Over de grenzen van het medisch beroepsgeheim | Dilemma’s rond privacy en vertrouwen in de zorg

Door Herman Jansen en Michel Knapen Art. 272 van het Wetboek van Strafrecht stelt dat het niet is toegestaan om zonder toestemming privégegevens van mensen openbaar te maken. Dat geldt nadrukkelijk ook voor artsen en ander personeel uit de zorgsector. Dat het medisch beroepsgeheim veel juridische haken en ogen kent, maakt het boek Over de grenzen van het medisch beroepsgeheim, dat op 27 november aanstaande verschijnt, overduidelijk.

Twee gebeurtenissen uit februari 2012: prins Friso raakt in Oostenrijk onder een lawine bedolven en in het VU Medisch Centrum worden patiënten op de Spoedeisende Hulp ongevraagd voor een tv-programma gefilmd. De overeenkomst tussen deze nieuwsfeiten: er ontstaat een felle discussie over het medisch beroepsgeheim.

Dat beroepsgeheim, dat zegt dat artsen, verplegers en andere zorgverleners niet over hun patiënten mogen praten, was lange tijd geen issue. Toch kreeg neurochirurg Kees Tulleken, die uit de school klapte over de gezondheidstoestand van prins Friso, het zwaar te verduren. Hij verwacht dan ook een veroordeling door het Medisch Tuchtcollege, zo vertelt hij in deze bundel. Ook het bestuur van het VUmc lag onder vuur nu het had toegelaten de privacy van patiënten te schenden.

Het boek Over de grenzen van het medisch beroepsgeheim gaat uitgebreid in op dilemma’s rond vertrouwen en privacy in de zorg. Veertien (praktijk)deskundigen vertellen hoe zij het medisch beroepsgeheim ervaren, waarom het moet worden gehandhaafd, beperkt of juist opgerekt – maar bovenal: waarom het zo lastig is de regels goed te volgen.

Strafrecht- en gezondheidsrechtadvocaten, een officier van justitie (Expertisecentrum Medische Zaken), juristen in ziekenhuizen en bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg – allen hebben ze regelmatig te maken met het medisch beroepsgeheim, met complexe en steeds veranderende wet- en regelgeving, en met de zorgsector die weer eigen procedures en protocollen heeft om het privacyrecht te reguleren. Zij lopen allemaal aan tegen de dagelijkse praktijk, die weerbarstiger en ingewikkelder is dan de regels suggereren. Dat merken bovenal de artsen die in deze bundel verhalen over hun werk, en soms met onbegrip op de regels reageren.

In deze werkelijkheid moet de zorgsector een middenweg vinden. Het beroepsgeheim is heilig, maar altijd? Wéten zorgverleners wel wanneer ze wel en wanneer ze zeker niet mogen praten, kortom: weten ze wel waar de grenzen liggen van hun beroepsgeheim? En zijn juristen wel altijd op de hoogte van wat er achter de muren van huisartsenposten en klinieken plaatsvindt?

Deze bundel toont de worsteling van de medische wereld en van de rechtspraktijk met één van de oudste principes waaraan artsen zijn gebonden. Dat is echter óók een principe dat – zoals een arts-jurist in een interview zegt – dagelijks wel ergens wordt geschonden. Deze bundel laat zien dat artsen onder druk van een veranderende samenleving het medisch beroepsgeheim beetje bij beetje prijsgeven – met alle gevolgen voor het vertrouwen dat patiënten in de zorg hebben.

 

212 pagina’s Prijs: € 24,95 (er worden geen verzendkosten in rekening gebracht) ISBN 978-90-78709-183

 

Klik hier om het boek te bestellen via Celsus juridische uitgeverij.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF