Rechtbank Noord-Holland kent voor eerste en laatste dag IVS schadvergoeding ex art. 89 Sv toe

Rechtbank Noord-Holland 10 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4728

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door een brief van de officier van justitie van 12 februari 2016 aan verzoeker waarin deze meedeelt dat de strafzaak is geseponeerd.

Verzoeker is op 11 februari 2016 in verzekering gesteld en op 12 februari 2016 in vrijheid gesteld.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van

  • € 210,- ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ten onrechte ondergane verzekering;
  • € 280,- wegens de kosten van bijstand met betrekking tot het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.

De raadsman van verzoeker heeft zich onder verwijzing naar een uitspraak van gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 10 december 2015 op het standpunt gesteld dat verzoeker een vergoeding toekomt voor twee dagen ten onrechte ondergane verzekering.

De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat slechts één dag voor vergoeding in aanmerking komt.

Op de voet van het bepaalde in de artikelen 89, 90 en 591a van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de door deze tengevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis geleden schade, respectievelijk de gemaakte kosten van een advocaat, zo daartoe althans gronden van billijkheid aanwezig zijn, alle omstandigheden in aanmerking genomen.

De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding. Onder verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 10 december 2015 overweegt de rechtbank als volgt.

Zoals in artikel 89 en volgende van het Wetboek van Strafvordering wordt bepaald, dient het uitgangspunt te zijn dat de rechter een vergoeding toekent voor geleden schade. Deze toekenning van schadevergoeding vindt plaats op gronden van billijkheid. Ook op de laatste dag die de gewezen verdachte in detentie doorbrengt wordt hij nog geconfronteerd met zijn vrijheidsbeneming en lijdt hij ten gevolge daarvan schade. Uit billijkheidsoverwegingen valt niet in te zien waarom verzoeker niet ook voor deze dag recht heeft op een vergoeding. Daarom komt ook de laatste dag die verzoeker in detentie heeft doorgebracht voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat de forfaitaire vergoeding wordt uitgekeerd per dag of gedeelte van een dag die verzoeker in de politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht.

Het verzoek zal dan ook worden ingewilligd op de wijze als hieronder is aangegeven.

De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 490,- welk bedrag als volgt is samengesteld:

  • € 210,- wegens een verblijf van twee dagen op een politiebureau;
  • € 280,- wegens de kosten van een raadsman voor de indiening van het verzoekschrift.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF