Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf wegens diverse feiten, waaronder witwassen en het niet (juist) doen van belastingaangifte

Rechtbank Almelo 27 april 2013, ECLI:NL:RBALM:2012:1215

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het een gewoonte maken van witwassen door de opbrengsten van zijn seksclub en andere bedrijven te verzwijgen voor de Belastingdienst. Hij stalde deze opbrengsten, buiten het zicht van de Belastingdienst, via anderen, op een tweetal Duitse bankrekeningen en betaalde met die opbrengsten het verkapte loon, bestaande uit etentjes, kleding, een keuken, sieraden en auto van zijn mede-exploitant.

Verdachte heeft geldstromen aan het zicht van de Belastingdienst willen ontrekken door het opzetten van een woud aan stichtingen met steeds wisselende bestuurders die niet of nauwelijks wisten waarom ze als zodanig moesten optreden. Telkens was het verdachte die op de achtergrond de touwtjes in handen had. Daarbij is geen deugdelijke administratie gevoerd en weigert verdachte inzicht te geven aan de Belastingdienst in de activiteiten van die stichtingen. Zo weigert hij een boekenonderzoek en houdt zich niet aan gemaakte afspraken met de Belastingdienst. Verdachte, als ondernemer, had moeten weten dat ook in het geval er geen winst wordt gemaakt, belastingaangifte moet worden gedaan (nihilaangifte) en dat alle bescheiden die tot het doen van die aangifte geleid hebben gedurende de daarvoor bij de wet voorgeschreven termijn bewaard moeten worden, teneinde de belastingdienst de gelegenheid te bieden een en ander te controleren.

Het fiscale nadeel in deze zaak is uiteindelijk door de Belastingdienst berekend op ruim € 500.000,=. Verdachte heeft een eigen leefwereld gecreëerd en heeft kennelijk lak aan zijn omgeving.

Zo deinst verdachte er zelfs niet voor terug om kasboekstaten en kwitantieslips en facturen, waarop bewust een te laag bedrag aan huur stond vermeld, aan de officier van justitie te overhandigen, naar aanleiding van een door de rechtbank gedaan verzoek zijn stellingen (in een andere rechtszaak: ontnemingszaken inzake overtreding van de Wet Arbeid Vreemdelingen) te onderbouwen.

De rechtbank neemt hem dit ernstig kwalijk nu hij daarmee doelbewust de rechtbank, die moest oordelen in die zaak, heeft geprobeerd te misleiden in haar oordeelsvorming.

Ook uit de houding van verdachte ter terechtzitting spreekt geen enkel inzicht of schuldbesef.

Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom niet worden volstaan met de straf zoals die is geëist door de officier van justitie. Bij haar strafbepaling heeft de rechtbank verder rekening gehouden met:

  • de ernst van het bewezen verklaarde feiten in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
  • de professionele opzet van het bewezenverklaarde;
  • de grove wijze waarop het noodzakelijk vertrouwen in het handelsverkeer in het algemeen door verdachte is geschaad;
  • het stelselmatige karakter van de bewezenverklaarde feiten.

Daarnaast heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het tijdsverloop tussen het aanbrengen van het proces-verbaal bij de officier van justitie en de datum van de eerste terechtzitting en tevens met het feit dat verdachte eerder veroordeeld is terzake van misdrijven.

Bewezenverklaring

Feit 1: medeplegen van een gewoonte maken van witwassen;

Feit 2: opzettelijk een bij de belastingdienst voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;

Feit 3: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

Feit 4: opzettelijk een bij de belastingdienst voorziene aangifte niet binnen de daarvoor gestelde termijn doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

Feit 5: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

Feit 6: opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF