Veroordeling algemeen directeur abortuskliniek voor valsheid in geschrifte en oplichting: verzuimd de benodigde maatregelen te nemen om fraude te voorkomen

Gerechtshof Den Haag 21 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2056 Verdachte was er als directeur verantwoordelijk voor dat de Stichting ten onrechte subsidie aanvroeg voor abortusbehandelingen van buitenlandse patiënten, waarvan in het geheel niet vaststond noch was gecontroleerd of zij daadwerkelijk hiervoor in aanmerking kwamen, door in strijd met de waarheid formulieren in te vullen. Hierdoor heeft zij de verzekeraar bewogen tot afgiften van geldbedragen waar de Stichting achteraf geen recht toe had.

Verdenking

Aan verdachte is ten laste gelegd:

  • Feit 1: Verduistering in dienstbetrekking.
  • Feit 2: Feitelijk leidinggeven dan wel opdracht geven aan valsheid in geschrift.
  • Feit 3 primair: Feitelijk leidinggeven dan wel opdracht geven aan verduistering.
  • Feit 3 subsidiair: Feitelijk leidinggeven dan wel opdracht geven aan oplichting.
  • Feit 4 primair: Witwassen.
  • Feit 4 subsidiair: Schuldwitwassen.

Vrijspraak

Feit 1

Naar het oordeel van het hof is overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 is tenlastegelegd.

Feit 3 primair

Voorts is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen onder 3 primair ten laste is gelegd, gelet op het ontbreken van bewijs voor het tijdstip van het ontstaan van het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening van de tenlastgelegde bedragen, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Feit 4

Ter zake van feit 4 is het hof van oordeel dat de verdachte als feitelijk leidinggevende slechts verantwoordelijk kan worden gehouden voor de onterechte ontvangst van subsidie voor niet subsidiegerechtigden over de jaren 2007 en 2008. Dit betreft een bedrag dat op het totaal van de begroting van de Stichting van dusdanig geringe omvang is, dat het niet aangaat salarisbetalingen uit het overigens rechtmatig verkregen budget van de Stichting als witwassen aan te merken, laat staan de handelingen die verdachte ten aanzien van haar salaris heeft verricht, aangezien het hof bij het bepalen van een oordeel over feit 4 alleen heeft te oordelen over het handelen van de verdachte en niet over het handelen van de Stichting. Derhalve kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij hiervan dient te worden vrijgesproken.

Standpunt verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte niet feitelijk leiding heeft gegeven aan de onder 2 en 3 subsidiair bewezenverklaarde gedragingen, nu zij daarmee geen feitelijke bemoeienis heeft gehad en zij daarvoor, gezien de interne organisatie, ook niet verantwoordelijk was.

Oordeel hof

Verdachte droeg binnen de organisatie als visie uit dat vrouwen die bij de stichting aanklopten voor een abortus geholpen dienden te worden ook als zij daarvoor niet of niet geheel konden betalen. Er werd niet vastgelegd wie welk bedrag contant had betaald, zodat niet te verifiëren was welke patiënten betaalde hulp hadden ontvangen. Verder werd niet vastgelegd of en zo ja, op welke manier, was vastgesteld of een patiënt subsidiegerechtigd was. Uit diverse verklaringen van medewerkers van de kliniek blijkt dat de verdachte hiervan op de hoogte was en terughoudendheid voorstond en ook uitdroeg als het ging om het vaststellen van de woonplaats van patiënten in verband met al dan niet vermeende schending van privacy bepalingen. Verdachte was als algemeen directeur verantwoordelijk voor de subsidieaanvragen en de administratieve onderbouwing daarvan. Zij oefende geen controle uit op het tot stand komen van de cijfermatige basis onder de subsidieverzoeken.

Door enerzijds te bevorderen dat er ondeugdelijk werd geadministreerd en anderzijds geen controle uit te oefenen op het proces van subsidieaanvragen en de onderbouwing daarvan, heeft verdachte als algemeen directeur verzuimd de benodigde maatregelen te nemen om fraude te voorkomen en daarmee willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de ten laste gelegde gedragingen konden plaatsvinden.

Bewezenverklaring

Feit 2: Valsheid in geschrifte, terwijl zij hieraan feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.

Feit 3 subsidiair: Oplichting, terwijl zij hieraan feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot voorwaardelijke een geldboete van €25.000 met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF