VAR-preadvies: Evenredige bestuurlijke boetes

In het strafrecht staat evenredige bestraffing reeds eeuwenlang in het brandpunt van de (maatschappelijke en juridische) belangstelling. Waar het immers uiteindelijk op aankomt, is de oplegging van een rechtvaardige straf in het individuele geval. Het bestuursrecht kan profiteren van lessen uit het strafrecht.

Evenredige beboeting in het bestuursrecht vormt het onderwerp van dit preadvies, welke als volgt is opgebouwd.

  • In hoofdstuk 2 wordt het normatieve kader geschetst als het gaat om evenredigheid van punitieve sancties. Zowel het nationale als Europese (EVRM en EU) kader passeert de revue.
  • Hoofdstuk 3 brengt kort in beeld welke discussies in de literatuur zijn gevoerd over de evenredigheid van bestuurlijke boetes en welke knelpunten over dit onderwerp in de juridische commentaren worden genoemd.
  • Hoofdstuk 4 beoogt aan de hand van enkele casestudies een blik te geven op de praktijk van de rechterlijke beoordeling van evenredigheid van bestuurlijke boetes. Het vizier wordt gericht op drie hoogste bestuursrechters (de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna respectievelijk CRvB (of Centrale Raad), CBb (of het College) en ABRvS (of de Afdeling)), de praktijk op dit punt van belastingkamer van de Hoge Raad (en de gerechtshoven) komt aan de orde in het preadvies van Haas. In het bestek van dit preadvies is het ondoenlijk alle jurisprudentie op dit terrein volledig in kaart te brengen. Beoogt wordt wel aan de hand van een analyse van (een deel van) de jurisprudentie van de genoemde drie bestuursrechters enkele mogelijke knelpunten te inventariseren, waarbij ook aandacht wordt besteed aan mogelijke verschillen in benadering (ook in vergelijking met de genoemde praktijk van de belastingrechter). Bij het bestuderen van de jurisprudentie gaat het in zekere zin om het schieten op een bewegend doel. Het kan heel goed zijn dat op het moment dat u dit preadvies leest, de rechtspraak verder in beweging is gekomen. De agendering van een thema voor de VAR-jaarvergadering kan immers op zichzelf al leiden tot een bijstelling van jurisprudentie.
  • In hoofdstuk 5, ten slotte, zal worden vastgesteld wat er op dit moment goed en niet goed gaat ten aanzien van (de beoordeling) van de evenredigheid van bestuurlijke boetes. Daar wordt ook nader teruggekomen op de vergelijking met de strafrechter en in het bijzonder de vraag of er rechtvaardiging voor verschillen bestaat ten aanzien van de wijze van straftoemeting in het bestuursrecht en in het strafrecht. Ten aanzien van eventueel gesignaleerde knelpunten worden aanbevelingen gedaan, zowel aan de wetgever, het bestuur en de rechter maar ook aan de rechtszoekende.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF