Raad voor de Rechtsbijstand heeft ten onrechte eigen bijdrage in rekening gebracht. Verzoek tot vergoeding van dat onterechte bedrag ex artikel 591a sv afgewezen.

Rechtbank Midden-Nederland 9 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:3149

Het verzoekschrift ex artikel 89 Sv strekt er toe dat de rechtbank op grond van billijkheid een vergoeding toekent voor de schade die verzoeker stelt te hebben geleden tengevolge van de nacht die verzoeker heeft doorgebracht op het politiebureau, tot een bedrag van € 105,-.

Het verzoekschrift ex artikel 591a Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de kosten van de raadsman ten bedrage van € 76,- (eigen bijdrage bij toegevoegd raadsman) en de kosten van de raadsman voor het opstellen, indienen en mondeling toelichten van het verzoekschrift ex artikel 89 Sv en de kosten van de raadsman voor het opstellen, indienen en mondeling behandelen van het verzoekschrift ex artikel 591a Sv.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de onderhavige verzoeken uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

  1. verzoeker heeft 1 nacht doorgebracht in een politiecel; 
  2. verzoeker is niet in verzekering gesteld;
  3. op 30 augustus 2012 is aan verzoeker een kennisgeving van niet verdere vervolging verstuurd, inhoudende dat hij niet verder vervolgd zal worden.

Ter zake het verzoekschrift ex artikel 89 Sv

Allereerst dient beoordeeld te worden of dit een geval is waar artikel 89 Sv op ziet. Reeds op dit punt komt de rechtbank tot een ontkennend antwoord, nu verzoeker niet in verzekering is gesteld. Schadevergoeding kan voorts worden toegekend indien en voorzover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De raadsman acht deze gronden van billijkheid aanwezig in het feit dat verzoeker een nacht in een politiecel heeft doorgebracht, alvorens hij is heengezonden. De rechtbank overweegt echter dat de feiten en omstandigheden, mede gelet op het tijdstip van aanhouding van verzoeker, niet zodanig zijn dat in het onderhavige geval gronden van billijkheid aanwezig zijn voor de toekenning van een schadevergoeding.

Ter zake het verzoekschrift ex artikel 591a Sv

Voorzover het verzoek ziet op (de eigen bijdrage in) de kosten van de raadsman overweegt de rechtbank het volgende. De raadsman heeft ter zitting aangegeven dat de Raad voor Rechtsbijstand ten onrechte het bedrag van € 76,- aan verzoeker in rekening heeft gebracht dan wel dit bedrag ten onrechte niet heeft gerestitueerd ex artikel 44 lid 2 Wet op de Rechtsbijstand. Voor het vergoeden van dit bedrag op grond van artikel 591a Sv bestaat echter geen aanleiding, nu de raadsman ter zitting van de raadkamer heeft aangegeven dat hij de vaststelling van de Raad voor de Rechtsbijstand binnen de bezwaartermijn heeft ontvangen en binnen die termijn aan verzoeker heeft toegestuurd, maar dat er desondanks geen bezwaar is gemaakt doch ervoor is gekozen om een verzoekschrift ex artikel 591a Sv in te dienen. Nu verzoeker en diens raadsman de voor kwijtschelding dan wel restitutie van dit bedrag geëigende weg van bezwaar tegen de beslissing van de Raad voor de Rechtsbijstand hadden kunnen bewandelen maar dit hebben nagelaten, is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om een vergoeding op grond van artikel 591a Sv toe te kennen.

De rechtbank is voorts van oordeel er geen gronden van billijkheid aanwezig zijn om de gebruikelijke vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman voor het indienen en mondeling toelichten van de verzoekschriften, nu daarvan niet gezegd kan worden dat dit redelijke kosten zijn die in redelijkheid zijn gemaakt. De rechtbank overweegt daartoe dat de verzoekschriften kansloos waren, gezien hetgeen hierboven is overwogen door de rechtbank.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF