Oud-wethouder Boxmeer krijgt taakstraf voor aannemen geld

Rechtbank Oost-Brabant 23 februari 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:685

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 61-jarige man uit Boxmeer veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur. Hij nam in zijn functie als wethouder 3.000 euro aan van Chinese investeerders met wie hij in onderhandeling was over een klooster.

De man was vanaf eind 2011 als wethouder van de gemeente Boxmeer betrokken bij de aankoop van onder meer het Catharinaklooster in Sambeek. Hij voerde hierover intensieve onderhandelingen met een tussenpersoon die namens Chinese investeerders optrad. Het was de bedoeling dat er in het klooster een galerie of kunsthal zou komen van een Chinese kunstenaar. Op 8 november 2012 trof de wethouder in zijn werkkamer van het gemeentehuis een envelop aan met daarin een brochure en een bedrag van 3.000 euro. Deze envelop kwam van de Chinese investeerders. De wethouder verklaarde dat hij de envelop met het geld in de lade van zijn bureau legde en 5 dagen later heeft teruggegeven.

De rechtbank vindt geen enkele ondersteuning voor die verklaring. Integendeel, het valt niet in te zien waarom hij 7 maanden niets over het voorval vertelde tegen de burgemeester. Dit deed hij pas nadat aan het licht kwam dat hij geld had gekregen. Toen de burgemeester aanbood nader onderzoek te laten verrichten naar de teruggave van het bedrag, wilde de wethouder hier niet aan meewerken. De man kon voor beide omstandigheden geen aannemelijke verklaring geven. De rechtbank acht daarom bewezen dat hij 3.000 euro aannam. De rechtbank vindt zijn verklaring dat hij de gift ontving uit vriendschap ongeloofwaardig, gelet op de hoogte van het bedrag en het gegeven dat de contacten zakelijk waren.

Bij het bepalen van de straf weegt de rechtbank onder meer mee dat de man zijn positie misbruikte voor persoonlijk voordeel. Ook is het vertrouwen dat de burger in het overheidsapparaat moet kunnen stellen geschaad en is de waardigheid van het college van burgemeester en wethouders aangetast. Daarnaast moet het openbaar bestuur kunnen vertrouwen op loyaliteit, betrouwbaarheid en onkreukbaarheid van een wethouder. De rechtbank houdt er verder rekening mee dat deze zaak grote gevolgen heeft gehad voor de man. Hij moest zijn functie als wethouder noodgedwongen neerleggen en leed aanzienlijke reputatieschade.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF