Verdachte heeft zich in de hoedanigheid van voorzitter van een bewonersorganisatie gedurende ruim twee jaar schuldig gemaakt aan verduistering van subsidiegelden

Rechtbank Noord-Nederland 12 februari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:549 

Verdachte heeft zich in de hoedanigheid van voorzitter van een bewonersorganisatie gedurende ruim twee jaar schuldig gemaakt aan verduistering van subsidiegelden van in totaal € 82.291,-, dat was bestemd voor de verbetering van een achterstandswijk.

Voorvragen

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft aangevoerd dat sprake is van schending van artikel 6 van het EVRM nu hij geen gelegenheid heeft gekregen stukken van overtuiging toe te voegen aan het procesdossier en dat hij aldus geen eerlijk proces heeft gehad.

Standpunt van de officier van justitie

Verdachte heeft tijdens het onderzoek door de politie de gelegenheid gehad zijn visie daarop te geven. Verdachte heeft eveneens de gelegenheid gehad te reageren tijdens het onderzoek naar het wederrechtelijk verkregen voordeel. Verdachte heeft daarvan evenwel geen gebruik gemaakt. Verdachte heeft de mogelijkheid gehad tot inzage in het dossier en was in de gelegenheid stukken toe te voegen aan het dossier. Het verzoek van verdachte tot het horen van een getuige bij de rechter-commissaris is toegewezen. Bovendien is de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 1 september 2014 aangehouden in het belang van verdachte. Van enige schending van het EVRM is dan ook geen sprake.

Beoordeling door de rechtbank

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank af dat verdachte voldoende in de gelegenheid is gesteld om tijdens het strafrechtelijk en financieel onderzoek door de politie zijn visie in te brengen. Een afschrift van het dossier is aan de raadsman van verdachte verstrekt. Verdachte heeft voldoende tijd en gelegenheid gehad kennis te nemen van het dossier en daaraan schriftelijke stukken toe te voegen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de behandeling ter terechtzitting van 1 september 2014 gedurende een periode van 5 maanden is aangehouden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van schending van artikel 6 van het EVRM.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft daarbij gewezen op de aangifte van secretaris, waarin verslag wordt gedaan van een gesprek met verdachte. Verdachte heeft in dat gesprek aangegeven dat hij een bedrag van € 75.000,- van de bewonersorganisatie voor eigen doeleinden heeft gebruikt. De aangifte wordt ondersteund door de getuigenverklaring die is afgelegd door getuige 1. Daarnaast wordt de aangifte van secretaris bevestigd door de getuigenverklaringen van getuige 2 en getuige 3. De aangifte en de getuigenverklaringen zijn betrouwbaar en overtuigend te noemen.

Voorts is onderzoek gedaan naar de rekeningen van de bewonersorganisatie, de bankrekening 1 en de bankrekening 2. Van deze rekeningen zijn grote bedragen overgeboekt naar de privérekening van verdachte. Daarnaast wijst de officier van justitie op de pintransacties door verdachte vanaf de bankrekening 2 van bewonersorganisatie die niet in de administratie zijn verantwoord. Verder zijn er door verdachte privé betalingen verricht vanaf deze rekening. Bedragen bestemd voor de bewonersvereniging zijn nimmer voor dit doel aangewend. De bedragen die naar de privérekeningen van verdachte zijn overgeboekt zijn niet gestaafd met administratie. Verdachte had geen toestemming van het bestuur van bewonersorganisatie om het geld van bewonersorganisatie voor privé doeleinden te gebruiken. In totaal heeft verdachte een bedrag verduisterd van € 82.291,-.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte weliswaar betalingen heeft verricht met contant geld, maar dat uit het ontbreken van de boekhouding niet voortvloeit dat sprake is van een wederrechtelijke toe-eigening. Verdachte was niet verantwoordelijk voor het ontbreken van de boekhouding nu hij niet de penningmeester was. Verdachte was niet de enige bestuurder van de bewonersorganisatie. De overboekingen van de rekeningen van bewonersorganisatie naar privérekeningen van verdachte is op zichzelf niet voldoende voor de conclusie dat sprake is van een wederrechtelijke toe-eigening. Deze overboekingen waren in overeenstemming met de afspraken die verdachte met het bestuur van bewonersorganisatie had gemaakt. Het doel van de overboekingen was dat zo min mogelijk contante opnamen zouden plaatsvinden, zodat alles giraal traceerbaar zou zijn. De in het overzicht opgenomen uitgaven door verdachte zijn gedaan met toestemming van het bestuur. Er is niet gebleken dat er openstaande vorderingen niet zijn voldaan en dat er schuldeisers zijn.

Bij de overboekingen naar de privé-rekeningen is een duidelijke omschrijving gegeven van het doel waarvoor deze zijn betaald. Hoewel er voor de posten geen bonnen zijn overgelegd, betekent dat niet dat het geld is verduisterd. Met uitzondering van naam, bestaat er derhalve geen onduidelijkheid over de overboekingen naar de bankrekening 1 van verdachte. Daardoor kan een bedrag van € 5.690,42 van de berekening worden afgetrokken.

Ook de overboekingen naar de bankrekening 2 zijn grotendeels te herleiden naar doelen bestemd voor de bewonersvereniging. De boekingen van 23-06-12, 18-11-2012, 20-11-12 zijn slecht traceerbaar, maar leveren daarmee nog geen verduistering op. De overboekingen naar de rekening die eindigt op 646 zijn evenmin als verduistering aan te merken.

Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat indien de rechtbank tot een veroordeling komt het wederrechtelijk verkregen voordeel maximaal € 46.632,- bedraagt. De overige opnamen in de vorm van pintransacties zijn gedaan ten behoeve van bewonersorganisatie. Ook de benzinekosten en de telefoonkosten zijn gemaakt voor bewonersorganisatie. Van de kosten die verdachte bij bedrijf 1 en bedrijf 2 heeft gemaakt is aannemelijk dat deze zijn gemaakt voor bewonersorganisatie. De kosten op de luchthaven zijn in overleg met secretaris uitgegeven en verrekend met de telefoonkosten waar verdachte recht op had.

Beoordeling rechtbank

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af.

Verdachte was voorzitter van de bewonersorganisatie te pleegplaats van 29 maart 2011 tot mei 2013. bewonersorganisatie ontving subsidie van de gemeente Groningen voor een bedrag van ongeveer € 12.000,- euro per jaar. bewonersorganisatie kreeg als aandachtswijk daarnaast extra geld van de gemeente en woningbouwverenigingen tussen de 50.000 euro en 100.000 euro per jaar. Het was de bedoeling dat bewonersorganisatie dit geld zou aanwenden voor de financiering van projecten ten behoeve van de wijk 2. De subsidies werden gestort op de bankrekeningen van de bewonersorganisatie. Dit was van de bank 1 het bankrekening nummer rekeningnummer 2 en van de bank 2 het bankrekening nummer rekeningnummer 1. Verdachte was de enige gemachtigde van de bankrekening van de bank 2. Van het rekeningnummer 2 rekeningnummer 2 was verdachte gemachtigde samen met persoon, maar uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte feitelijk degene was die alle financiële handelingen verrichtte en dat persoon geen toegang had tot de rekening. Verdachte heeft van de twee bankrekeningen van de bewonersorganisatie bedragen overgeboekt naar zijn privé bankrekeningen. Deze overboekingen zijn niet onderbouwd met facturen dan wel bonnen. Verdachte heeft zonder medeweten van de overige bestuursleden overboekingen naar zijn privé bankrekeningen gedaan. Daarnaast heeft verdachte een groot aantal contante opnamen verricht van de bankrekening 2 van bewonersorganisatie. Deze contante opnamen zijn evenmin gestaafd met opnamebewijzen dan wel facturen. Verdachte heeft dit eveneens zonder medeweten van de overige bestuursleden gedaan. De bedragen zijn voorts niet verantwoord in de administratie van bewonersorganisatie. Voorts zijn er vanaf de bankrekening van de bank 2 ten name van bewonersorganisatie diverse betalingen verricht die niet gestaafd konden worden met bonnen en facturen. Verdachte had ook hiervoor geen toestemming van het bestuur. De betalingen zijn in de administratie niet verantwoord. De stelling van verdachte dat het geld ten gunste van wijk 2 is aangewend, is niet onderbouwd met stukken noch anderszins aannemelijk geworden.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte het geld van de bewonersorganisatie dat hij rechtmatig onder zich had, door middel van de overboekingen, contante opnamen en betalingen zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Bewezenverklaring

Het bewezen verklaarde levert op: verduistering.

Strafoplegging

Aan verdachte wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd alsmede een taakstraf van 240 uren. 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF