Veroordeling Kantoor voor Klanten

Rechtbank Groningen 21 december 2012, LJN BY7644 De rechtbank heeft drie mannen van 38, 47 en 58 jaar veroordeeld tot achttien maanden celstraf voor het versturen van spooknota's van het Kantoor voor Klanten (KvK). De rekeningen en de begeleidende brief die de veroordeelden verstuurden leken op die van de Kamer van Koophandel. In totaal werden bijna 400.000 rekeningen a 149 euro verstuurd en betaalden 530 middenstanders de valse rekening.

Oplichting

De verdachten 1 en 2 hebben in België een onderneming Kantoor voor Klanten BVBA opgericht. Met ingang van 1 oktober 2008 werd als nieuwe zaakvoerder van Kantoor voor Klanten de verdachte 3 benoemd. Door Kantoor voor Klanten werd het concept van de Kamer van Koophandel gebruikt. Door middel van het bedrijf van verdachte 4 heeft men zakelijke adressen gekocht. Vervolgens heeft verdachte 4 in opdracht van het Kantoor voor Klanten een website “Kvkhandelsregister” ontwikkeld en op internet geplaatst.

Er zijn door verdachten opdrachten aan drukkers gegeven om brieven met daaraan een acceptgiro te vervaardigen. Tussentijds is er aan de drukkers opdracht gegeven veranderingen aan te brengen in de brieven. Zo is de zinsnede “Kantoor voor Klanten” gewijzigd in “KvK”.

Er is door medewerkers van de drukkerijen gewaarschuwd dat het te drukken product van het Kantoor voor Klanten te veel leek op dat van de Kamer van Koophandel. Dit heeft verdachten er niet van weerhouden door te gaan met de activiteiten. De drukkers zijn door verdachten er toe verplicht een geheimhoudersverklaring te ondertekenen, wat er toe heeft geleid dat de drukkers hebben besloten niet naar buiten te treden toen zij de gelijkenis onderkenden. Er is bij een drietal banken geprobeerd veranderingen in de acceptgirokaart door te voeren. Dit heeft er toe geleid dat de Rabobank de overeenkomst om acceptgirokaarten te mogen vervaardigen heeft opgezegd. Hierop hebben de verdachten bij andere banken een overeenkomst gesloten. Op de brieven staat een BTW-nummer vermeld dat niet toebehoort aan het Kantoor voor Klanten BVBA, maar aan het Kantoor voor Klantenservice BV, een onderneming waarvan verdachte 5 bestuurder is en waarvan hij ter terechtzitting heeft aangegeven dat er helemaal geen bedrijfsactiviteiten binnen dat bedrijf hebben plaatsgevonden. Op de brief hebben verdachten laten drukken: “Let op nieuw bankrekeningnummer”, terwijl er geen sprake is van een eerder bankrekeningnummer. Nadat het eindproduct klaar was, heeft men een distributiebedrijf ingeschakeld en er voor gekozen om de brieven te laten verzenden op een tijdstip dat vlak voor het tijdstip lag waarin normaliter de Kamer van Koophandel haar brieven verstuurt voor het innen van de contributiegelden.

Van de aangeschreven ondernemers hebben er ongeveer 530 geld overgemaakt op de rekening van Kantoor voor Klanten BVBA. Ongeveer 1255 ondernemers hebben het door het Kantoor voor Klanten gevraagde bedrag overgemaakt op de rekening van de Kamer van Koophandel.

Gelet op

  • de geconstateerde grote gelijkenis tussen de brief met acceptgirokaart en site van het Kantoor voor Klanten enerzijds en de facturen en site van de Kamer van Koophandel anderzijds;
  • het tijdstip waarop de brieven met acceptgirokaarten van het Kantoor van Klanten zijn, althans zouden worden, verstuurd naar de bedrijven (vlak vóór de facturen van de Kamer van Koophandel voor de inning van de jaarlijkse bijdrage);
  • de onterechte aanduiding “ons nieuwe bankrekeningnummer” in de brief van het Kantoor van Klanten;
  • de tussentijdse wijziging van de aanduiding “Kantoor voor Klanten” in “KvK”, welke laatste aanduiding hetzelfde is als de reeds bestaande aanduiding voor de Kamer van Koophandel;
  • het vermelden van het BTW-nummer van een ander bedrijf, waarbinnen in het geheel geen bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden,

in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de verdachten 1, 2 en 3 er bewust voor hebben gekozen om met hun handelen bij de ondernemers de schijn te wekken dat de het gaat om de jaarlijkse inning van de bijdrage voor de Kamer van Koophandel om daarmee te bewerkstelligen dat die ondernemers het gevraagde bedrag overmaken op de bankrekening van het Kantoor van Klanten.

Er is er naar het oordeel van de rechtbank bewust voor gekozen om de stijl van de Kamer van Koophandel te imiteren om zodoende de ondernemers om de tuin te leiden opdat zij het bedrag van € 149 aan het Kantoor voor Klanten zullen betalen. De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de verdachten er naar streefden om met het versturen van 1,4 miljoen facturen éénmalig een grote slag te kunnen slaan en in het geheel niet de intentie hebben gehad om het Kantoor voor Klanten een permanente status te geven. Het gaat naar het oordeel van rechtbank om een samenstel van bedriegelijke handelingen, bedoeld om een valse voorstelling ingang te doen vinden en met name om – gebruikmakend van het vertrouwen dat de Kamer van Koophandel bij ondernemers geniet – gedetailleerde bestudering van de verstuurde acceptgirokaart te voorkomen . Hoewel er wellicht strikt genomen geen onwaarheden op deze acceptgiro staan vermeld, moet één en ander naar het oordeel van de rechtbank toch worden beschouwd als listige kunstgrepen in de zin van artikel 326 Sr. Derhalve kan het handelen van de verdachten 1, 2 en 3 als oplichting worden aangemerkt.

Geen overtreding art. 337 lid 1 sub a juncto lid 3 Sr

De rechtbank oordeelt echter dat niet kan worden bewezen dat de in de tenlastelegging genoemde woord- en beeldmerken “Kantoor voor Klanten BVBA”, “KvKhandelsregister.nl 2009” en “www.kvkhandelsregister.nl” vals, vervalst of wederrechtelijk vervaardigde merken zijn. Uit het dossier en ter zitting is de rechtbank niet gebleken dat de Kamer van Koophandel de term “handelsregister” in welke vorm dan ook heeft geregistreerd. Kantoor voor Klanten heeft voornoemde woord- en beeldmerken wel geregistreerd. Daarbij komt dat de term “handelsregister” niet een benaming is die alleen maar door de Kamer van Koophandel wordt gebruikt, maar die ook elders in het handelsverkeer wordt gebezigd. Er is derhalve geen sprake van een strafbaar handelen in de zin van artikel 337 lid 1 sub a juncto lid 3 Sr.

Auteursrechtinbreuk

Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachten door de brief met acceptgirokaart aan ter verspreiding aan te bieden, in bedrijfsverband (door middel van het Kantoor voor Klanten) inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van de Kamer van Koophandel.

De website en de factuur van de Kamer van Koophandel bezitten een zodanig eigen karakter en persoonlijk stempel van de maker, dat de Kamer van Koophandel, als maker van die werken daarop het auteursrecht, een uitsluitend recht, bezit.

Uit het dossier blijkt dat naast de identieke totaalindrukken van de facturen/brieven van Kamer van Koophandel enerzijds en kantoor voor Klanten anderzijds er ook vele details door Kantoor voor Klanten zijn gekopieerd, waaronder de kleurencombinatie (geel en blauw), de lettertypen en de plaats van de tekstblokken. De positie van het logo, van de geadresseerde, van de afzender, van de kopjes zijn letterlijk overgenomen. De titel “Bijdrage Kamer van Koophandel 2008”is nagenoeg identiek aan de titel “Bijdrage KvKHandelsregister.nl2009”.

De totaalindruk van beide websites is hetzelfde. Het logo in de linkerbovenhoek, de foto rechts daarnaast met een identieke achtergrond, bestaande uit een gebouw met glazen boogwand en enkele zakelijk ogende jonge personen, de kleurencombinatie (blauw, geel en wit) de horizontale menubalk onder het logo en de foto, de indeling van de pagina en de invulvelden. Ook wat betreft het logo dat door Kantoor voor Klanten is gebruikt kan gesteld worden dat dit overeenstemt met het logo dat door de KvK is geregistreerd. Er is nagenoeg identiek kleurgebruik, de Kamer van Koophandel gebruikt 3 gele bollen met elkaar verbonden, omgeven door een witte gloed van licht in blauwe achtergrond. Het Kantoor voor Klanten veranderde de 3 met elkaar verbonden bollen slechts in 4 harten. Dit logo wekt in combinatie met de nagenoeg identieke factuur de stellige indruk dat men te maken heeft met de Kamer van Koophandel.

Geen deelname aan criminele organisatie

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet gezegd worden dat de verdachten deel hebben uitgemaakt van een criminele organisatie. Het is immers vaste jurisprudentie dat van een “organisatie” in de zin van artikel 140 Sr eerst kan worden gesproken als er een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband bestaat. Dat is hier niet het geval; van een meer dan eenmalige samenwerking of oogmerk daarop tussen de verdachten is niet gebleken.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Zie ook

  • Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging nu hij heeft gehandeld in strijd met de Aanwijzing intellectuele eigendomsfraude

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF