Veroordeling assistent-accountant wegens verduistering gedurende een periode van ruim 8½ jaar

Rechtbank Limburg 19 december 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:11109

Verdachte heeft in haar functie van assistent-accountant in een periode van ruim 8½ jaar veelvuldig sommen geld verduisterd door op een doortrapte manier geld dat aan haar werkgever toebehoorde naar haar privérekening over te boeken.

Bij het klaarzetten van betalingen in een geautomatiseerd systeem, wat tot haar werk behoorde, voerde zij door haar vervalste facturen (op naam van – slapende – bestaande crediteuren van haar werkgever) in. Vlak voor de betaling daadwerkelijk werd uitgevoerd, veranderde zij het rekeningnummer van de betreffende crediteur in haar eigen rekeningnummer. Meteen na de betaling veranderde zij de gegevens weer opnieuw, zodat het leek alsof de betaling aan de desbetreffende crediteur was gedaan. Pas toen haar werkgever een nieuw betalingssysteem in gebruik nam, waarmee meer gegevens inzichtelijk konden worden gemaakt, kwam verdachtes fraude aan het licht. De bedragen die verdachte zich aldus deed toekomen werden in de loop van de tijd steeds hoger. In totaal heeft zij zich een geldbedrag van ruim € 460.000,- toegeëigend terwijl zij daar geen enkel recht op had en haar werkgever daardoor in ernstige mate werd benadeeld. Zodoende heeft verdachte gedurende een lange tijd op slinkse wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat haar werkgever in haar had gesteld.

De raadsman is van mening dat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard, met dien verstande dat het verduisterde bedrag dient te worden beperkt tot het bedrag dat kan worden gecontroleerd aan de hand van de voorhanden zijnde bankafschriften, te weten € 329.844,35.

De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte en de toelichting die daarop is gegeven door de financieel directeur van [JM], zoals weergegeven in het bovengenoemde proces-verbaal van bevindingen. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de officier van justitie van 28 november 2014, waarin deze de in de aangifte opgenomen bedragen heeft vergeleken met de voorhanden zijnde bankafschriften, blijkt dat waar de afschriften aanwezig zijn alle door aangever genoemde bedragen juist zijn. De rechtbank gaat er daarom van uit dat ook de bedragen juist zijn waarvan geen bankafschriften voorhanden zijn. Zij stelt dan ook op grond van de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen betreffende een toelichting op de aangifte, gelezen in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van de officier van justitie, vast dat verdachte het gehele tenlastegelegde bedrag van in totaal ongeveer € 462.215,85 heeft verduisterd.

Het oriëntatiepunt van het LOVS dat ziet op de bestraffing van deze vorm van fraude, waarbij het benadelingsbedrag ligt tussen € 250.000,- en € 500.000,-, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 tot 18 maanden.

Gelet op de hoogte van het benadelingsbedrag (het verduisterde geldbedrag) van ruim € 460.000,- gaat de rechtbank bij de bepaling van de op te leggen straf uit van dit oriëntatiepunt. In strafverzwarende zin houdt zij rekening met de omstandigheid dat verdachte de bewezenverklaarde verduistering gedurende een zeer lange periode van maar liefst 8½ jaar heeft gepleegd. Daarnaast is de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat noch de labiele persoonlijkheid van verdachte noch haar 61-jarige leeftijd een aanleiding vormt om in strafmatigende zin af te wijken van genoemd oriëntatiepunt.

De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden passend.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF