Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking van in totaal meer dan 1 miljoen euro. OVAR t.a.v. witwassen.

Rechtbank Overijssel 23 april 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:2038 Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking. Verdachte is in januari 2006 aangesteld als assistent financieel manager binnen het bedrijf. Vanaf dat moment tot op het moment van de ontdekking van de verduistering eind 2012 heeft zij in haar functie geld overgemaakt naar haar  rekening, de rekening van haar echtgenoot en die van hun stichting. Zij heeft in totaal ruim een miljoen euro verduisterd.

Tenlastelegging

De verdenking komt er op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met haar echtgenoot een geldbedrag heeft verduisterd uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking;

Feit 2: samen met haar echtgenoot geldbedragen heeft witgewassen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte van het onder 1 en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat het onder feit 1 genoemde geldbedrag niet wettig en overtuigend bewezen kan worden omdat de berekeningen van de accountant en de politie niet overeenkomen, waardoor hooguit het bestanddeel “een groot geldbedrag” bewezen kan worden.

Oordeel rechtbank

Verdachte is in 2002 in loondienst getreden bij Novon B.V. en op 1 januari 2006 aangesteld als assistent financieel manager bij Novon Beheer B.V. Eén van haar werkzaamheden bestond uit het verrichten van de betalingen van de facturen aan de crediteuren. Bij afsluiting van het boekhoudjaar 2011 heeft de financieel manager van het bedrijf onregelmatigheden ontdekt waarna hier nader onderzoek naar is verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat er gedurende de jaren 2006 tot en met 2012 diverse boekingen zijn verricht van rekeningen van Novon Beheer B.V. naar de rekeningen van verdachte en/of haar echtgenoot en van hun stichting naam racing-team. In totaal is er – anders dan het loon van verdachte – een bedrag van € 1.015.106,69 naar deze rekeningen overgeboekt.

Feit 1

Uit onderzoek is gebleken dat de overboekingen zijn verricht binnen het boekhoudsysteem Accountview van Novon Beheer B.V. Alle medewerkers bij Novon Beheer B.V. beschikken over een eigen inlognaam met wachtwoord. Daarnaast hebben de bevoegde medewerkers een eigen inlognaam met wachtwoord voor het boekhoudsysteem. Voor stagiaires waren aparte codes voorhanden. Verdachte was als enige gevolmachtigd om betalingen uit te voeren. Van de overboekingen die gedaan zijn om bedragen weg te sluizen is door een medewerker van Accountview, het bedrijf achter het boekhoudsysteem, geconstateerd dat bij elke boeking de initialen stonden waardoor er sprake was van feitelijk handelen door een werknemer. Deze nitialen staat volgens die medewerker voor verdachte.

Verdachte heeft ontkent de hierboven genoemde overboekingen te hebben gedaan maar heeft  naar het oordeel van de rechtbank geen plausibele verklaring gegeven op welke wijze deze bedragen onder haar naam zijn overgeboekt naar rekeningen op onder meer haar naam. Een mogelijk computervirus, zoals Trojaans paard, is door een ICT-deskundige onderzocht maar niet aanwezig gebleken in het computersysteem van het bedrijf. De mogelijkheid dat haar echtgenoot de overboekingen zou hebben verricht acht de rechtbank niet aannemelijk nu het gaat om vele boekingen gedurende zes jaren. De echtgenoot van verdachte heeft daarnaast verklaard geen kennis te hebben van computersystemen. Evenmin acht de rechtbank het aannemelijk dat een collega dan wel een stagiaire van verdachte dit zou hebben gedaan, omdat hier geen belangen zijn gebleken en deze persoon/personen dit gedurende zes jaar zou hebben moeten doen en het geld moeten hebben gestort op bankrekeningen van onder meer verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet ander kan dan dat verdachte deze overboekingen heeft verricht. Zij heeft zich daardoor schuldig gemaakt aan verduistering gepleegd uit hoofde van haar dienstbetrekking.

Medeplegen

Medeplegen veronderstelt een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en haar medeverdachte, haar echtgenoot, welke samenwerking moet zijn gericht op het verduistering van geldbedragen van Novon Beheer B.V. De kwalificatie van medeplegen is alleen gerechtvaardigd indien de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachten aan het delict van voldoende gewicht is.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van de medeverdachte af dat deze geen rol heeft gehad bij de overboekingen van de rekeningen van Novon Beheer B.V. naar de rekeningen van de verdachte en haar medeverdachte. Zo is gebleken dat er voor deze handelingen kennis moet zijn van het computersysteem. Daarnaast zou de medeverdachte zes jaar lang met grote regelmaat toegang moeten hebben gehad tot de computer van verdachte. De medeverdachte kwam weliswaar op het kantoor van verdachte, maar niet is gebleken dat hij ook achter de computer van verdachte heeft gezeten, ingelogd zou hebben onder de naam van verdachte en die boekingen zou hebben verricht. De enkele wetenschap bij de medeverdachte van deze handelingen van verdachte is onvoldoende om medeplegen aan te nemen, zodat verdachte van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.

Feit 2

De rechtbank heeft het onder 1 ten laste gelegde, verduistering gepleegd uit hoofde van haar dienstbetrekking, bewezen verklaard. Verdachte heeft met het plegen van dit feit de geldbedragen op haar privébankrekeningen en de bankrekening van hun stichting gestort alwaar zij en haar medeverdachte directe toegang toe en het beheer over hadden. Door deze gedragingen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank de geldbedragen samen met haar medeverdachte voorhanden gehad. De rechtbank acht het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

OVAR: witwassen

De rechtbank stelt voorop dat de tekst van art. 420bis Sr noch de wetsgeschiedenis eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepaling omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door haarzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens witwassen. Dit betekent niet dat elke gedraging die in art. 420bis, eerste lid, Sr is omschreven, onder alle omstandigheden de kwalificatie witwassen rechtvaardigt.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht "om haar criminele opbrengsten veilig te stellen". Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door haarzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

Er moet dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft.

De rechtbank heeft, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geoordeeld dat de onder 2 primair ten laste gelegde voorwerpen, te weten geldbedragen, afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf en bewezen verklaard dat verdachte de voorwerpen heeft witgewassen door de geldbedragen voorhanden te hebben gehad.

De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen dat de verdachte één of meer handelingen heeft verricht die gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen, nu uit de bewijsmiddelen blijkende feiten en omstandigheden enkel kan worden afgeleid dat de verdachte het geld voorhanden heeft gehad. Nu hier geen sprake is van een gedraging die meer omvat dan het enkele voorhanden hebben, dient verdachte ontslagen te worden van alle rechtsvervolging, omdat het feit niet te kwalificeren is als witwassen.

Bewezenverklaring

Verduistering, gepleegd uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank houdt er in het nadeel van verdachte rekening mee dat de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte, zoals ad informandum tenlastegelegd. Zij heeft tweemaal een valse werkgeversverklaring opgemaakt ten behoeve van haar zoon en haar dochter opdat deze in aanmerking zouden komen voor een huurwoning. Dit heeft verdachte zowel bij de politie als ter zitting bekend.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF