellijk, dat wil zeggen niet rechtstreeks, afkomstig uit misdrijf.

Wat aanvankelijk werd verkregen uit misdrijf (de hypothecaire lening en daarmee de aanspraak op een geldbedrag) heeft uiteindelijk geleid tot een volwaardig en legaal eigendomsrecht op de woning, waarmee naar het oordeel van de rechtbank sprake is witwassen.

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is geweest van witwassen tot de datum van aangifte door [bedrijf 1] Op dat moment werd de criminele herkomst van de voorwerpen onthuld.

De raadsman heeft voor het geval de rechtbank niet tot integrale vrijspraak van de verdachte zal overgaan, verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak voor het horen van de [verbalisant 1] en [verbalisant 2] als getuigen en het voegen van het dossier Beeruil. De rechtbank heeft dit verzoek ter terechtzitting van 30 april 2014 reeds gemotiveerd afgewezen. De raadsman heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan thans anders zou moeten worden beslist. De geruchten waarnaar de raadsman heeft verwezen, inhoudende dat Beeruil boven water zou zijn, zijn door het Openbaar Ministerie gemotiveerd bestreden.

Bewezenverklaring

Medeplegen van witwassen.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 9.000.

Gelet op de omstandigheid dat verdachte onvindbaar is gebleken en van hem geen (adres)gegevens bekend zijn, is de rechtbank overgegaan tot de oplegging van geldboete in plaats van een werkstraf.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF