Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering door machines, die hij gehuurd had en welke in eigendom toebehoorden aan diverse bedrijven, door te verkopen aan derden.

Rechtbank Noord-Nederland 21 oktober 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:5340

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie gevallen van verduistering door machines, die hij gehuurd had en welke in eigendom toebehoorden aan diverse bedrijven, door te verkopen aan derden. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan oplichting door zich voor te doen alsof hij de rechtmatige eigenaar was van een verreiker, die hij kon verkopen.

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het wederrechtelijk toe-eigenen van de machines, omdat hij toestemming had van de betreffende bedrijven om deze machines te verkopen. De raadsman heeft daartoe ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde nog aangevoerd dat dit ook blijkt uit een door de bedrijf 2 verzonden email, die zich in het dossier bevindt. Nu verdachte gerechtigd was deze machines door te verkopen, dient vrijspraak te volgen.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde dient eveneens vrijspraak te volgen, nu verdachte geen oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen heeft gehad, zodat geen sprake is van oplichting. Verdachte was ook in deze zaak gerechtigd de machine te verkopen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte heeft bekend de door hem gehuurde machines te hebben verkocht. Verdachte heeft door de in de tenlastelegging genoemde machines te verkopen als heer en meester over deze goederen beschikt, terwijl hij daartoe volgens de door hem ondertekende huurovereenkomsten niet gerechtigd was. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het wederrechtelijk toe-eigenen omdat hij toestemming had om de machines te verkopen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte echter wel voorwaardelijk opzet op verduistering gehad. De rechtbank neemt bij dit oordeel in aanmerking dat uit de tussen verdachte en de bedrijven gesloten schriftelijke huurovereenkomsten blijkt dat verdachte geen eigenaar was van de door hem gehuurde machines en dat uit deze overeenkomsten evenmin blijkt dat hij gerechtigd was deze machines te verkopen.

Het feit dat verdachte heeft verklaard dat hij mondeling toestemming had om deze machines door te verkopen acht de rechtbank niet aannemelijk. Verdachte heeft deze stelling ook niet nader onderbouwd.

Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde bevindt zich een emailbericht in het dossier van Ronald Duiveman (vertegenwoordiger van bedrijf 2) gericht aan persoon 1, directeur van bedrijf 3 (de potentiële koper) waarin wordt aangegeven dat verdachte toestemming had om de aan bedrijf 2 toebehorende machine door te verkopen. De rechtbank verstaat de inhoud van deze email, mede gelet op de verklaringen hieromtrent van persoon 2 (directeur van bedrijf 2 en persoon 1), aldus dat deze toestemming betrekking heeft op het feit dat verdachte de machine mocht verkopen, nadat hij deze had betaald aan bedrijf 2. Nu verdachte niet nader heeft onderbouwd dat hij deze machine vòòrdat hij overging tot door verkopen van deze machine reeds had betaald, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden dat hij deze machine mocht (door)verkopen.

Gelet op het vorenstaande kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte wist dat hij de machines niet mocht verkopen en dat hij door dat toch te doen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zich door die verkoop schuldig zou maken aan de verduistering van die machines.

De rechtbank acht eveneens het onder 4 ten laste gelegde bewezen. Verdachte heeft een verreiker gehuurd bij de firma bedrijf 1. Nadat deze verreiker was afgeleverd bij verdachte, heeft hij contact opgenomen met slachtoffer 1, aan wie hij nog een geldbedrag schuldig was. Tegenover slachtoffer 1 heeft verdachte zich daarna voorgedaan als bonafide verkoper die de mogelijkheid had om de verreiker te verkopen, teneinde met deze verkoop een uitstaande schuld van verdachte bij slachtoffer 1 te voldoen. Nadat slachtoffer 1 en verdachte tot overeenstemming waren gekomen over de prijs, heeft slachtoffer 1 na vereffening van de schuld die verdachte had, een resterend geldbedrag naar verdachte overgemaakt.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen en slachtoffer 1 op die manier heeft bewogen tot afgifte van geld.

Bewezenverklaring

  1. Verduistering
  2. Verduistering
  3. Verduistering
  4. Oplichting

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.

De rechtbank houdt echter bij de strafoplegging rekening met het grote tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft nog een jarenlange betalingsverplichting als gevolg van zijn faillissement.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF