Rapport Integraal Afpakken Crimineel Vermogen: nog veel kansen onbenut

Het afpakken van crimineel vermogen is een belangrijk onderdeel van het criminaliteitsbeleid, zowel van het ministerie van Veiligheid en Justitie als het ministerie van Financiën. De ministers van Financiën en Justitie hebben eind vorig jaar opdracht gegeven tot het uitwerken van een businesscase ‘integraal afpakken crimineel vermogen’ om te bezien of aan de hand van concrete cijfermatige gegevens van de participerende overheidsdiensten kon worden onderbouwd dat de baten de kosten overstijgen. Hiervoor is een interdepartementale werkgroep ingesteld, de ambtelijke werkgroep ‘Integraal afpakken crimineel vermogen’. 

Op 17 november zijn de uitkomsten van het onderzoek van de werkgroep naar de Tweede Kamer gestuurd. Het 'Eindverslag Businesscase Integraal Afpakken Crimineel Vermogen' bevat het onderzoeksverslag van de ambtelijke werkgroep ‘Integraal afpakken crimineel vermogen’. 
 

Uitkomsten

De werkgroep onderschrijft op basis van het onderzoek dat integraal afpakken van crimineel vermogen van meerwaarde is bij de aanpak van (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit en een belangrijke pijler binnen het overheidsbeleid op dat terrein moet zijn. Geld verdienen is immers een belangrijke drijfveer van criminelen. Met het integraal afpakken geeft de overheid breed het signaal af dat misdaad niet mag lonen. Samenwerking tussen ketenpartners om informatie te delen en zo effectief mogelijk van het beschikbare fiscaalrechtelijke, strafrechtelijke en bestuursrechtelijk instrumentarium gebruik te maken is aan te moedigen. 

Echter, op basis van de beperkte gegevens die het onderzoek heeft opgeleverd kan geen sluitend businesscase worden gemaakt. Met de voorhanden zijnde registraties, die zijn ingericht per domein (straf, fiscaal en bestuur) en niet zijn toegespitst op de samenwerkingsverbanden, valt op dit moment niet te berekenen welke meeropbrengsten investeringen in het integraal afpakken op kunnen leveren. De registraties zijn voorts ingericht op het inzichtelijk maken van de baten en niet de gemaakte kosten. De magere data die er is noopt tot enige voorzichtigheid bij de raming van een mogelijke positieve return on investment. 

Voorts komt op basis van de gesprekken en gegevens het beeld naar voren dat het integraal afpakken nog niet altijd even goed wordt toegepast, waardoor nog veel kansen onbenut blijven. Alle partijen onderschrijven dat maar een fractie van de geschatte jaarlijkse verworven criminele winsten daadwerkelijk worden geïncasseerd via het afpakken. Criminele winsten moeten niet worden verward met criminele omzet, die vele malen hoger is en vaak (op basis van geëxtrapoleerde schattingen) wordt aangehaald. Naar aanleiding van deze conclusie geeft de werkgroep de ministers de volgende suggesties mee: 

  1. Investeer in het afpakken van crimineel vermogen primair met het oog op het bestrijden van ondermijnende criminaliteit en pas in de tweede plaats omdat er mogelijke meeropbrengsten uit voortkomen.
     
  2. Creëer meer inzicht in en kennis over de werkzame principes en adequate integrale registratiemethoden van kosten en baten van het integraal afpakken. Richt daarvoor bijvoorbeeld praktijktests/pilots in die onder de vlag van het RIEC (of ander gelegenheids- samenwerkingsverband) door de ketenpartners worden ingericht en uitgevoerd. Daarbinnen kan worden geëxperimenteerd met de beste methoden en bezien worden welke meeropbrengsten uit investeringen in het integraal afpakken voort kunnen komen. Voorts kan ook de wijze waarop integrale samenwerking bij het afpakken van crimineel vermogen zou moeten worden ingericht en hoe een registratiesysteem en integrale doelstelling vorm kan worden gegeven worden onderzocht. Daarbij is het ook van belang dat inzicht in de (apparaats)kosten wordt verkregen. 
     
  3. Richt een registratieprocedure in waarbij door alle partijen de opbrengsten – van beslag tot definitief incasso – uit integrale (en monodisciplinaire/sectorale) casuïstiek en de daarvoor ingezette middelen worden bijgehouden. Vooraf moet gedefinieerd worden welke zaken onder deze definitie vallen. Het gaat daarbij in elk geval om in RIEC-verband behandelde casuïstiek en de afpakresultaten die voortkomen uit bilaterale samenwerking tussen de ketenpartners. 
     
  4. Bezie of in de pilots ook (naast sectorale doelen) een gezamenlijk te bereiken resultaat opgesteld kan worden, waarvan incasso een onderdeel is. Samenwerking en informatiedeling wordt nu in enkele gevallen nog gehinderd door concurrentie tussen overheidsonderdelen bij integraal afpakken, in verband met de te behalen taakstellingen per kolom. 
     
  5. Sturen op meer afstemming, informatiedeling en samenwerking bij afpakken. Ondanks dat alle partijen de voordelen zeggen te zien van het met elkaar vooraf afstemmen, het delen van informatie en het per casus afwegen welke mogelijkheden ze hebben om zo effectief mogelijk crimineel vermogen af te pakken, lijkt in de praktijk toch voornamelijk sprake te zijn van sectoraal afpakken. 
     
  6. Bezie of de mogelijke kwalitatieve effecten van het integraal afpakken van crimineel vermogen, en in het bijzonder van het Integraal Afpakteam Brabant Zeeland – aanjagen, creëren van bewustzijn, kennis vergroten, etc. – op empirisch verantwoorde wijze inzichtelijk kunnen worden gemaakt. 


Vervolg

De werkgroep heeft op basis van het onderzoek vastgesteld dat het op dit moment nog niet mogelijk is de kosten en opbrengsten voor integraal afpakken inzichtelijk te maken, laat staan aan te geven of en zo ja in welke mate sprake is van meeropbrengsten (“return on investment”). Derhalve is er geen goede basis om nu te besluiten om extra investeringen in het integraal afpakken van crimineel vermogen te doen op basis van te verwachten meeropbrengsten. Dit laat onverlet dat ik wel blijf investeren in het verder versterken van het afpakken van crimineel vermogen. Ik heb daarom recent € 20 miljoen voor het intensiveren van de aanpak witwassen en corruptie en € 3 miljoen voor de aanpak van ondermijning in Zuid Nederland en Rotterdam door middel van het afpakken, vrijgemaakt. Die laatste investering doe ik mede op basis van de oproep van de regioburgemeesters en het AEF onderzoek.

Uit de analyse van de werkgroep volgen enkele belangrijke aanbevelingen, die opvolging verdienen. De ministers van Financiën en Justitie laten op basis hiervan een vervolgonderzoek door het WODC uitvoeren met als doel de kosten en baten van het integraal afpakken over een langere termijn te monitoren en te adviseren hoe deze monitoring door de uitvoeringspartijen het beste vorm kan worden gegeven.

In dit onderzoek worden zowel de financiële baten als de maatschappelijke effecten van het afpakken onderzocht. Voorts zullen de mogelijkheden om de samenwerking van de uitvoeringspartijen bij het afpakken verder te versterken in kaart worden gebracht. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal gekeken worden of er op termijn een businesscase kan worden opgesteld. Voorts wordt aan de aanbeveling om pilots integraal afpakken in te richten en te werken aan een betere registratiemethode en –afspraken deels reeds invulling gegeven. Dit gebeurt onder andere binnen de projecten die worden gefinancierd uit de hierboven genoemde € 3 miljoen voor Zuid Nederland. Hierbij is het adequaat registreren van integrale afpakresultaten een belangrijk onderdeel.

Voor meer informatie: 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF