Rb veroordeelt 47-jarige man voor witwassen. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van (gewoonte)witwassen, dat is gericht op het veiligstellen van uit misdrijf afkomstige opbrengsten.

Rechtbank Overijssel 4 november 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:6588

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen, dan wel zich (meermalen) heeft schuldig gemaakt aan witwassen dan wel aan schuldwitwassen.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

De verdediging heeft hiertoe allereerst aangevoerd dat de taps en de observatie onvoldoende feiten en omstandigheden weergeven waaruit een redelijk vermoeden van schuld aan het strafbare feit witwassen kan worden afgeleid, hetgeen met zich meebrengt dat de politie geen bevoegdheid had om het voertuig te doorzoeken op grond van artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering. Nu de doorzoeking onrechtmatig is, is ook de inbeslagname van het geldbedrag in het voertuig onrechtmatig. De doorzoeking van de woning aan de [adres] te Amstelveen is gelet hierop eveneens onrechtmatig.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het niet anders kan zijn dan dat het inbeslaggenomen geld en de uit documenten blijkende gelden uit enig misdrijf afkomstig zijn. Verder kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat indien de gelden wel uit enig misdrijf afkomstig zijn, verdacht dit wist.

Oordeel rechtbank

Ten aanzien van de stelling van de verdediging dat de taps en de observatie onvoldoende feiten en omstandigheden weergeven waaruit een redelijk vermoeden van schuld aan het strafbare feit witwassen kan worden afgeleid, overweegt de rechtbank dat de startinformatie in combinatie met de informatie uit de taps en de observatie voldoende concreet en gedetailleerd was voor het aannemen van een redelijk vermoeden dat verdachte zich schuldig maakte aan witwassen. Gelet hierop was de doorzoeking in de Ford Focus en hiermee de daarop gevolgde doorzoeking in de woning aan de [adres] te Amstelveen rechtmatig.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat niet is vastgesteld dat het inbeslaggenomen geld en de uit documenten blijkende gelden een illegale herkomst hebben. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Voor een veroordeling ter zake (gewoonte)witwassen dient te worden bewezen dat geldbedragen van misdrijf afkomstig waren. Gebleken is dat er handelingen plaatsvonden onder omstandigheden die, in de context van de gebeurtenissen en in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van – en daarmee kenmerkend voor – witwassen zijn aan te merken. Het is een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Verdachte kreeg op 28 juli 2014 een groot contant geldbedrag van € 94.720,- overhandigd, verpakt in een schoenendoos in een boodschappentas. Voorts is bij verdachte een geldtelmachine en een groot contant geldbedrag in beslag genomen en heeft hij verklaard dat hij sinds april 2014 grote contante geldbedragen ontving, die hij vervolgens dezelfde dag of de volgende dag weer overdroeg aan een andere persoon, hetgeen overeenkomt met de gegevens zoals door verdachte verwerkt in de onder hem inbeslaggenomen administratie. Het in een plastic tas zonder enige verdere bescherming vervoeren van grote hoeveelheden chartaal geld en het in het bezit hebben van grote hoeveelheden chartaal geld is zeer ongebruikelijk, onder meer vanwege de veiligheidsrisico’s. Crimineel geld maakt het kennelijk de moeite waard dat risico te lopen. Bovendien is niet gebleken dat, na de aanhouding van verdachte en de inbeslagname van het geld, iemand het geld heeft opgeëist.

Voornoemde omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte worden verwacht dat hij een verifieerbare verklaring geeft over de herkomst van het geldbedrag. Verdachte heeft echter geen verifieerbare gegevens verstrekt inhoudende dat de bij hem aangetroffen geldbedragen en de geldbedragen die in de administratie zijn verwerkt mogelijk op legale wijze zijn verkregen. Ook overigens biedt het dossier geen enkele aanwijzing dat de aangetroffen geldbedragen en de geldbedragen die in de administratie zijn verwerkt op legale wijze zijn verkregen. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat het niet anders kan of het inbeslaggenomen geld en de uit de documenten blijkende gelden hebben een illegale herkomst en dat verdachte dit heeft geweten. Bovendien heeft hij ter zitting verklaard dat hij (welbewust) geen navraag heeft gedaan naar de herkomst van de gelden.

De rechtbank overweegt dat voor het overige sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte heeft namelijk ter terechtzitting d.d. 21 oktober 2014 onder meer het volgende verklaard:

“De gevonden notities zijn van mij. Op deze notities staat het geld dat aan mij overhandigd werd en dat ik doorgaf aan een andere persoon. Ik hield mij hier sinds april 2014 mee bezig. Ik heb nooit gevraagd waar het geld vandaan komt. Ik wilde dit niet weten. Hoe minder ik weet, hoe beter het is voor mij. Ik weet dat er risico’s aan zitten. Op 28 juli 2014 kreeg ik een hoeveelheid geld overhandigd.”

De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van diverse grote geldbedragen. Gelet op het grote aantal transacties is de rechtbank van oordeel dat het wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

Bewezenverklaring

Van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF