Poging: deugdelijkheid en deelneming

In een reeks arresten geeft de Hoge Raad antwoord op verschillende vragen die spelen bij het leerstuk van de strafbare poging. Diverse aspecten van de pogingsleer komen voorbij. In dit artikel wordt door de auteurs enige reflectie gegeven op de soms moeilijk te interpreteren jurisprudentie.

Een moeilijke en klassieke kwestie betreft de deugdelijkheid van de poging (paragraaf 2). Deze heeft in de huidige pogingsleer geen eenduidige inbedding: in de arresten van de Hoge Raad van het afgelopen half jaar komt de deugdelijkheid van de poging soms aan de orde bij het criterium begin van uitvoering, soms bij het voornemen (bij de vraag of het handelen een aanmerkelijke kans op het gevolg in het leven riep, zoals vereist bij voorwaardelijk opzet), en een enkele keer lijkt het als een losse voorwaarde te worden besproken. De plaats waar de deugdelijkheid aan de orde komt wordt in de onderhavige arresten vooral bepaald door de wijze waarop het cassatiemiddel is ingestoken. Hoewel dat op zichzelf wel begrijpelijk is, zien wij in de arresten aanleiding om wat nader te reflecteren op de plaats van de absoluut ondeugdelijke poging in het pogingsleerstuk. In deze bijdrage willen de auteurs een aanzet doen tot discussie door voor te stellen dat de criteria van begin van uitvoering en het voornemen zich niet goed lenen voor een beoordeling van de deugdelijkheid van de poging. Onze suggestie is daarom om de deugdelijkheid van de poging, net als in het Duitse recht, te scheiden van die twee criteria. Indien de gedraging reeds bij aanvang onmogelijk tot een voltooid misdrijf kan leiden, moet onzes inziens geen poging worden aangenomen, zelfs al zou kunnen worden vastgesteld dat er sprake is van een voornemen dat zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Op grond van het huidige artikel 45 Sr zou dit al mogelijk zijn door te stellen dat in een dergelijk geval niet voldaan is aan het misdrijfvereiste.

Behalve de (on)deugdelijkheid van de poging bespreken de auteurs de complicaties die zich voordoen wanneer poging en deelneming worden gecombineerd, waarbij ook de vrijwillige terugtred een rol speelt (paragraaf 3). Met name de stapeling van subjectieve vereisten die besloten liggen in zowel de poging, de deelneming als in de tenlastegelegde doleuze delicten, zorgt voor problemen.

Lees verder:

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF