Verdachte heeft opdracht gegeven tot het gedeeltelijk slopen van een woning waarin asbest was verwerkt, zonder over een asbestinventarisatierapport te beschikken, door een bedrijf dat niet in het bezit was van een daartoe benodigd certificaat

Gerechtshof 's-Gravenhage 14 december 2021, LJN BZ9414

De verdachte heeft opdracht gegeven tot het gedeeltelijk slopen van een woning waarin asbest was verwerkt, zonder over een asbestinventarisatierapport te beschikken, door een bedrijf dat niet in het bezit was van een daartoe benodigd certificaat.

In de koopovereenkomst van het betreffende pand te Voorburg staat op pagina drie uitdrukkelijk vermeld dat aan koper - dus aan de verdachte - bekend is dat in de onroerende zaak asbest is verwerkt. In de akte van levering staat op pagina zes eveneens vermeld dat aan koper bekend is dat in het verkochte asbest is verwerkt.

Gelet hierop wist de verdachte van het bestaan van asbest in het gekochte object, als zij al niet op dat spoor gebracht was door het feit dat het een woning betrof die voor 1994 was gebouwd, en had zij - als professioneel ondernemer - zich dienen te oriënteren ten aanzien van de wettelijke eisen voor asbestverwijdering en effectieve voorzorgs- maatregelen moeten nemen. Door dat na te laten heeft zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de werkzaamheden werden uitgevoerd zonder het vereiste asbestinventarisatierapport door een niet-gecertificeerd bedrijf. Het bewezenverklaarde is haar dus volledig toe te rekenen.

Daaraan doet niet af dat gedacht werd dat het om asbest in het - nog niet gesloopte - schuurdak ging. Anders dan door de raadsman ter terechtzitting is verklaard, blijkt uit het Rapport verkoopkeuring dat de verkoper had laten maken en dat verdachte heeft doen overleggen, niet dat het schuurdak asbest bevatte. In het daarvoor bestemde vakje is immers niets vermeld. De maker van dat rapport die ter terechtzitting als getuige is gehoord, heeft ook verklaard dat hij niet heeft waargenomen dat het schuurdak asbesthoudend was. Aan dat rapport kon verdachte dat vermoeden dan ook niet ontlenen. Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Verdachte wordt veroordeelt tot een geldboete van € 8.000.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF