'Rechtsbescherming tegen handelingen van DNB en de AFM'

Aan DNB en de AFM zijn in de afgelopen jaren steeds meer bevoegdheden toegekend. Deze bijdrage onderzoekt of het (feitelijke) niveau van rechtsbescherming gelijke tred heeft gehouden met de toegenomen slagkracht van DNB en de AFM. Op basis van zowel dogmatische als praktische observaties wordt gesteld dat de rechtsbescherming op onderdelen (ernstig) te wensen overlaat. Daarbij wordt onder meer toegelicht dat toezichthouders in toenemende mate gebruikmaken van informele handhavingsinstrumenten waartegen geen bezwaar of beroep open staat.

In dat verband wordt ook aandacht besteed aan de bevoegdheid van DNB en de AFM om bestuurders en commissarissen te (her)toetsen. Voorts komen de ongewenste effecten van de in artikel 1:25d Wft verankerde aansprakelijkheidsbeperking aan bod, die zich met name doen gelden waar het besluiten betreft die getoetst kunnen worden door de bestuursrechter zoals boete- en publicatiebesluiten. Separate aandacht wordt geschonken aan het beperkte nut van de bezwarenprocedure en het ontbreken van appelmogelijkheden bij bestuursrechtelijke voorlopige voorzieningenprocedures. Ten slotte worden enkele aspecten van de openbaarheid van rechtspraak belicht.

Lees verder:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF