Toezichtheffingen DNB voor betaalinstellingen houden stand

College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:475

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft terecht heffingen opgelegd aan een aantal Nederlandse betaalinstellingen voor de toezichtkosten over het jaar 2015. Buitenlandse betaalinstellingen die in Nederland actief zijn op een Europees paspoort (EP-houders) hoeven niet mee te betalen aan deze toezichtkosten. Dat is de uitkomst van de hoger beroepen van DNB en de betaalinstellingen, waarover het College van Beroep voor het bedrijfsleven(CBb) vandaag uitspraak deed. 

Per 2015 stopte de overheidsbijdrage in de toezichtkosten. Dit leidde tot aanzienlijk hogere toezichtheffingen voor de betaalinstellingen. Zij spanden hierover een beroepsprocedure bij de rechtbank aan.

De betaalinstellingen voerden aan dat het tarief voor EP-houders in een ministeriële regeling in strijd met de (hogere) wet op nul euro was vastgesteld (nulheffing), wat betekent dat bij de EP-houders geen toezichtkosten in rekening worden gebracht. De rechtbank gaf de betaalinstellingen op dit punt gelijk. Daartegen kwam DNB bij het CBb op. Anders dan de rechtbank, oordeelt het CBb dat de nulheffing niet in strijd is met de wet. Het hoger beroep van DNB is daarom gegrond.

De betaalinstellingen voerden bij het CBb aan dat de hogere heffingen in strijd zijn met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daarin wordt het eigendomsrecht beschermd. Het CBb verwerpt dit bezwaar. Het CBb geeft toe dat de heffingen zeer aanzienlijk zijn, maar oordeelt dat deze niet zodanig hoog zijn dat zij willekeurig en onevenredig zijn vastgesteld. Het hoger beroep van de betaalinstellingen is ongegrond.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF