Verduistering van een graafmachine die verdachte uit hoofde van een leaseovereenkomst onder zich had

Gerechtshof Den Haag 2 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:172 Uit het dossier en het onderzoek ter zitting is gebleken dat verdachte als directeur/enig aandeelhouder van de besloten vennootschap namens deze laatste op 23 oktober 2010 een lease-overeenkomst heeft gesloten met Amstel Lease/ABN Amro Lease (de laesemaatschappij) met betrekking tot een minigraver, merk Kubota, type KX41-3. Deze graafmachine is gekocht, betaald en in eigendom verworven door de leasemaatschappij en door deze aan vennootschap tegen een overeengekomen vergoeding in gebruik gegeven. Anders dan door de raadsman is gesteld, is niet aannemelijk geworden dat vennootschap of de verdachte op enig moment voor of na het aangaan van de lease-overeenkomst eigenaar van de graafmachine is geworden.

Voor zover de verdediging heeft beoogd om in hoger beroep haar verweer te handhaven, dat de verdachte er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de minigraver zijn eigendom was, verwerpt het hof ook dit verweer. Uit de bewoordingen van de overeenkomst volgt zonneklaar dat de leasemaatschappij de graafmachine koopt en in eigendom behoudt en de graafmachine enkel aan (het bedrijf van) de verdachte ter beschikking stelt. Bovendien heeft de verdachte, zoals hij zelf heeft verklaard, contact opgenomen met de leasemaatschappij toen hij niet langer in staat was om de leasetermijnen te betalen, met het verzoek om de graafmachine te mogen verkopen om van de opbrengst zijn schulden te betalen, waarop hij ook toen te horen kreeg van de leasemaatschappij dat dat niet was toegestaan. Hieruit volgt dat de verdachte, op het moment dat hij de graafmachine verkocht, wist, althans redelijkerwijs had kunnen en moeten weten, dat hij daartoe niet bevoegd was. Nu de verkoop van de graafmachine gezien kan worden als het als heer en meester beschikken daarover, had de verdachte op het moment van de verkoop op zijn minst het voorwaardelijk opzet op het zich wederrechtelijk toe-eigenen van de graafmachine.

Voorts heeft de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep het voorwaardelijke verzoek gedaan, voor het geval het hof niet tot een vrijspraak zou komen, om de curator in het faillissement van vennootschap, de heer mr. B. van Noort, als getuige te horen, nu die kan verklaren dat de verdachte legaal en bevoegd tot de verkoop van de minigraver is overgegaan.

Bewezenverklaring

Verduistering

Strafoplegging

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF