Veroordeling directeur van uitzendbureau wegens o.a. feitelijk leidinggeven/opdracht geven aan het opmaken van een valse bedrijfsadministratie en 13 keer het doen van valse aangiften omzetbelasting

Rechtbank 's-Hertogenbosch 26 april 2013, LJN BZ8763

Verdachte heeft zich als directeur van een uitzendbureau met diverse filialen gedurende twee jaar meermalen als feitelijk leidinggever en opdrachtgever schuldig gemaakt aan het opmaken van een valse bedrijfsadministratie, terwijl hij als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting verantwoordelijk was voor een juiste verantwoording aan de fiscus en verdachte alleen al om die reden zijn administratie op orde moest houden, en verder in die hoedanigheid zich heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk doen van een dertiental valse aangiften omzetbelasting. Ook is gebruik gemaakt van een valse WKA-verklaring (Wet Ketenaansprakelijkheid) waarmee een onjuiste voorstelling van zaken werd gegeven over de nakoming van de fiscale verplichtingen van het uitzendbureau.

Verdachte heeft bij het plegen van de strafbare feiten een leidinggevende rol gespeeld en het initiatief genomen.

Verdachte heeft door zijn handelwijze niet alleen een andere ondernemer bloot gesteld aan risicoaansprakelijkheidstelling door de belastingdienst maar hij heeft ook de Nederlandse samenleving als geheel benadeeld, omdat als gevolg van de belastingfraude minimaal € 750.000 te weinig belasting is afgedragen.

Verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag. Hij heeft zich gepermitteerd een luxueus leven te leiden door zeer aanzienlijke bedragen te onttrekken aan een vennootschap die door zijn toedoen niet aan haar financiële verplichtingen jegens de maatschappij voldeed.

Bewezenverklaring

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

  1. medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij tot het plegen van het feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging; 
  2. opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het plegen van het feit opdracht heeft gegeven; 
  3. medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het plegen van het feit opdracht heeft gegeven of feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf voor de duur van 240 en een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF