Richtlijn voor strafvordering vliegen onder invloed

Op 1 januari 2018 treedt de Richtlijn voor strafvordering vliegen onder invloed in werking. Deze richtlijn ziet op het bedienen van een luchtvaartuig door cockpitpersoneel, het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van inzittenden of lading door ander boordpersoneel of het verlenen van luchtverkeersdiensten onder invloed van:

a. een stof, zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid Wet luchtvaart of

b. alcohol, zoals bedoeld in artikel 2.12, tweede en derde lid Wet luchtvaart.

Ad a) Hoewel artikel 2.12, eerste lid, niet noodzakelijkerwijs alcohol betreft, kan deze richtlijn betrekking hebben op cockpitpersoneel of ander boordpersoneel of (via art. 2.12, zesde lid) op luchtverkeersdienstverleners onder invloed van alcohol, waarbij (om enige reden) op incorrecte wijze of in het geheel geen alcoholgehalte van adem, bloed of urine is vastgesteld. Het kan ook gaan om andere middelen dan alcohol of een combinatie van middelen. Indien verdachte in kennelijke staat van dronkenschap verkeerde of een daarmee gelijk te stellen toestand, dient dit als verzwarend te worden beoordeeld.

Ad b) Bij artikel 2.12, derde lid, is het adem-alcoholgehalte (AAG) of bloedalcoholgehalte (BAG) bekend. De in de tabellen vermelde strafmaat is vastgesteld, uitgaande van de gemeten alcoholwaarde en het soort luchtvaartuig waarmee het delict werd begaan. Naast het vliegen onder invloed ziet de richtlijn tevens op de diverse vormen van weigering met betrekking tot onderzoek naar het AAG en BAG, zoals bedoeld in de artikelen 11.4 en 11.6 Wet luchtvaart. Ook ziet deze richtlijn op het (doen) bedienen van een luchtvaartuig tijdens duur vliegverbod (art. 11.5 Wet luchtvaart) en/of het geven van luchtverkeersleiding tijdens duur verbod van het geven van zodanige leiding (art. 11.8a Wet luchtvaart).

 

Lees verder:

 

 

Print Friendly and PDF