Overgangsrecht bij afdoening door middel van (het nieuwe) art. 80a Rv

Met ingang van 1 juli is de Wet van 15 maart 2012 tot wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking cassatierechtspraak) in werking getreden.

Onlangs verschenen er drie conclusies van de advocaten-generaal van de strafsector bij de Hoge (Knigge, Machielse en Vellinga) over nieuwe bepaling art. 80a Rv, welke de Hoge Raad de mogelijkheid geeft om het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren wanneer de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep instelt klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De conclusies gaan in op de nieuwe wijze van afdoening van cassatiezaken waaronder (de invulling van) de criteria voor toepassing van artikel 80a RO en over het overgangsrecht bij dit artikel.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF