Proefschrift: Non bis in idem. De ontwikkeling van een beginsel

De juridische regel non bis in idem verbiedt iemand tweemaal te vervolgen of te berechten voor hetzelfde feit. Dit verbod geldt zowel na een definitieve veroordeling als na een definitieve vrijspraak. Een achteraf onjuist gebleken veroordeling wordt vernietigd, maar hoe zit het met de aantasting van een onherroepelijke vrijspraak als het vermoeden rijst dat deze op dwaling berust? Mag de vrijgesprokene opnieuw worden vervolgd? Hoe kunnen zowel zijn vrijheid als de veiligheid van de gemeenschap worden gegarandeerd? Deze vragen hebben door de eeuwen heen menig strafjurist beziggehouden en zijn momenteel weer actueel, door betere opsporingsmogelijkheden via bijvoorbeeld DNA-opslag. Wiene van Hattum schreef er haar proefschrift over. Een onderzoek met een zeer actuele boodschap, aangezien de Tweede Kamer binnenkort stemt over een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt een vrijgesprokene opnieuw te berechten. In de negentiende eeuw werd m.b.t.non bis in idemuiteindelijk het evenwicht tussen vrijheid en veiligheid gevonden binnen het moderne openbare strafproces, dat onder meer de mogelijkheid gaf om een vervolging te staken in afwachting van nieuw bewijs. Het absolute gezag van de onherroepelijke vrijspraak werd toen in de wet vastgelegd.Non bis in idemkreeg de status van een vrijheidsrecht. In het afgelopen decennium is de mogelijkheid van heropening van definitieve vrijspraken bepleit. Daartoe wordt gewezen op de ontwikkelingen op het gebied van het forensisch bewijs, in het bijzonder op het gebied van het DNA-onderzoek. Het wetsvoorstel Herziening ten nadele uit 2009 is hier een voorbeeld van. Het onderzoek van Van Hattum maakt het mogelijk dit voorstel in historisch en rechtsvergelijkend perspectief te plaatsen. Volgens Van Hattum breekt dit wetsvoorstel met de negentiende-eeuwse opvatting. De vrijspraak is niet meer in alle gevallen definitief. Het gaat dan om de gevallen waarin sprake is van de vrijspraak van een opzettelijk gepleegd misdrijf dat de dood van een ander ten gevolge heeft gehad. Een regeling zoals voorgesteld (heropening wegens nieuwe bezwaren in de vorm van technisch bewijs) zet de klok terug en veroorzaakt maatschappelijke onzekerheid, aldus Van Hattum. De voorgestelde regeling om, met het oog op een mogelijke toekomstige herzieningsprocedure, het DNA-materiaal te bewaren van al degenen die zijn vrijgesproken van een misdrijf dat de dood van een ander ten gevolge heeft gehad, vormt een inbreuk op de privacy. Ook het recht om voor onschuldig te worden gehouden zolang het feit niet wettig en overtuigend bewezen is, is in het geding. De regeling is mogelijk in strijd met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF