Overgang van strafrechtelijk onderzoek

Gerechtshof Arnhem 2 mei 2012, LJN BW4599


Feiten
Op donderdag 21 juni 2007 is bij de Centrale Meldkamer van de politie een melding binnengekomen dat een man op de was neergeschoten. De vermoedelijke dader zou op een bromfiets of scooter zijn gevlucht. Door de politie is ter plaatse onderzoek ingesteld.

Het slachtoffer had zijn 6-jarige zoontje naar school gebracht en was daarna teruggelopen naar zijn auto. Nadat hij was ingestapt, is hij door een bestuurder van een bromfiets/scooter neergeschoten. De bestuurder stopte naast het voorportier van de auto.

Ter plaatse zijn bij de auto van [slachtoffer] vijf hulzen aangetroffen van het kaliber 7.65 mm die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid met hetzelfde vuurwapen zijn verschoten. De schutter heeft vijf keer op het slachtoffer geschoten. Het slachtoffer is drie keer in de borst geraakt. De verwondingen hebben geleid tot de dood van het slachtoffer.

Naar aanleiding van de gewelddadige dood van slachtoffer is het Team Grootschalig Optreden Crick opgericht. Vanaf mei-juni 2008 is het onderzoek voortgezet door het Regionaal Onderzoeksteam Dille.

Standpunt raadsman
De raadsman heeft verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en heeft daartoe o.a. het volgende aangevoerd.

Transitie Crick-Dille
Onoverzichtelijk is gebleven hoe de onderzoeken Crick en Dille zich tot elkaar verhouden en in welke mate vormverzuimen en normschendingen in het Crick-onderzoek hebben doorgewerkt in het Dille-onderzoek. Het is de vraag waarom het groots opgezette en al maanden lopende Crick-onderzoek moest worden afgebouwd. Een plausibele verklaring zou zijn het lekken van geheime informatie door een rechercheur. Er zijn kanttekeningen te plaatsen bij de waarheidsvinding die in het Crick- en Dille-onderzoek heeft plaatsgevonden. Het onderzoeksteam in de zaak Dille heeft zich met complete tunnelvisie op medeverdachte 1 gestort.

Standpunt advocaat-generaal
Transitie Crick-Dille
De officier van justitie, mr. E.E.G. Duijts, heeft in haar brief van 24 augustus 2009 uitvoerig uiteengezet, wat indertijd ten grondslag heeft gelegen aan het afbouwen van het Crick-team en het opstarten van het Dille-team. Divisiechef Hogeboom stemde in met de inhoud van deze brief. Het volledige Crick-dossier is inmiddels aan het hof en de verdediging verstrekt. Het hof en de verdediging hebben nu zelf kunnen constateren dat er geen relevante informatie uit het Crick-onderzoek is weggelaten in het procesdossier van het Dille-onderzoek.

Oordeel hof
Transitie Crick-Dille
Het hof stelt vast dat de officier van justitie in haar brief van 24 augustus 2009 uitvoerig uiteen heeft gezet, wat indertijd ten grondslag heeft gelegen aan het afbouwen van het “Crick”-team en het opstarten van het “Dille”-team. Divisiechef Hogeboom stemde in met de inhoud van deze brief. Naar het oordeel van het hof blijkt uit deze brief dat er aannemelijke redenen waren voor de “verversing” van het onderzoeksteam.”

Het hof blijft bij dit reeds eerder ingenomen standpunt.

De stelling van de raadsman dat een lekkende rechercheur wellicht de oorzaak van de overgang is, is niet uit feiten en omstandigheden aannemelijk geworden, nog daargelaten het feit dat het hof een overgang van het ene naar het andere onderzoeksteam als gevolg van een lekkende rechercheur in feite nu juist een logische en geenszins onwenselijke stap zou vinden. Nu het hof inmiddels het Crick-dossier zelf ook heeft bestudeerd, wordt de stelling van het OM dat het Crick-onderzoek te ver was uitgewaaierd en daarom over is gegaan in het Dille-onderzoek, onderschreven door het hof. De beslissing om niet alle onderzoekshandelingen uit het Crick-dossier over te nemen in het Dille-dossier acht het hof alleszins redelijk. Het is voorts begrijpelijk dat in geval van verschillende scenario’s uiteindelijk het meest waarschijnlijke scenario wordt uitgerechercheerd. Dat is niet hetzelfde als het hebben van tunnelvisie.
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF