Rb: Voor horen van opsporingsambtenaren is slechts ruimte indien er gegronde vermoedens bestaan dat zich onregelmatigheden in het opsporingsonderzoek hebben voorgedaan

Rechtbank Den Haag 29 september 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:12384 Dit betreft een uitspraak op bezwaar ex artikel 182 lid 6 Sv tegen de beschikking van de rechter-commissaris betreffende de afwijzing van het verzoek tot het horen van een aantal getuigen. De raadsvrouw van verdachte wenst vier verbalisanten te horen omtrent hun herkenning van verdachte op camerabeelden. De raadsvrouw wil hiermee onder andere onderzoeken of de verbalisanten zich bij hun herkenningen hebben laten beïnvloeden door andere collega’s.

De rechtbank oordeelt dat voor het horen van opsporingsambtenaren slechts ruimte is indien er gegronde vermoedens bestaan dat zich onregelmatigheden in het opsporingsonderzoek hebben voorgedaan. De raadsvrouw heeft haar verzoek noch in het bezwaarschrift noch in raadkamer met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd waaruit bedoelde onregelmatigheden blijken.

De rechtbank ziet voorts niet in waarom de vragen van de raadsvrouw niet schriftelijk aan de verbalisanten gesteld kunnen worden, zoals de rechter-commissaris heeft bepaald. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF