Slagende bewijsklacht opzettelijk voordeel trekken uit de opbrengst van enig door een ander door misdrijf verkregen goed

Hoge Raad 8 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:893

Feiten

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 30 maart 2011 verzoeker wegens subsidiair het opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken, veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 84 uren, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 42 dagen hechtenis.

Namens verzoeker heeft mr. M. Mulder, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

Middel

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed, met name voor zover die inhoudt dat de verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de door betrokkene 1 door middel van valsheid in geschrift verkregen uitkeringsgelden.

AG Hofstee

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat verzoeker en betrokkene 1 veelvuldig samen aan de a-straat 1 te Amsterdam verbleven en dat verzoeker wist dat betrokkene 1 een bijstandsuitkering ontving. Maar de bewijsmiddelen houden niets in waaruit kan volgen dat, zoals is bewezenverklaard, die voorzieningen – gas/water/elektriciteit en levensmiddelen – geheel of gedeeltelijk werden betaald van de uitkering van betrokkene 1, en evenmin dat verzoeker telkens wist dat die voorzieningen geheel of ten dele werden bekostigd met door valsheid in geschrift verkregen geld. Het enkele antwoord van verzoeker - op de vraag wie de boodschappen (feitelijk) doet -, dat betrokkene 1 soms iets voor hem haalt, betekent nog niet dat dit iets, al aangenomen dat daarmee levensmiddelen bedoeld zijn, met het vorenbedoelde uitkeringsgeld van betrokkene 1 is betaald. Ik meen dat het middel reeds in zoverre doel treft. Overigens komt het mij voor dat ook ’s Hofs bewijsconstructie met betrekking tot de aan verzoeker verweten wetenschap dat de uitkering van betrokkene 1 telkens door valsheid in geschrift was verkregen, niet zonder meer uit de bewijsmiddelen volgt. Niet toereikend daarvoor is, lijkt mij, het antwoord van verzoeker - op de vraag wat de dienst Werk en Inkomen zou hebben gedaan als zij op de hoogte waren geweest van deze samenwoning - dat deze dienst de uitkering zou hebben beëindigd.

Beoordeling Hoge Raad

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen noch uit hetgeen het Hof omtrent het bewijs heeft overwogen kan worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de opbrengst van enig door betrokkene 1 door misdrijf verkregen goed.

Het middel slaagt.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF