Veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 maanden voor uitkeringsfraude

Rechtbank Midden-Nederland 14 januari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:873

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 mei 2005 tot en met 29 juli 2012 uitkeringsfraude heeft gepleegd.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen:

  • het proces-verbaal werknemersfraude, opgemaakt door A, d.d. 11 februari 2013;
  • een geschrift, te weten een uitdraai van Suwinet, Handhaving – Arbeid en uitkering, d.d. 7-8-2012;
  • een geschrift, te weten een Aanvraag WW, ondertekend d.d. 7 augustus 2006;
  • een geschrift, te weten een Aanvraag WW, ondertekend d.d. 29 oktober 2008;
  • het proces-verbaal verhoor verdachte verdachte, d.d. 26 november 2012.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte op meerdere tijdstippen in de periode van 1 mei 2005 tot en met 29 juli 2012 te Veenendaal en te Rhenen, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 25 van de Werkloosheidswet en/of artikel 49 van de Ziektewet, telkens opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Werkloosheidswet en een uitkering krachtens de Ziektewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, geen opgave gedaan van en opzettelijk nagelaten te vermelden dat hij, verdachte,

  • werkzaamheden verrichtte in een hennepkwekerij en inkomsten had uit opbrengsten van één hennepkwekerij en
  • werkzaamheden had verricht en aldus uit dien hoofde inkomsten had ontvangen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF