Rekenkamerrapport: Terugblik btw-fraude

In 2011/2012 heeft de Algemene Rekenkamer, in samenwerking met het Rekenhof van België en het Bundesrechnungshof van Duitsland, teruggeblikt op een gezamenlijk onderzoek naar intracommunautaire btw-fraude uit 2009. In 2009 zijn aanbevelingen gedaan om de preventie, detectie en repressie van intracommunautaire btw-fraude te verbeteren. Vandaag is een terugblikonderzoek aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarin is in kaart gebracht welke toezeggingen zijn gedaan, respectievelijk welke acties zijn ondernomen, naar aanleiding van (de aanbevelingen in) het oorspronkelijke rapport.

Conclusies

Geconcludeerd wordt dat het rapport uit 2009 de Belastingdienst een impuls heeft gegeven om de bestrijding van intracommunautaire btw-fraude intensiever aan te pakken. Zo is er 38 fte extra ingezet op de bestrijding van btw-fraude, waardoor de totale inzet op 88 fte is gebracht. Binnen de dienst is er meer aandacht voor carrouselfraude en meer regie op de aanpak ervan.

Preventie

De Belastingdienst heeft gewerkt aan het opschonen van inactieve btw-nummers. Voor de handel in CO2-emissierechten is de verleggings-regeling geïntroduceerd, waarbij de btw wordt doorgeschoven naar de volgende schakel in de keten. Ook zijn zogeheten waarschuwingsbrieven geïntroduceerd om ondernemers erop te wijzen dat zij het risico lopen in een carrouselfraude betrokken te raken. Een knelpunt voor de Belastingdienst is nog het ontbreken van een aandeelhoudersregister om wisselingen van eigendom van ondernemingen te kunnen volgen. Dit bemoeilijkt de aanpak van eventueel misbruik van bestaande btw-nummers door de nieuwe eigenaren van een onderneming.

Detectie

Voor detectiedoeleinden wil de Belastingdienst verificaties van btw-nummers vanaf 2013 gaan vastleggen en analyseren. Een onderzoek van de Belastingdienst naar de toegevoegde waarde van dergelijke vastleggingen, dat naar aanleiding van het rapport uit 2009 is uitgevoerd, heeft tot een positieve uitkomst geleid.

Sinds het vorige rapport zijn de mogelijkheden van matching van btw-aangiften met de opgaven van intracommunautaire leveringen vanuit het buitenland nauwelijks verbeterd. Voor een deel van de handelaren is er wel een versnelling doorgevoerd van kwartaal- naar maandopgaven, maar dat lost de bestaande matchingproblemen niet op. Omdat in veel gevallen uitzonderingen gelden op de maandopgave, vindt de matching nog steeds per kwartaal plaats. De versnelling van de opgaven biedt de fraude-eenheden van de EU-lidstaten, zoals de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst in Nederland, wel extra mogelijkheden voor vroegtijdige detectie.

Internationale informatie-uitwisseling vindt voor een deel via speciaal daarvoor bestemde formulieren plaats. Volgens de FIOD verloopt de informatie-uitwisseling tussen fraude-eenheden effectief, maar de beantwoording van overige informatieverzoeken verloopt nog steeds te traag. Het percentage te laat beantwoorde informatieverzoeken van de Nederlandse Belastingdienst aan het buitenland blijkt sinds het rapport uit 2009 te zijn toegenomen van 20% naar 48% in 2011. Ondanks onze aanbeveling uit 2009, heeft de Belastingdienst nog geen evaluatieonderzoek verricht naar de effecten van de internationale informatie-uitwisseling op de detectie van fraude. De oprichting van Eurofisc om de uitwisseling tussen fraude-eenheden van de lidstaten te bevorderen is een positieve ontwikkeling, onder andere omdat juridische belemmeringen voor samenwerking, die volgens sommige lidstaten bestonden, zijn weggenomen.

Repressie

Het beschikbare cijfermateriaal geeft de indicatie dat de Belastingdienst het fiscale nadeel dat Nederland ondervindt door intracommunautaire btw-fraude heeft weten te beperken. Het rapport uit 2009 bevat cijfers afkomstig van de FIOD over het fiscale nadeel in de jaren 2003 tot en met 2007. Voor deze jaren bedroeg het fiscale nadeel gemiddeld bijna € 131 miljoen per jaar. Het vergelijkbare fiscale nadeel voor 2008 tot en met 2011 komt uit op gemiddeld bijna € 39 miljoen per jaar.

De Belastingdienst heeft sinds het rapport uit 2009 de bestuurlijke informatie over de omvang van carrouselfraude verbeterd, maar nadere specificatie is gewenst. Van de naheffingen door intracommunautaire btw-fraude is bijvoorbeeld niet duidelijk of het om "ploffers" gaat of om weigering van nultarief of vooraftrek. De beperkte specificatie heeft ook tot gevolg dat de aansluiting met de registratie van de FIOD niet is vast te stellen. De Belastingdienst heeft aangegeven deze punten vanaf 2012 te verbeteren.

Aanbevelingen

Een stevige aanpak van carrouselfraude blijft van belang om te voorkomen dat de omvang van de fraude weer gaat toenemen. Binnen het huidige btw-stelsel bestaat namelijk voortdurend de dreiging dat nieuwe carrousels worden opgezet.

In Nederland kan de Belastingdienst zelf onder meer de volgende punten oppakken: het uitvoeren van effectiviteitsonderzoeken en de verbetering van de informatievoorziening over carrouselfraude. Een intensieve samenwerking en informatie-uitwisseling binnen de EU is in de toekomst ook onverminderd nodig. De Belastingdienst en de staatssecretaris van Financiën worden aanbevolen om in Europees verband verbeteringen te bepleiten, vooral op het punt van de (verdere) harmonisatie van administratieve procedures voor de toekenning en intrekking van btw-nummers, opgaven van intracommunautaire leveringen en btw-aangiften.

Klik hier voor het volledige rapport.

Bron: Algemene Rekenkamer

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF