OvJ dient 5 maanden te laat (o.a. vanwege aanhoudende hoge werkdruk) appelschriftuur in. Hof verklaart beroep niet-ontvankelijk.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:434 Door de officier van justitie is op 9 mei 2014 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg voornoemd. De appelschriftuur van de officier van justitie, bevattende de redenen voor het instellen van hoger beroep, is eerst op 12 november 2014 ingediend, derhalve meer dan vijf maanden na het verstrijken van de wettelijke termijn. Naar het oordeel van het hof is dit een aanzienlijke overschrijding.

De vraag waar het hof zich voor ziet gesteld is of dit verzuim dient te leiden tot een niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. In dat verband heeft het hof rekening gehouden met enerzijds de concrete ernst van het ten laste gelegde en de impact die het feit heeft gehad op het slachtoffer – dat geen vordering tot schadevergoeding heeft ingediend en evenmin als slachtoffer is verschenen op de terechtzitting in hoger beroep – en anderzijds de gevolgen van de vastgestelde termijnoverschrijding in concreto voor verdachte. De verdachte heeft in de onderhavige zaak meer dan 6 maanden in voorarrest doorgebracht en heeft, nadat hij door de rechtbank was vrijgesproken, vervolgens lang in onzekerheid verkeerd doordat het lang heeft geduurd voordat de appelschriftuur waarin de redenen van het hoger beroep zijn neergelegd werd ingediend. Het kan niet anders zijn dan dat de procedure in hoger beroep daardoor vertraging heeft opgelopen, terwijl de verdachte juist belang had bij een voorspoedige voortgang van de behandeling van de zaak in hoger beroep.

De door de officier van justitie opgegeven reden voor de te late indiening van de appelschriftuur, de aanhoudende hoge werkdruk, biedt naar het oordeel van het hof een onvoldoende rechtvaardiging daarvoor. Ook kan in de omvang (3 pagina’s) en inhoud van de appelschriftuur geen rechtvaardiging worden gevonden voor de aanzienlijke termijnoverschrijding. Juist als de officier van justitie zich zo boos maakte over het beroepen vonnis – in de schriftuur bezigt hij termen als “het gaat absoluut niet aan …” – had kunnen worden verwacht dat hij tijdig een appelschriftuur zou indienen.

De omstandigheid dat het ten laste gelegde een ernstig strafbaar feit behelst en dat het publieke belang vergt dat de zaak opnieuw wordt beoordeeld, zoals door de advocaat-generaal naar voren is gebracht, doet naar het oordeel van het hof niet af aan de ernst van het verzuim van de officier van justitie.

In het onderhavige geval is het hof van oordeel dat het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu het belang van het ingestelde beroep, mede gelet op de positie van het slachtoffer, in casu niet prevaleert boven het belang van sanctionering van het verzuim.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF