Verdachte heeft als penningmeester van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en als penningmeester van een gemeenteraadsfractie gedurende enkele jaren stelselmatig gelden verduisterd

Rechtbank Noord-Nederland 27 januari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:287

Verdachte heeft als penningmeester van een vereniging en als penningmeester van de raadsfractie van een partij van een gemeente gedurende enkele jaren stelselmatig gelden verduisterd.

Ter terechtzitting verklaarde verdachte dat hij al enkele jaren financiële problemen had die in 1999 begonnen na het overlijden van zijn vader. Verdachte draaide voor de uitvaartkosten op omdat er geen uitvaartverzekering was afgesloten. Toen zijn moeder in 2001 overleed ontstond een soortgelijke situatie.

In die periode vestigde verdachte zich met zijn gezin in zijn woonplaats vanwege een nieuwe baan. Een toegezegde vergoeding van verhuiskosten werd niet uitbetaald. De financiële problemen verergerden toen het arbeidscontract van verdachte naar aanleiding van een burn-out werd beëindigd, terwijl hij kort daarvoor een lening van € 40.000,-- had afgesloten.

Verdachte zegt nooit de bedoeling te hebben gehad zich het geld toe te eigenen. Hij wilde er schulden mee afbetalen en de gelden uiteindelijk weer netjes terug te betalen.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij het vertrouwen dat zowel de vereniging als de raadsfractie van de partij in hem hadden gesteld ernstig heeft geschaad.

Anderzijds betrekt de rechtbank in haar strafmaatoverwegingen dat verdachte thans werkloos is en in een sociaal isolement is geraakt. De maatschappelijke en psychische consequenties van hetgeen hij heeft gedaan hebben een zware wissel getrokken op zijn geestelijke gezondheid. Hij is in een zware depressie geraakt waarvoor hij thans onder behandeling is bij de AFPN.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

  • een taakstraf bestaande uit 180 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis van negentig dagen zal worden toegepast, en
  • gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, maar geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF