Ten nadele van de verdachte betrekken beroep op zwijgrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1237

De omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken.

Van (een) omstandighe(i)d(en) die, afzonderlijk of in onderling verband bezien, voldoende redengevend is/zijn voor een bewezenverklaring is echter niet gebleken. Pas indien daarvan wel sprake zou zijn zou aanleiding kunnen bestaan om in de overwegingen te betrekken dat verdachte (ook) ten aanzien van die omstandighe(i)d(en) heeft gezwegen en dus geen de redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Dat maakt dat het zwijgen van verdachte niet kan worden aangemerkt als een omstandigheid die een rol kan spelen bij de beoordeling van het (ontoereikende) bewijsmateriaal.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF