Veroordeling medewerker Belastingdienst

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 juli 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5831

Verdachte heeft een criminele organisatie opgericht en daaraan leiding gegeven. Hij heeft zich in dat kader schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en oplichting van de Belastingdienst waarna hij samen met een ander een gewoonte heeft gemaakt van witwassen. Zoals bij de bewijsoverweging uiteen is gezet, is Verdachte het brein achter de gepleegde feiten geweest en heeft hij daarvoor zijn positie als ambtenaar bij de Belastingdienst misbruikt. Verdachte is bewust op zoek gegaan naar eenvoudig te beïnvloeden personen die hem bij de uitvoering van zijn plan konden helpen en heeft hen voor zijn karretje gespannen. Zij zijn daardoor in voor hen niet te voorziene situaties terecht gekomen. Het hof rekent Verdachte zijn handelen ernstig aan.

Het is onduidelijk gebleven wat Verdachtes motief bij dit alles is geweest. Verdachte heeft meermalen benadrukt dat hij eenvoudig leeft en dat hij weinig om geld geeft, welk beeld bevestiging vindt in het dossier en de behandeling ter zitting. Dit laat echter onverlet dat er andere motieven voor Verdachtes handelen denkbaar zijn en doet daarom aan de strafwaardigheid niets af.

Het totale bedrag dat de belastingdienst afhandig is gemaakt bedraagt €432.183. Dat het nadeel dat de Belastingdienst daadwerkelijk heeft geleden uiteindelijk beperkt is gebleven, omdat een groot deel van het weggesluisde geld is teruggevonden, is niet aan Verdachte te danken en maakt niet dat van een ander, lager benadelingsbedrag uit zou moeten worden gegaan.

Bij een benadelingsbedrag van tussen de €250.000 en €500.000 houden de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Straf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tussen de 12-18 maanden in. Dit betreft echter alleen de straf voor de oplichting tot dit bedrag, terwijl Verdachte zich daarnaast ook schuldig heeft gemaakt aan de hierboven reeds opgesomde strafbare feiten terwijl hij daarvoor zijn positie als ambtenaar bij de Belastingdienst heef misbruikt.

Het hof heeft rekening gehouden met de Persoonlijke omstandigheden van Verdachte zoals die blijken uit het dossier en zoals die ter terechtzitting van het hof zijn besproken. Daaruit zijn geen omstandigheden naar voren gekomen die als strafverminderend moeten worden aangemerkt. Het hof heeft voorts acht geslagen op Verdachtes strafrechtelijk verleden, zoals dat blijkt uit een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 11 mei 2017. Verdachte is niet eerder veroordeeld.

De aard en ernst van de gepleegde strafbare feiten, maken dat afdoening middels een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar is.

Het hof waardeert de gepleegde feiten zwaarder dan de rechtbank en de advocaat-generaal en acht in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden passend en geboden.

Nu er echter sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn - de procedure in hoger beroep heeft meer dan 4 jaren geduurd -, die niet (volledig) aan de verdediging kan worden toegerekend, zal het hof Verdachte een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, opleggen. Deze straf is passend en noodzakelijk.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF