Veroordeling aannemer wegens dood door schuld na koolmonoxidevergiftiging

Rechtbank Amsterdam 12 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6194

Op 21 januari 2009 wordt in een benedenwoning te Amsterdam het lichaam aangetroffen van het slachtoffer. Het slachtoffer is overleden door een koolmonoxidevergiftiging. De eigenaar van de woning heeft het bouwbedrijf A gevraagd de woningen te renoveren. Eind oktober 2008 is de renovatie gestart. Verdachte van bouwbedrijf B is de aannemer. De eigenaar van de woning heeft met verdachte onder meer afgesproken dat de schoorsteen zou worden afgebroken. Hij heeft gezien dat de schoorsteen weg was op alle verdiepingen tot en met de eerste.Verdachte heeft verklaart dat hij hiervoor zzp’ers heeft ingehuurd en dat hij op 22 oktober 2008 is begonnen met slopen. Verdachte heeft de supervisie en is eindverantwoordelijk voor het renoveringsproject.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de koolmonoxide die heeft geleid tot de vergiftiging waaraan slachtoffer is overleden, het gevolg is van een verstopping in het rookgaskanaal van de kachel en of deze verstopping is veroorzaakt door de verbouwingswerkzaamheden die onder verantwoor- delijkheid van verdachte zijn uitgevoerd. Voorts dient de vraag beantwoord te worden of – indien vastgesteld is dat de verstopping de oorzaak is van de koolmonoxidevergiftiging – verdachte daarvoor (strafrechtelijk) verant- woordelijk kan worden gehouden.

Standpunt Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat is komen vast te staan dat slachtoffer is overleden aan een koolmonoxidevergiftiging. Uit onderzoek is gebleken dat het rookgaskanaal door puin is geblokkeerd en dat door deze blokkade de gashaard zijn rookgassen niet kwijt kon in het rookgaskanaal met als gevolg dat er een onvolledige verbranding heeft plaatsgevonden, waardoor giftige rookgassen in de woon/slaapkamer zijn terecht gekomen. Uit de afgelegde verklaringen volgt dat verdachte de uitvoerder is van het werk en de kwaliteit zou moeten bewaken. Hij had zich als eindverantwoordelijke voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden moeten vergewissen van het gevaar van het slopen van een schoorsteen, waarbij op een van de kanalen nog een gaskachel in werking was. Verdachte had moeten gaan kijken in de woning naar de actuele situatie maar dat heeft hij niet gedaan. Verdachte heeft daardoor aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.

Standpunt verdediging

De verdediging betwist niet dat slachtoffer is overleden ten gevolge van koolmonoxidevergiftiging en evenmin dat verdachte als aannemer heeft leiding gegeven aan verscheidene personen die verbouwingswerkzaamheden hebben uitgevoerd aan het pand aan de adres te Amsterdam. Dat door deze personen werkzaamheden zijn verricht aan de schoorsteen van het pand wordt ook niet betwist.

De verdediging bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste wordt gelegd. Volgens de verdediging is er geen causaal verband tussen puin dat door verbouwingswerkzaamheden in de schoorsteen is terechtgekomen en de koolmonoxidevergiftiging.

De verdediging betwist allereerst dat de koolmonoxide veroorzaakt is door de gaskachel op de begane grond. In de woning is eveneens een geiser aangetroffen en de desbetreffende ruimte bleek zodanig geïsoleerd dat sprake zou kunnen zijn van een zeer slechte ventilatie. Voorts betwist de verdediging dat het gasafvoerkanaal zodanig was verstopt dat dit de vorming van koolmonoxide heeft veroorzaakt. Niet kan worden uitgesloten dat de gaskachel zelf de koolmonoxide kan hebben veroorzaakt, nu niet is gebleken dat de gaskachel zelf daadwerkelijk op mankementen is onderzocht.

Verdachte heeft, zo stelt de verdediging, wel degelijk zorgvuldig gewerkt. Dat blijkt onder andere uit de omstandigheid dat hij rond 4 november 2008 de pijp in het gasafvoerkanaal naar buiten heeft geleid, dat hij heeft gecontroleerd dat deze goed werkte en dat hij heeft gezien dat er rook uit de pijp op het balkon kwam. Nu de noodvoorziening vanaf die tijd goed heeft gewerkt tot aan de datum van het voorval op 21 januari 2009, kan het niet zo zijn dat materiaal ten gevolge van het afbreken van de schoorsteen vanaf het dak tot en met de eerste etage de verstopping heeft veroorzaakt, ten gevolge waarvan de kookmonoxide is ontstaan.

De verdediging stelt dat, indien de koolmonoxide is veroorzaakt door een verstopping in de schoorsteen, niet kan worden vastgesteld dat verdachte veroorzaker is geweest van deze verstopping. De conclusie van de deskundige dat de schoorsteen geblokkeerd is geweest door puin, is volledig gebaseerd op het onderzoek van de politie. Het door verdachte veilig gestelde materiaal uit de schacht van de begane grond, bestaat voornamelijk uit op koolstof gelijkende stof. Volgens de deskundige is het zwarte materiaal dat in het veilig gestelde materiaal aanwezig is het gevolg van gebruik van hout-, kolen- of petroleumkachels. Daarnaast blijkt volgens de verdediging uit het door verdachte veilig gestelde materiaal, dat de door de politie aangegeven hoogte van het opgestapelde materiaal niet juist kan zijn en dat er beduidend minder materiaal in de schacht aanwezig is geweest.

Ten aanzien van de schuld heeft de verdediging naar voren gebracht dat, ook indien sprake zou zijn van een bijzondere zorgplicht, van verdachte niet meer wordt verwacht dan wat wordt verwacht van leden van zijn beroepsgroep in het algemeen. Strafrechtelijke schuld kan niet worden vastgesteld nu geen sprake is van een sterke mate van onzorgvuldigheid. Evenmin kan plegen of medeplegen van de handelingen aan verdachte worden verweten. Verdachte heeft zelf geen handelingen verricht die ertoe kunnen hebben geleid dat de schoorsteen verstopt is geraakt. Weliswaar heeft hij opdracht gegeven met betrekking tot het afbreken van de schoorsteen, maar er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking geweest met betrekking tot de daadwerkelijke uitvoering daarvan, aldus de raadsman.

Oordeel rechtbank

De rechtbank concludeert dat de koolmonoxide in de benedenwoning is ontstaan als een afvalproduct van de gaskachel en niet, zoals de verdediging stelt, door de aanwezige geiser of een tekort aan ventilatie.

De rechtbank heeft in de processen-verbaal in het dossier geen enkele aanleiding of aanwijzing gevonden dat de koolmonoxidevorming anders is ontstaan dan als afvalproduct van de gaskachel. Dat eventueel een verminderde ventilatie in de benedenwoning wel kan hebben bijgedragen aan de snelheid waarmee de koolmonoxide zich heeft kunnen vormen doet daaraan niet af. Als het afvoersysteem van de verbrandingsgassen, zoals in dit geval, geblokkeerd is, leidt dit tot een onvolledige verbranding en daarmee tot koolmo- noxidevorming. Gelet op de aangetroffen blokkade in het rookgaskanaal is nader onderzoek aan de kachel zelf niet noodzakelijk geacht. De rechtbank acht dat niet onbegrijpelijk.

De rechtbank concludeert voorts dat het rookgasafvoerkanaal van de kachel verstopt zat.

Door de verdediging wordt niet betwist dat er materiaal in het aansluitgat achter de kachel en in het rookgaskanaal is aangetroffen. Zij betwist echter wel dat dit materiaal afkomstig is geweest van puin dat door de verbouwing is vrijgekomen. Zij betwist eveneens de door de politie vastgestelde hoeveelheid.

De rechtbank acht de precieze hoeveelheid materiaal die is aangetroffen in het rookgaskanaal van ondergeschikt belang nu op grond van de processen-verbaal en de foto’s in het dossier is komen vast te staan dat het in ieder geval een flinke hoeveelheid is geweest en dat deze hoeveelheid voldoende is geweest om het rookgaskanaal te blokkeren. De rechtbank heeft op de foto nummer 50 ook zelf waargenomen dat de rookgasafvoer praktisch dicht zat.

De stelling van de verdediging dat een groot deel van het aangetroffen materiaal afkomstig is van oude aanslag in het rookgaskanaal die spontaan naar beneden is gevallen acht de rechtbank niet aannemelijk.

Uit de verklaringen die door verschillende getuigen zijn afgelegd valt op te maken dat, hoewel het de bedoeling was dat er geen puin in de schacht zou vallen, dit niet helemaal voorkomen kon worden, maar dat dat geen grote brokken zullen zijn geweest.

De rechtbank acht aannemelijk dat, doordat de aangebrachte ventilatiebuis steeds een stukje verder het rookgaskanaal werd ingeduwd, er zowel puin als aanslag beneden in het rookgaskanaal is terecht gekomen. Uit de verklaring van getuige bij de rechter-commissaris valt op te maken dat bij het inbrengen van de pijp, de pijp langs de wanden van de schacht schuurde en er in de hoeken wel enige ruimte was tussen de ronde pijp en de vierkante schacht, hetgeen kan verklaren waarom er ook, zoals de verdediging stelt, zwarte aanslag is aangetroffen.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat, indien puin van de sloopwerkzaamheden de verstopping zou hebben veroorzaakt, het niet logisch is dat het slachtoffer pas in januari 2009 is overleden. De tijdelijke voorziening is namelijk reeds in november 2008 aangebracht en heeft tot die tijd blijkbaar naar behoren gefunctioneerd.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat de vorming van een dodelijke hoeveelheid koolmonoxide afhankelijk is van verscheidene factoren zoals de weersomstandigheden en de mate waarin de kachel is gestookt. Slachtoffer is in de kerstperiode naar Italië afgereisd en heeft dus enige tijd niet in de woning verbleven. De mogelijkheid dat ook eerder sprake was van koolmono- xidevorming valt evenmin uit te sluiten nu verdachte, zoals hij zelf ten overstaan van de politie bij zijn eerste verhoor heeft verklaard, regelmatig met hoofdpijn naar huis ging. Vast staat dat op het moment van overlijden de kachel vol aan heeft gestaan en de rookgasafvoer geblokkeerd was.

De rechtbank concludeert dan ook dat als gevolg van de werkzaamheden op de bovengelegen verdiepingen puin in het rookgaskanaal van de beneden- verdieping terecht is gekomen dat hierdoor geblokkeerd raakte. Een alternatief scenario is niet aannemelijk geworden.

De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of kan worden bewezen verklaard dat verdachte verantwoordelijk gehouden kan worden voor de sloopwerkzaamheden die hebben geleid tot de verstopping van het rookgaskanaal.

De rechtbank beantwoord die vraag bevestigend. Zij is van oordeel dat verdachte onvoorzichtig te werk is gegaan en dat het gevolg hiervan redelijkerwijs aan verdachte kan worden toegerekend en overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte was als aannemer eindverantwoordelijk voor de sloopwerk- zaamheden. Hij heeft aan de mensen die voor hem werkten opdracht gegeven om de schoorstenen/rookkanalen te verwijderen. Hij was vrijwel dagelijks aanwezig en controleerde de werkzaamheden. Werkzaamheden die werknemers onder leiding van de aannemer verrichten, komen voor rekening en risico van de aannemer. Voorts heeft verdachte verklaard zelf de ventilatiebuis te hebben geplaatst en de afbuiging te hebben gemaakt.

Gelet op de functie die verdachte had bij genoemde verbouwing en zijn jarenlange ervaring met verbouwingen dient hij onder deze omstandigheden aan hogere eisen te voldoen. Hij is tot meer nadenken, kennis en oplettendheid verplicht dan de mens in het algemeen en op verdachte rust de plicht om zorg te dragen voor een vakkundige uitvoering van het werk. Verdachte was ervan op de hoogte dat er tijdens de verbouwingswerkzaamheden een persoon in de benedenwoning verbleef en dat deze, gelet op de warmte die de ventilatiebuis afgaf, gebruik maakte van de kachel. De rechtbank verwijt verdachte met name dat hij zich onvoldoende ervan heeft vergewist of er door de sloop- werkzaamheden puin of afval in het rookgasafvoerkanaal van de benedenverdieping was terecht gekomen, en of dit een vrije doorgang van lucht zou kunnen belemmeren. Verdachte heeft een noodschoorsteenpijp voor de benedenwoning aangelegd en laten aanleggen zonder dat hij wist wat voor kachel de bewoner gebruikte en hoe het met de rookgasafvoer daarvan was gesteld. Verdachte heeft na de sloopwerkzaamheden nagelaten te onderzoeken of het rookgasafvoerkanaal goed werkte.

De zorgvuldigheid waarmee een aannemer moet werken brengt met zich mee dat een deugdelijke inspectie van de gevolgen van de sloop van de schoorsteen had moeten plaatsvinden. Verdachte had naar het oordeel van de rechtbank niet mogen volstaan met ervan uit te gaan dat het wel goed zat met dat rookgasafvoerkanaal. Als verdachte het rookgasafvoerkanaal van de bene- denwoning had gecontroleerd, zou slachtoffer niet zijn overleden aan koolmonoxidevergiftiging.

Bewezenverklaring

Dood door schuld

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank wijst de vordering van de moeder van het slachtoffer toe tot een bedrag van € 3.006,75 en veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag. Voorts wordt verdachte veroordeelt in de kosten van de benadeelde partij (moeder van het slachtoffer) gemaakt voor de reis- en verblijfskosten voor het bijwonen van de zitting en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 423,44. Aan verdachte wordt de verplichting opgelegd ten behoeve van de moeder van het slachtoffer aan de Staat € 3.006,75 te betalen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF