'Over schikken in de Libor-affaire: tijd voor een tegengeluid'

Onlangs kwam opnieuw de zogeheten Libor-affaire en de beslissing van het Openbaar Ministerie om de Rabobank en haar medewerkers in die zaak niet te vervolgen in het nieuws. Op 19 mei 2015 wees het Gerechtshof te Den Haag de klacht af die klanten van de Rabobank in een zogeheten artikel 12 strafvorderingsprocedure hadden ingediend tegen het niet vervolgen van de Rabobank en verschillende van haar medewerkers. De klacht van de klanten volgde op de schikking die de Rabobank in het najaar van 2013 met het Openbaar Ministerie was aangegaan. De Rabobank betaalde toen een bedrag van 70 miljoen euro aan het Openbaar Ministerie ter voorkoming van strafvervolging voor het manipuleren van de Libor-rente. Een aantal klanten van de Rabobank achtten de getroffen schikking geen passende afdoening voor de grootschalige manipulatie waaraan de Rabobank zich volgens hen had schuldig gemaakt.  

Verder in dit artikel:

  1. Inleiding
  2. De veelbesproken schikking
  3. Kritiek en Klacht
  4. Beslissing Gerechtshof Den Haag in artikel 12 Sv-procedure
  5. Praktijk: van onregelmatigheid via intern onderzoek naar schikking
    1. 5.1. Belangen van de onderneming bij schikking
    2. 5.2 Belangen van het Openbaar Ministerie bij schikking
  1. Niet vervolgd, betekent niet ongestraft
  2. Conclusie: een tegengeluid

 

Lees verder:

 

Dit artikel kunt u enkel raadplegen indien u bent geabonneerd op het Tijdschrift voor Sanctierecht & Onderneming.

 

Print Friendly and PDF