Verdachte en zijn twee medeverdachten worden veroordeeld voor valsheid in geschrifte en het opzettelijk gebruik maken van die valse geschriften, nauwe en bewust samenwerking

Rechtbank Amsterdam 20 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:5303

Essentie

Verdachte heeft zich samen met anderen door middel van een vooropgezet plan schuldig gemaakt aan frauduleus handelen. Hierdoor heeft verdachte met anderen een financiële instelling bewogen op basis van valse stukken een hypothecaire lening te verstrekken.

Feiten

In maart 2010 komen bij de Fiod twee meldingen binnen van de Financial Intelligence Unit (FIU) van ongebruikelijke contante stortingen gedaan door A (tevens medeverdachte) in november 2007. Op 20 december 2007 heeft A een woonhuis gekocht voor € 250.000 waarvan € 168.000 is gefinancierd door middel van een hypothecaire lening bij SNS bank en het restant in twee tranches contant is gestort op de rekening van de notaris.

Deze contante stortingen werden als verdacht aangemerkt omdat uit informatie van de Belastingdienst blijkt dat A in de voorgaande jaren geen inkomen of vermogen had. Daarom wordt naar de aankoop van de woning adres 1 te plaats een onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat A de hypothecaire lening mede heeft gekregen op basis van een inkomensverklaring, waarin staat aangegeven dat A een jaarinkomen van € 40.000,- geniet. Deze inkomensverklaring is ondertekend door A en door de hypotheekadviseur B (tevens medeverdachte). Deze inkomensverklaring blijkt vals te zijn, nu A toen geen jaarinkomen genoot van € 40.000.

Op 12 maart 2012 vindt er een doorzoeking plaats in de woning. In de woning wordt dan niet A, maar de broer van A, verdachte, aangetroffen, alsmede de dochter van verdachte. Tijdens de doorzoeking wordt tevens een agenda uit 2008 aangetroffen waarin aantekeningen met betrekking tot verdachte, een hypotheek en B staan geschreven. Verdachte heeft verklaard dat die agenda van hem is.

De vraag die ter beantwoording aan de rechtbank voorligt, luidt of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de valsheid in geschrifte en of hij dit samen met B en/of A heeft gedaan. Vervolgens ligt de vraag aan de rechtbank voor of verdachte ook, samen met B en/of A, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valse stukken voor het aanvragen van een hypothecaire lening.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat verdachte samen met B en A de inkomensverklaring en het formulier ‘aanvraag hypotheek’ valselijk heeft opgemaakt en vervolgens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van deze vervalste documenten ter verkrijging van een hypothecaire lening.

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte van zowel het onder feit 1 als feit 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier is niet af te leiden dat verdachte enige betrokkenheid bij, dan wel wetenschap heeft gehad van het (doen) opmaken van de gewraakte documenten en het gebruik maken van die documenten.

De documenten zijn opgemaakt en opgestuurd door B en ondertekend door A en uit het dossier blijkt niet dat verdachte enige bemoeienis heeft gehad met deze documenten. In het dossier zijn ook geen aanknopingspunten te vinden laat staan bewijs dat verdachte enige wetenschap had van de valse inhoud van de documenten. Van opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm is dan ook geen sprake. Verdachte is niet betrokken geweest bij het aangaan van de hypothecaire lening, het opmaken van de stukken of het insturen van de betreffende documenten.

Evenmin is er bewijs dat er een nauwe en bewuste samenwerking is geweest tussen verdachte en B en/of A met betrekking tot het opmaken van de betreffende documenten.

Dat uit het dossier zou kunnen worden afgeleid dat verdachte heeft gekeken naar de woning voordat deze werd gekocht, dat hij daar verbleef ten tijde van de doorzoeking, dat A mogelijk via verdachte met B in contact is gekomen en dat verdachte de hypothecaire lasten betaalt, behelst geen bewijs voor het aan verdachte ten laste gelegde, aldus de verdediging.

Oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie - maar anders dan de verdediging - is de rechtbank op basis van de in bijlage 1 vervatte bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich samen met B en A heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en het vervolgens opzettelijk gebruik maken van die valse geschriften ter verkrijging van een hypothecaire lening. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Zowel het aanvraagformulier hypotheek als de inkomensverklaring, beide op naam van A, zijn valselijk en in strijd met de waarheid opgemaakt, nu A in 2006 en 2007 in het geheel geen inkomen genoot. A is pas in januari 2008 gestart met zijn bedrijf en de in 2007 vermelde inkomensgegevens van A kunnen dan ook niet zijn gebaseerd op prognoses dan wel jaarcijfers, nu die stukken destijds niet bestonden.

Deze valselijk opgemaakte documenten voor het verkrijgen van een hypothecare lening met woning aan de adres 1 als onderpand, zijn ondertekend door A en B.

Uit de getuigenverklaringen, de verklaring van A en uit het notitieboekje en de agenda 2008 van verdachte, blijkt dat verdachte zeer nauw betrokken is geweest bij het aankopen van de woning adres 1 te plaats en het aanvragen van de hypothecaire lening op naam van A. Immers is het verdachte geweest die de woning voor en na de aankoop meerdere malen heeft bezocht, is het verdachtes idee geweest om het huis te kopen en is A via verdachte bij B terechtgekomen. A heeft ook verklaard dat alle afspraken tussen hem en B door verdachte werden gemaakt en dat verdachte de hypothecaire lasten en alle andere lasten van de woning betaalt. Daarnaast is verdachte ook degene die belang had bij de woning, nu hij in die woning is aangetroffen en de dochter van verdachte daar een kamer heeft. Daarnaast blijkt uit de aantekeningen in het notitieboekje van verdachte dat hij degene is geweest die naast de hypothecaire lening ook bij anderen geld heeft geleend voor de woning.

Onder voormeld samenstel van omstandigheden kan het naar het naar oordeel van de rechtbank, niet anders zijn dat verdachte die woning voor zichzelf wilde kopen en dat verdachte voor de financiering van die woning een vooropgezet plan heeft gemaakt om door middel van A en met behulp van de door B valselijk opgemaakte stukken een hypothecaire lening te verkrijgen. De rechtbank grondt hier haar overtuiging ook op de uit de door verdachte opgemaakte aantekeningen in zijn agenda 2008. De aantekening “hoe gedaan v. A als start ondernemer v. hypo” sluit aan bij de door de rechtbank als ongeloofwaardig ter zijde geschoven verklaring van B, te weten dat B een inkomen heeft opgegeven op basis van prognoses en jaarcijfers. A was op dat moment geen startende ondernemer en beschikte dus helemaal niet over stukken waar B op doelt. Daarnaast wist verdachte ook dat A op dat moment geen werk had en dus ook geen inkomen genoot.

In dit samenstel is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking geweest tussen B, A en verdachte en was er sprake van een gezamenlijke uitvoering om via A en valselijk opgemaakte documenten een hypothecaire lening te verkrijgen ter financiering van die woning. Ten aanzien van het oogmerk is de rechtbank van oordeel dat alle drie de verdachten de bedoeling hadden die documenten te gebruiken voor het aanvragen van een hypothecaire lening ter financiering van de adres 1 te plaats.

Gelet op het voorgaande en gelet op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat zoals opgenomen in bijlage 1 grondt de rechtbank haar beslissing dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hieronder weergegeven.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF